14(4)17
Professor Henkjan Honing (1959) Reflectie jaargang ı4 nummer 4, winter 20ı7 29 [Dit artikel is met toestemming overgenomen uit het augustusnummer van de (Nederlandse) New Scientist ; het artikel is geschreven door Joris Janssen op basis van zijn interview met hoogleraar muziekcognitie Henkjan Honing.] Ieder mens heeft gevoel voor muziek, zoals iedereen dat ook heeft voor taal. Maar waar dat gevoel precies vandaan komt, is een wetenschappelijk raadsel. UvA-hoogle- raar Henkjan Honing onderzoekt de biologische oorsprong van muzikaliteit. Joris Janssen in gesprek met Henkjan Honing Joris: Wat gebeurt er in je brein als je naar muziek luistert? Henkjan: Muziek activeert heel veel verschillende net- werken in de hersenen. De voorkant van de hersenen is bijvoorbeeld betrokken bij verwachtingen die in muziek een rol spelen. Als luisteraar projecteer je verwachtingen op muziek, bijvoorbeeld over welke toon waarschijnlijk volgt of op welk moment die toon komt. Deze verwach- tingen worden continu bevestigd of geschonden. Dat maakt muziek spannend. Daarnaast zijn diepergelegen delen actief, die betrokken zijn bij emoties. Als mensen zich verheugen op een bepaalde noot, of op een snik in de stem van de zanger, dan maakt dit gebied al tien seconden voor het zover is de beloningsstof dopamine aan. Door dit stofje krijg je kippenvel of een gevoel van opwinding. Ditzelfde sys- teem is ook actief bij eten of seks. Tot slot worden motorische netwerken in het brein actief. Ook al zit je passief in je stoel, in de hersenen lijkt het alsof je meebeweegt op de muziek. Over de auteurs Henkjan Honing Henkjan Honing is verbonden aan de Universiteit van Amsterdam als hoogleraar muziekcognitie. Dit is het onderzoeksveld dat het luisteren naar en maken van muziek bestudeert via computermo- dellen, psychologische experimenten en hersenonderzoek. Honing schreef twee populair-wetenschappelijke boeken over zijn onderzoek: ‘ Iedereen is muzikaal ’ en ‘ Op zoek naar wat ons muzikale dieren maakt ’. Joris Janssen Joris begon als stagiair bij de redactie van NewScientist en is sindsdien niet meer weggegaan. Hij studeerde aardwetenschap- pen en milieukunde. Joris schrijft artikelen en coördineert de boekuitgaven van NewScientist . Muziek is te lang als luxe gezien Over het effect van muziek op het menselijk brein en over ‘aangeboren’ muziekgevoel Joris: Hoe weten we dit? Henkjan: Met een mri -scanner kunnen we zien welke hersengebieden meer of minder zuurstof gebruiken. Zo zie je bijvoorbeeld verschillen tussen het luisteren naar ritmische en niet-ritmische muziek. Daarnaast gebruiken we eeg -scans, die via een kapje met elektroden worden verkregen. Daarmee kunnen we tot op de milliseconde nauwkeurig het effect van ritmes bekijken. Hiermee hebben we maatgevoel bij baby’s onderzocht. Wanneer we een noot weglieten op een plek die je volgens het ritme wel zou verwachten, dan zag je een karakteristiek negatief piekje in het eeg - signaal. Joris: Is muzikaliteit dan aangeboren? Henkjan: ‘Aangeboren’ is niet echt de goede term. Het is eerder aanleg. Het is een combinatie tussen wat je via de genen meekrijgt en de omgeving. Uit onderzoek blijkt dat gevoel voor intonatie en ritme al heel vroeg actief is. Zelfs al in de baarmoeder. In de laatste drie maanden van de zwangerschap kan een baby al horen en melodietjes onthouden. Met ons eeg -onderzoek hebben we laten zien dat baby’s daarnaast ook maatgevoel hebben: ze horen de regel- maat in de muziek. Joris: Hoe onderzoek je vervolgens de evolutionaire oorsprong van muziek? Henkjan: Daarvoor vergelijken we dit soort resultaten met die van andere diersoorten. Zo proberen we de vraag te beantwoorden of muzikaliteit een oude, met meerdere dieren gedeelde vaardigheid is. Dat lijkt niet zo te zijn. De mens blijkt namelijk de enige ‘apensoort’ met ritmegevoel. Dit delen we, voor zover we nu weten, met slechts twee andere soorten: kaketoes en zeeleeu- wen. Kaketoe Snowball en zeeleeuw Ronan zijn beroemd in ons vakgebied vanwege hun maatgevoel. Dat alleen zij maatgevoel met ons delen, is curieus. We weten nog niet waarom dat zo is. Joris: Muziek heeft naar verluidt allerlei positieve effecten op de hersenen. Kun je het zien als een soort fitness voor het brein? Henkjan: Dat is wat kort door de bocht. Onderzoek bij violisten en pianisten heeft laten zien dat bepaalde hersenstructuren bij hen extra ontwikkeld zijn. Dit kan echter ook door iets anders dan puur de muziek komen, bijvoorbeeld doordat vioolspelen gewoon een heel ingewikkelde motorische taak is waar je veel concen- tratie voor moet opbrengen. Joris: In welk opzicht heeft muziek wel al volledig zijn waarde bewezen? Henkjan: Naast mogelijke positieve effecten op de herse- nen, brengt muziek veel positieve sociale en culturele aspecten mee. Het is daarom heel belangrijk dat muziek weer volwaardig onderdeel gaat uitmaken van ons onderwijs. Muziek is te lang als luxe gezien. Gelukkig is de afgelopen jaren geld vrijgekomen en zijn stappen in de goede richting gezet. Dat vind ik prachtig om te zien. We hebben laten zien dat baby’s maatgevoel hebben: ze horen de regelmaat in muziek. ●
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=