14(3)17

Reflectie jaargang ı4 nummer 3, najaar 20ı7 20 wanneer de omstandigheden ongunstig zijn, wordt het wel een probleem en wellicht een forse uitdaging. Maar dit geldt voor zo veel dingen. Als het mooi weer is, spelen we maar al te graag ‘mooi weer’, maar als het even tegenzit, zitten we al spoedig in zak en as. Mense- lijke ontwikkeling heeft in de eerste plaats te maken met het vermogen om bij jezelf te blijven en daar stabi- liteit en evenwicht te vinden; in alle omstandigheden je evenwicht bewaren. Volgens de Yoga Vashishtha is die eerste stap een kwestie van de juiste impulsen vinden en die ook weer afgeven. Bij de chakra’s is dit de eerste chakra: muladhara , gepositioneerd aan de onderkant van de ruggegraat (staartbeen). Het gaat dan om onze worteling die niet langer in de virtuele droomwereld van een beeldscherm blijft gevestigd, maar zorgt dat ons innerlijk met beide voeten in de grond of in de aarde is geworteld. Zodat de ‘wind’ in de vorm van wisselende omstandigheden ons niet langer zomaar meesleurt, zonder dat we weerstand kunnen bieden. De wijze Patanjali kiest terecht als eerste kwaliteit die van vriendelijkheid in alle omstandigheden . Wat een kei van een vent of wat een grande dame is die mens die in staat is altijd vriendelijk te blijven! De tweede stap: het ontwikkelen van mededogen De volgende stap is volgens Patanjali die van mededogen of compassie . Bij deze stap opent het innerlijk van de mens zich en heeft niet langer de behoefte aan een geest met een scherpe tong die alles en iedereen analy- seert en op basis daarvan tot conclusies komt. Wanneer de geest zacht en transparant wordt, stelt de zij zich in de eerste plaats passief op en gedraagt zij zich als een luisterend oor, zonder er als de kippen bij te zijn om standpunten te verdedigen. Een zachtmoe- dige geest heeft geen behoefte aan agressiviteit en stelt zich ook niet defensief op, maar heeft een veel grotere behoefte om alles en iedereen in eenheid te vatten. Die eenheid is uiteindelijk allesomvattend, waarin alle tegengestelden oplossen. In zachtmoedigheid vindt dit oplossingsproces plaats en transformeren situaties naar een universaliteit waarin het persoonlijke zelf ook langzaam kan oplossen. Dit is de basis voor mededogen en compassie. Deze mens is werkelijk mens geworden en straalt dit uit. Mensen als Gandhi en Mandela wis- ten vanuit hun eigen ervaring hoe dit werkt en hoe in mededogen de wereld kan veranderen. Emotionele krachten rijzen vanzelf op om naar buiten te treden. Eén van deze krachten is die van compassie, dat wil zeggen deelgenoot zijn in het lijden van anderen . Het doel van compassie is om alle belemmeringen voor de manifestatie van gelukzaligheid in de kosmos weg te nemen. Wie mededogend is heeft veel aanleg om alle pijn, ellende, kwaadaardigheid en slechtheid in zijn of haar hart te voelen. Dat is de aard van mededogen. Wezens met een zuiver innerlijk staan in verbinding met de universele geest, waardoor zij gemakkelijk deel- genoot kunnen worden van de pijn en ellende van ande- ren. Het is niet nodig om je door je emoties te laten meeslepen. Het feit blijft dat het Zelf geheel vrij is en ongebonden; het is de Eeuwige Getuige. De derde stap: tot blijmoedigheid komen In de wereld van het boeddhisme staan de in dit artikel besproken vier kwaliteiten bekend als de Brahma-vihara : de vier verheven staten van de geest . De minst bekende – en de minst beoefende kwaliteit – is die van innerlijke blijdschap of blijmoedigheid . In de zogenaamd concrete maar