15(1)18
Reflectie jaargang ı5 nummer 1, voorjaar 20ı8 25 uit mijn linker onderbeen worden geplukt, die vervol- gens zou worden geplaatst om de dichtgeslibte krans- slagaders heen. Die ‘nieuwe’ ader zou dan de functie van de kransslagaders overnemen. Van de narcose weet ik alleen dat zij voorbij was, ter- zelfdertijd als dat zij begon. Er rest geen enkele herin- nering. Ik werd wakker in een antracietgrijze sfeer, in een gerad- braakt lichaam dat met allerlei apparaten verbonden was: een zuurstofmasker, een katheter, bedradingen met zuignappen op mijn lichaam, een hartmeter, enz. Er stonden stellages, monitors, een computer rond mijn bed. Ik was volstrekt alleen en staarde in die grijszwar- te achtergrond. Er doemde een muur op en een zwarte modderpoel. Gezichten verschenen daarin... Er was veel pijn; ik drukte op het belletje naast mijn kussen. Even later verscheen de nachtbroeder: een jongeman met een Chinees uiterlijk en een grote bril op. Die keek mij vanaf het voeteneind observerend aan en vroeg wat er aan de hand was. Hij controleerde het zuurstofgehalte in mijn bloed, mijn hartslag, de kathe- ter , keek of alles nog goed bevestigd was en nam weer plaats aan het hoofdeinde. ‘ Mijnheer ,’ sprak hij, ‘ uw hart- slag is in orde, u krijgt genoeg zuurstof en ook al het andere wijst op een gunstig verloop van uw positie na de operatie. Ik mag u geen pijnstillers meer geven, want u bent aan de grens daarvan. Ook kan ik u niet méér zuurstof toedienen, want dat zal u geen goed doen .’ Hij keek me aan met veel professio- nele compassie. ‘ Maar ik hou het niet meer vol! ’ stootte ik uit. ‘ Mijnheer ,’ zei hij met nadruk: ‘ U bent aan het genezen ! ’ Waarna hij me alleen liet. De volgende dag vertel ik mijn verhaal aan Yvonne. Die was bij me toen ik net was bijgekomen uit de narcose. Direct werd ik weer in slaap gebracht, dus haar bezoek was mij ontgaan. Ze vond mijn aanblik heftig , want ik lag er bij als een lijk . De familie Flodder Na drie dagen vervoert men mij weer per ambulance naar het mca , mijn ‘ thuisziekenhuis ’. Onderweg geniet ik bovenmatig van het uitzicht links en rechts van de snel- weg. Als ik probeer na te denken over mijn toestand, de duisternis na de operatie, de pijn en het ongemak van het vastgesnoerd liggen aan allerlei apparatuur, begrijp ik er niets van. Het echte leven blijkt zich helemaal buiten onze denkbeelden af te spelen. Gedachten daarover (voor- al spirituele gedachten – voeren me verder uit dit weldadi- ge hier en nu vandaan. Achteraf kan ik zeggen dat die ervaring mij met een harde, uiterst pijnlijke klap in dit hier-en-nu heeft geslingerd. Het leven heeft de maskers van mijn gezicht gerukt. Het is wonderbaarlijk. Kunnen echte liefde , harmonie en geluk dan pas tot ons komen als we de confrontatie zijn aan- gegaan met de zwarte nacht van ego en lichaam? In de avond wordt een stokoude, pas geopereerde vrouw naar binnen gereden. Blijkbaar achtten de geneesheren haar sterk genoeg om zo’n zware operatie te kunnen overleven. Vier verpleegsters zijn heel lang bezig met haar. Als zij eindelijk in bed ligt aangesloten op alle apparatuur, geeft ze aan naar de wc te moeten. Ze heeft een katheter in, maar nu moet ze poepen. De verpleeg- sters koppelen haar weer los, tillen haar uit bed en ondersteunen haar gang naar de wc . Onderweg zakt ze door haar benen, maar wordt net op tijd opgevangen. Als ze een hele tijd later weer in bed ligt, aangesloten op