14(4)17
17 Reflectie jaargang ı4 nummer 4, winter 20ı7 Uit de Oneindige Bron van het Al – de Bron van het Zijn – kwam ik, aeonen geleden; sprong ik tevoorschijn als een Vonk uit het Inwezen van de Vlam, mij van niets bewust dan van allerhoogste zaligheid. Zo begon een cyclische reis, door onberekenbare tijdperken. Afdalend uit de gebieden van sterrenglans – verwant aan hun stralende luister, vrij van alle omhulsels van vorm – kon ik overal gaan, snel door eindeloze Ruimte... Door zonnestelsels of melkwegheelallen, zonder gevoelens of bewustzijn, maar steeds verder neerwaarts gedreven, onweerstaanbaar aangetrokken door de gebieden van dichtheid – steeds verder afdalend, stadium na stadium, aangetrokken tot de Rijken van de Vorm. Daar verzamelde ik mijn hulsels uit de Rijken van Vuur, Lucht, Water en Aarde, Verbleef een aeon in elk Rijk, immer zoekend naar een blijvend tehuis. Tenslotte verliet ik de ijle Rijken en werd ik geopenbaard in een stoffelijke vorm, gevat in een kristallijnnen omhulsel, waarin de zuivere schittering van de Vlam zelf weerspiegeld werd. Na lange aeonen en cycli kreeg ik nieuwe bekleedsels: waardoor duurzame juwelen en stralende briljanten verwisseld werden voor schoonheid en symmetrie van vorm en kleur en geur, waarin het warme zonlicht een verlangen opriep om terug te keren naar het ouderhuis – hoger – steeds hoger. Met het verstrijken van meerdere aeonen betrad ik een nieuw Rijk... nu kon ik mij van plek tot plek bewegen en mij weer op vleugelen verheffen; Toen kwam, met het aannemen van warmbloedige voertuigen, de nieuwe gewaarwording van toewijding, opoffering en liefde. Tenslotte ontwaakte ik als één in de schaduw van het Mensenrijk; leerde over de veredelende kracht van de liefde die polsklopt in harmonie met het Goddelijk Plan. Nu, onder de heerschappij van de verheven Ah-hi, ¹ kan ik bewust omhoog streven, trachtend mij kennis te verwerven van Atman: zoals de vonk tracht terug te keren tot de Vlam waaruit zij voortkwam. Steeds verder opwaarts, hoger zelfs dan de wervelende Paleizen van de Planetaire Lhas, ² tot aan de Zeven Oer-Zonen van het Licht. Voorbij vlammende zonnen en kometen met staarten, voorbij melkwegstelsels en eilandheelallen, tot aan de Centrale Geestelijke Zon. Want ik heb geleerd te zeggen: Aham eva Parabrahma ! ³ ● Atmagita of het Lied van deMonade Wies Kuiper Noten: 1 de zonen van het verstand; 2 planeetheersers of wachters; 3 ‘ Ik ben in waarheid het Grenzeloze .’
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=