15(1)18

6 Reflectie jaargang ı5 nummer 1, voorjaar 20ı8 De NDE als universeel gegeven Interessant is dat Knoblauch in zijn onderzoek probeert vooral op de verschillende inhoud van de nde te wijzen. De Amerikaanse standaardervaring met het gevoel van harmonie en afwezigheid van pijn, de buitenlichamelij- ke ervaring, tunnel en licht, die Knoblauch blijkbaar als vast patroon beschouwt, trof hij minder vaak aan. Jakoby stelt vast dat het onderzoek daarom vanaf het begin vooral op subjectieve verschillen van de ervaring gericht was, waarbij Knoblauch volgens Jakoby over het hoofd zag dat Moody en Kübler-Ross helemaal niet over de nde spraken, maar het door hun pionierswerk juist mogelijk gemaakt hebben om nde ’s vanwege de aanwe- zigheid van deze kenmerken als zodanig te benoemen. Geen enkele ervaring verloopt volgens een vast schema, maar altijd zijn er enkele standaardelementen aanwezig. Hoewel er in het Knoblauch-onderzoek aan voorbij­ gegaan wordt dat er verschillende graden van de nde bestaan, is het boeiend weer eens kennis te nemen van dit destijds opmerkelijke onderzoek. Het laat zien hoe de nde een universeel gegeven is, hoewel er in de ver- slagen sprake is van een grote verscheidenheid. Jakoby stelt terecht vast dat bepaalde motieven welis- waar steeds terugkeren, zoals buitenlichamelijke erva- ringen, alsmede de tunnel, weide, bergpas, licht, har- monie en afwezigheid van pijn, maar dat de vorm van de individuele ervaring behoorlijk verschilt. Bij een vergelijking van de nde in verschillende culturen valt echter op dat de inhoud van de wereld aan ‘gene zijde’ vrijwel altijd gekenmerkt wordt door de modellen en verwachtingen van de eigen cultuur. Subjectieve voorstellingen Jakoby wijst erop dat de middeleeuwse stervenservarin- gen worden gekenmerkt door huiveringwekkende schilderingen van de hel, althans als doorgangsstadium. Oud-Egyptische of Tibetaanse beschrijvingen hadden de toenmalige voorstellingen van de dodenboeken als onderwerp. In de indiaanse verslagen zijn het land- schappen met bergpassen en wigwams, terwijl heden- daagse beschrijvingen uit India, Amerika of Duitsland, eveneens opvallen door culturele eigenaardigheden. Oorzaak is volgens Jacoby dat nde ’s principieel altijd subjectieve, individuele belevenissen zijn die worden gevormd door de eigen voorstellingen van de ervaar- ders; iedereen beleeft immers de nabijheid van de dood vanuit zijn eigen, hoogst persoonlijke visie. Het verschil wordt veroorzaakt door het feit dat hun gedachten zich meteen manifesteren zodra het bewustzijn (de ziel ) het lichaam heeft verlaten. Gedachten die door de eigen cultuur worden gekenmerkt, evenals door de subjectie- ve voorstellingen en verwachtingen van iemand die met een nde had. Terecht wijst Jacoby er verder op dat in principe nde ’s, die uiteraard alleen de overgang zelf betreffen omdat iedereen daarna immers weer in het lichaam terug- keert, altijd slechts een heel klein fragment, en dan nog uiterst subjectief ook, beschrijven van wat wij zien als het hiernamaals . Toch is er bij nde ’s objectief gezien vrij- wel altijd sprake van gemeenschappelijke kenmerken. Iemand die op het punt staat te overlijden, beleeft de nde altijd voor zover zijn eigen bewustzijn die toelaat, en dat varieert bij ieder individu aanzienlijk. Zo wordt bijvoorbeeld iemand die angstig is, ook met die angst geconfronteerd zoals die in onaangename of ‘helse’ ervaringen tot uiting komt. Vallende kwartjes Waar vandaag de mantra domineert dat buiten de herse- nen geen bewustzijn mogelijk is , stelt Jacoby al in 2003 vast dat de mens méér is dan enkel zijn hersenen. De mens is een eeuwig, onsterfelijke geest die door het lichaam aan de materie gebonden is. Door de nde kunnen we leren dat er een hogere, ordenende kracht bestaat die we God noemen. De ervaringen van mensen met een nde laten zien dat het door de moderne mens zo ge- vreesde definitieve einde niet bestaat, maar dat het tot een wederherinnering aan de onstoffelijke eigen oor- sprong komt waardoor de mens weer geheeld wordt. En dat daarmee het intuïtieve vermoeden van een on- begrensd hoger verband weer eens bevestigd wordt! De nde is universeel en komt in alle culturen in een gelijksoortig patroon voor en is volkomen onafhanke- lijk van religieuze en theologische voorstellingen. Al lijken de beelden van bijvoorbeeld Jezus, Boeddha e.a. wel te maken te hebben met wat iemand geloofde, hoe- wel iemand die totaal niet gelooft toch ook een wezen van Licht kan ervaren. Bevestiging Het weer eens lezen van dit boek van Jakoby ( ik moet eens meer in die oudere boeken duiken! ) heeft mij natuurlijk bevestigd in hoe ik denk over de leven en dood en mijn gedachten aan weer eens terug naar de jaren negentig toen ik kennisnam van wat toen nog de bijna-dooderva- ring ( bde ) genoemd werd en hoe mij dat heftig emotio- neerde. Ik heb nooit een nde gehad, maar het was net of ik dit ergens geweten had. Een diep innerlijk weten . Inmiddels heb ik, sinds ik in die tijd redacteur werd van Terugkeer, heel veel over de nde gelezen, mensen erover geïnterviewd en vele verhalen met ontroering aange- hoord... Voor mij, die afkomstig was uit een steil gerefor- Dicht bij de dood Dit is een plek waar niet veel mensen komen, hier hoor je enkel stilte stromen uit een verborgen bron. Zacht blinkend als de morgenzon komt God hier aan het licht, zo teder als ik dit gedicht nooit schrijven kon. n Wim Jansen: Zingen aan de Styx ; Skandalon 2016. Noten annex literatuurverwijzingen 1 Bernard Jacoby: Ook jij leeft eeuwig ; de resultaten van 25 jaar onderzoek naar bijna-doodervaringen . Karakter uitgevers, 2003. 2 J.B. Delacour: Over de drempel van de dood ; berichten van klinisch gestorvenen . Ankh-Hermes, 1983.

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=