de apparatuur, is zij klaar voor de nacht. De volgende ochtend krijgt ze bezoek. De familie Flod- der doet haar entree: twee enigszins grove vrouwen in slobberkleding nemen bezit van de zaal. Familie wel- licht van het deerniswekkende vrouwtje. Ze hebben een reusachtige ballon in plantvorm bij zich die ze aan het bed binden. Het is een verbijsterend geheel: de heen en weer zwevende ballon en het vrouwtje dat met slangen en draden bijeen wordt gehouden... Eén van de vrouwen vindt daarbij dat de patiënt te veel onderuit ligt. Kordaat beent ze naar het mensje toe om haar overeind te trek- ken. Ik schrik, want zo’n weinig professionele trekbewe- ging lijkt me niet gezond pal na een zware hartoperatie. Gelukkig grijpt een verpleegster in. Later krijgt het vrouwtje bezoek van twee uit de kluiten gewassen zonen, kale koppen, oorbelletjes, tatoeages, grote kerels die zich teder naar haar toebuigen. Nu zie ik een andere, gevoeliger vorm van liefde. Twee volwas- sen kerels die met tranen verstikte stemmen hun oude moeder troostend en liefdevol toespreken: ‘ Je hebt al zo veel meegemaakt in je leven moeder, en ook hier kom je nog doorheen .’ En dan springen de tranen in mijn ogen, want dit ontroert mij erg. Yvonne komt. Ze houdt mijn hand vast en legt haar an- dere hand op mijn hoofd en tussen mijn schouderbladen. Het is een andere vorm van genezen dan die men hier toepast, maar wel één die werkt. Dan komt de dag waarop ik uit het ziekenhuis wordt ontslagen. De rest van het genezingsproces zal thuis plaatsvinden. Weer thuis Het herstel wordt verwacht na drie tot zes maanden. Ondertussen sleep ik me binnenshuis voort, wandel twee keer per dag door een parkje in de buurt en staar verbaasd naar de wereld ommij heen. Het is alsof mijn gevoelszenuwen constant op scherp staan. Het mooie begroet ik met tranen in mijn ogen, het lelijke doet me meer dan ooit gruwen. Yvonne helpt me met boodschappen doen, stofzuigen en moed geven. Ik bel een vriend uit het oosten van het land en stel hem op de hoogte van mijn toestand. Hij begint spontaan te lachen, een wat ongebruikelijke reactie als je iemand vertelt dat je een hartoperatie hebt gehad. Het gekke is dat zijn lachen mij goed doet; het is alsof een frisse wind door duister struikgewas blaast. Spontaan begin ik mee te lachen. ‘ Gefeliciteerd Karel ,’ zegt hij. ‘ Je hebt weer een stapje gezet op het levens- pad .’ Hij herkent mijn hel-achtige ervaring na het bijko- men uit de narcose, want zelf onderging hij ook een operatie na een herseninfarct en belandde in eenzelfde soort duisternis. ‘ Er waren geen lichtpuntjes ,’ zeg ik, ‘ er was alleen die pijnsfeer en de agonie van een lichaam dat vier uur lang uiteen werd gereten en toen weer aaneen genaaid. De narcose hield mijn bewustzijn buiten die operatie, maar de naweeën waren er met alle lichaamsherinneringen van dien. Het heeft er veel van weg dat alle spirituele bloemetjes en bijtjes en plafondengeltjes uit mij zijn weggefladderd en er alleen de naaktheid van de pure ervaring overblijft .’ ‘ Juist ,’ zegt hij. ‘ Het enige dat je kon doen was het dulden. En nu ben je gereset .’ ● Gereset? Dit Engelse leenwoord komt uit het computer- jargon en is een aanduiding voor het herstarten van een computer of systeem vanuit de oorspronkelijke instellingen . In deze context: met een schone lei beginnen, vrij van alle eerdere aannames en denkbeelden.
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=