14(3)17
Schilderij Going with the Flow van de Ierse surrealist Jimmy Lawlor 27 Reflectie jaargang ı4 num mer 3, najaar 20ı7 aan begint ze te vermoeden dat ze hier de sleutel heeft tot meer plezier en vitaliteit in haar ‘ tweede levenshelft ’. De sprookjes lopen dan ook als een rode draad door haar boek. Ze begon in te zien dat in aan aantal van die ouderdomsspookjes de hoofdpersoon op een dood punt is aangeland. Zijn of haar leven stroomt niet meer, de ontwikkeling staat stil. Bij het begin van het sprookje wordt dat op verschillende manier duidelijk gemaakt. De ene hoofdpersoon komt zijn bed niet meer uit, de ander mishandelt uit chagrijn een onschuldig vogeltje, en weer een ander word jaloers op haar mooie schoon- dochter. Maar dan gebeurt er iets waarop de oudere reageert en volgt er een keten van gebeurtenissen waar- uit de hoofdpersoon uiteindelijk gelouterd te voorschijn komt. Hij/zij is door een diep dal gegaan maar heeft uiteindelijk een inzicht, wijsheid of zelfs vrede met het leven gekregen. Bijna-doodervaringen Voor Miny Potze was dit een eye-opener , een wake-up call ; het boek over deze ouderdomssprookjes werd haar gids en uitdaging. Dat wat ze uit dit boek leerde, dat vulde ze aan met kennis uit andere bronnen, cursussen, gesprek- ken en interviews. De docenten van de masterclass ‘ Ouder worden in perspec- tief ’, die zij volgde op de Protestantse Theologische Uni- versiteit (toen nog in Kampen), reikten haar weten- schappelijke inzichten aan. Met name professor Frits de Lange zette datgene wat wij van de ouderdoms sprookjes kunnen leren voor haar in een breder kader. ‘ Dit alles heeft mij geholpen een andere visie dan de gangbare op het ouder worden te ontwikkelen. [...]. Ik wil beschrijven hoe we tot meer waardigheid en bezinning kunnen komen door kennis te nemen van oude wijsheid. De wijsheid die er altijd is geweest maar in onze huidige tijd is ondergesneeuwd. Laten we gaan sneeuwruimen! Als we ouder worden dan ‘krimpt’ de toekomst. Gedachten over onze dood hebben we tot nu toe misschien succesvol naar de toekomst verschoven maar er komt een moment waarop dat niet meer lukt .’ Een bron van hoop en geruststelling vormen voor haar de getuigenissen van mensen die een bijna-dooderva- ring ( bde ) hebben gehad, tegenwoordig 'nabij-de-dood- ervaring' genoemd oftewel nde . Toen ze het boek ‘ Leven na dit leven ’ van de Amerikaanse arts en filosoof Raymond Moody las, resoneerde dit op een merkwaardige manier met haar innerlijk weten. Ze werd zich ervan bewust dat ze hetgeen hij beschreef zelf ook had meegemaakt toen ze als driejarig kind bijna verdronk. In haar boek laat ze dan ook een aantal kenmerkende nde -verhalen de revue passeren. Ze zegt daarover: ‘ Als wij de verslag- geving van mensen die een nde hebben meegemaakt tot ons laten doordringen, kan het gebeuren dat we anders naar de dood èn naar het leven gaan kijken .’ Mooi is het verhaal van de 83-jarige Wim over zijn bde , dat eerder ook in Terugkeer werd gepubliceerd. In een gesprek achteraf wijst hij op ons ‘ gevangen zitten ’ in onze beperkte ruimte en in de tijd waarin we leven. ‘ Tijdens een bde raak je buiten de tijd; de beperkingen vallen weg. Je hebt het gevoel dat je in de totale ruimte zit. Het tijds- begrip is helemaal weg. Je bent van die beklemming, van die banden af. Ik had zó’n bevrijd gevoel... dat is altijd blijven han- gen. En daardoor ben ik [alles] nog meer gaan relativeren .’ Wat meer tijd voor onszelf Als basis voor haar boek heeft Miny Potze fragmenten uit haar eigen leven beschreven. Heel persoonlijke be- levenissen, maar als je dieper kijkt zijn het variaties op thema's die iedereen in zijn/haar leven tegenkomt, net zoals in de sprookjes. Om erachter te komen hoe anderen het ouder worden beleven interviewde ze een aantal mensen; mannen en vrouwen, van zestig tot tachtig jaar. Volgens Potze komen we pas op die leeftijd in de fase waarin ‘ zinvragen ’ zich onontkoombaar aan ons opdringen en het terugkijken belangrijk wordt. ‘ Natuurlijk ,’ zegt ze, ‘ zijn er ook heel veel jongere mensen die met zinvragen bezig zijn en met (nieuwe) vormen van spiritualiteit, los van de gevestigde religies. Ik heb er zelf ook niet tot op de dag van vandaag mee gewacht, integendeel. Maar op oudere leeftijd wordt het dringender om ons bezig te houden met onze ziel. Ergens in die periode krijgen we wat meer tijd voor onszelf. Tijd die we soms kunnen erva- ren als een kille dorre vlakte en soms als een tuin vol bloemen, waarin we onze gang mogen gaan. Daarom zouden we ook kunnen zeggen dat die tweede levenshelft dan pas begint, ook al klopt dat qua kalenderleeftijd niet; 120 jaar zullen we voor- lopig niet worden .’ Het is mooi als ze zegt dat als we ouder worden en we hebben leren onderscheiden wat ertoe doet en wat min- der belangrijk is en we bereid zijn onze zegeningen te tellen, het lichter kan worden dan in onze jeugd. De latere jaren kunnen nieuw en bijzonder zijn en zó vervullend, dat we niet terugverlangen naar vroeger, toen we jong waren maar ook nog zó onbewust. Behalve de interviews met ouderen, interviewde Miny Potze ook de cultuurfilosoof Bram Moerland, die haar leerde dat je in de ouderdom leert zien wat zinvol is en wat niet. Ook sprak ze met theoloog, journalist en uit- gever Rinus van Warven, die onder andere zegt ‘a ls pastor het gevoel te hebben dat ouderen zich een beetje te gemakkelijk laten wegzetten ’ en vervolgens pleit voor de emancipatie van ouderen. De laatste stadia van onze ontwikkeling In het laatste hoofdstuk, waarin ze schrijft over esoterisch christendom , zegt Miny Potze terecht dat we de laatste stadia van onze ontwikkeling en het contact met onze ziel niet kunnen bevorderen met onze wil. Maar dat we die wel kunnen faciliteren : de omstandigheden zo gunstig mogelijk maken. ‘ Bezigheden als verdieping in onze levensge- schiedenis of het schrijven van onze biografie, het lezen van betekenisvolle sprookjes en spirituele boeken, kunnen daarbij helpen. We kunnen zaken die verkeerd gingen uitpraten, het ‘goed maken’ met wie we nog een kwestie hebben en... heel belangrijk: we kunnen vergeven, ook al is het eenzijdig. We kunnen gaan tekenen, schilderen, aan yoga doen, gedichten lezen, muziek maken of ernaar luisteren en mediteren, al of niet onder begeleiding. We kunnen gaan wandelen of fietsen, meer buiten zijn en de natuur onze leer- en heelmeester laten zijn. Ons huis schoonmaken, ons verdiepen in benedictijns leven en
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=