betonharde wereld van vandaag wordt blijmoedig- heid maar al te vaak beschouwd als een wat irrelevante vorm van weekhartigheid. Niets is minder waar... blijmoedigheid is in de eerste plaats naar buiten gericht en allesomvattend. Blijmoedigheid wordt beschouwd als de vrucht van compassie en mededogen, welke gemakkelijker te beoefenen zijn. Het gaat hier om het vermogen om te delen in de vreugde van alle wezens, vooral in de vreugde van diegenen die buiten het eigen familieverband vallen. Het gaat dus om een verfijnd empathisch vermogen, om de christelijke deugd van naastenliefde . Alle mensen zijn op zoek naar geluk. Innerlijke blijmoe- digheid behelst het vermogen om dat geluk, waarnaar iedereen op zoek is, in de eerste plaats zelf te vinden. Bijvoorbeeld in de vorm van blijdschap , en om dan die innerlijke blijdschap of dat geluk vervolgens zonder enige terughoudendheid te delen met alle wezens en in alle omstandigheden. Deze houding kwamen we ook al tegen bij vriendelijkheid, waar het gaat om het vermo- gen om in alle omstandigheden vriendelijk te zijn en te blijven. Voor mededogen geldt hetzelfde: het vermogen om in alle omstandigheden mededogen (compassie) te hebben. Bij innerlijke blijdschap of blijmoedigheid gaat het er ook om in alle omstandigheden blijmoedig te blijven en die innerlijke blijdschap te delen met anderen. Hier is sprake van een grote mate van innerlijke zelfbeheer- sing, die maakt dat deze mens koersvast is geworden in alle omstandigheden. Wie deze mate van zelfbeheer- sing heeft gevonden en heeft verwerkelijkt, blijft in alle omstandigheden bij zichzelf en laat zich door niets of niemand van de wijs brengen. Dit heeft niets met eigen- wijsheid te maken, want voor deze mens geldt slechts het Uw wil geschiede . Deze mens blijft altijd bij zichzelf, zowel bij plezier als bij pijn, bij geluk en bij ongeluk, bij succes en mislukking. Deze mens blijft zichzelf. De vierde stap: het verwerkelijken van gelijkmoedigheid Nu komt de vierde kwaliteit of deugd aan de orde: die van ‘onverschilligheid ten aanzien van tegengestelden’. Je zou het ook gelijkmoedigheid , ongebondenheid of gelijk­ gestemdheid kunnen noemen. In de wereld waarin wij leven wordt juist gebondenheid geprezen als een vorm van standvastigheid en loyaliteit. Maar in de gebonden- heid aan onze meningen en overtuigingen is geen vrij- heid. We hebben er overigens zelf voor gekozen en als we even niet opletten, dan wordt de wereld van onze meningen en ideeën een gevangenis , waar niemand blij van wordt. De gebeurtenissen in de wereld van vandaag bewijzen dat maar al te zeer. Veel geween en veel ge- knars van tanden. Gelijkmoedigheid rijst op uit innerlijke eenheid en vrede, waarin verschillen wegvallen omdat ze oplossen in één groot innerlijk weten. In die innerlijke eenheid is er geen verschil meer tussen onszelf en een ander, en schijnbare verschillen vallen weg in allesomvattend begrip. Hier daagt wijsheid, sophia . Deze gelijkmoedig- heid stelt ons in staat om tot een veel grotere visie te komen, die ons bevrijdt uit onze mentale gevangenis. Wanneer verschillen wegvallen rijst ook het besef op dat ons eigen geluk, onze eigen blijdschap, tevens de blijdschap is van alle wezens om ons heen. Er bestaat een grote drang om daarin te delen. Dat besef is tegelijkertijd allesomvattend en maakt dat er wijsheid over ons afdaalt. En die wijsheid is het manna dat uit de hemel over ons afdaalt of de heilige geest die onze geest verlicht. ●

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=