Reflectie2(1).vp
heidsvolle handelingen en wijze emoties in het hart. Er zijn liefdevolle handelingen en gedachten. Ook manifesteren de drie aspecten van God zich in de ons omringende kosmos. De liefdevolle omarming van een landschap na een lange wandel- tocht kan ons ineens als een zeer reële kwaliteit van die plek voorkomen. Men kan van landschappen en dieren zeggen, dat ze een oeroude wijsheid bezitten. Of we voelen ons plots vol- ledig opgeladen tijdens een bergtocht. Alsof we plots worden aangeschakeld aan het krachtsaspect van de kosmos. Het concept van de drievuldigheid komt op een andere ma- nier naar voren in de Joodse kabbala, de gnostische traditie en in de hermetische traditie. Door na te gaan wat deze oude stro- mingen over de drievuldigheid te zeggen hebben, kunnen we dieper doordringen in de kern ervan. In de Joodse Kabbala gaan van Kether, de bron, het Vader- en Moederprincipe uit. Hier vormt de Bron een drie-eenheid samen met de Alvader en Almoeder. Het vrouwelijke aang- ezicht van God krijgt een plek in deze drievuldigheid. In de Zohar spreekt men ook over drie hemelse zielendelen van de mens, die met deze drievuldigheid corresponderen, de Yechi- da, de Chiah en de Neschamah. De Yechidah voor de Goddelijke vonk in elk van ons. De Gelijkenis diep in ons, aan onze Vader die in de hemelen is. De Chiah is de wilsuitstroming van de Goddelijke Vonk, de actieve intelligentie die vanuit deze kern geëmaneerd wordt. De Neschemah is het ontvangende, intuïtieve, vrouwelijke principe dat eveneens van die Goddelijke Vonk uitgaat. Het vrouwelijke gezicht van God nodigt uit tot intuïtie, tot imma- nentie, het is verbonden met het stromen van water. Het nodigt ons uit volledig in de stroom van het leven te stappen. Ook in de gnostische Nag Hammedi-geschriften wordt veelvuldig gesproken van een eerste Vader en een eerste Moe- der. Tevens is er het kind dat uit hun vereniging ontspringt. Diep in onze eigen kindertijd dragen we allen de herinnering aan een magisch, ongevormd bewustzijn, waarin onze vader en moeder goddelijke status kregen. De oerervaring van en de herinnering aan de menselijke gezinssamenstelling die we al- lemaal als erfenis uit onze kindertijd met ons meedragen, wordt daarmee tot een afbeelding van krachten in de hogere kosmos of het bewustzijnsniveau en leidt het schouwende be- wustzijn naar een hoger niveau. In de Hermetische Traditie bestaat het concept van de stro- mende driehoek. Drie stromingen die uitgaan van het Absolute, 1. een verzoenende stroom, 2. een actieve stroom en 3. een pas- sieve stroom. Ook hier wordt vrij geassocieerd met het stromen- de element, het water, de feminiene kant van het goddelijke. Ad 1: De verzoenende stroom wordt genoemd: de Wereld van ontologische aangezichten. Voorbeelden van de wereld van ontologische aangezichten, zijn de iconen in de orthodoxe Kerk, die het beeld laten zien van een hemelse wereld, waarin de vol- maakte harmonie gerealiseerd is. Deze iconen zijn afbeeldingen van de ongevallen staat waarnaar we terugstreven en die als ba- ken voor ons aangezicht getoond worden. Iconen kunnen gezien worden als de neerslag of dauw van de ongevallen staat, die de mens na reïntegratie weer kan bereiken. Ook mythen en verha- len waarin het verlossingswerk een gezicht krijgt, behoren tot de stroom van ontologische aangezichten. Alle mythen die terug- verwijzen naar de ongevallen staat, zijn een baken voor ingewij- den bij het grote verzoeningswerk. Ad 2. De actieve stroom wordt de Wereld van actieve mo- naden genoemd. Dit zijn wij mensen. Wij mensen zijn actieve bewustzijnkernen. Het voordurend omvormen van het bewust- zijn is een actieve daad. De twee staat in het teken van de dua- liteit. Dualiteit betekent conflict, maar ook uitdaging en heilige strijd. De mensheid wordt voordurend heen en weer geslingerd tussen wat wij goed en kwaad noemen. Heraclitus noemt oor- log de moeder van alle dingen. Op het hoogste niveau is dit de realisatie van het gegeven dat wij een goddelijk deel en menselijk deel in ons dragen. We zijn menselijke monaden met een potentie tot vergoddelijking. Normaal zijn deze wezendelen gepolariseerd en veroordeeld tot een duale tweestrijd. Christus breng deze twee wezensdelen bij elkaar en verzoent ze. In de Athanasiaanse geloofsovertui- ging wordt de nadruk gelegd op Christus als volledig God en als volledig Mens. Beiden zijn even belangrijk. Christus toont ons ten volle het aangezicht van God en van de diepe mense- lijkheid, zo menselijk dat Hij weende om de dood van zijn broeder Lazarus en uit de grond van zijn hart bad: “Laat deze beker aan mij voorbijgaan”, in de tuin van Getsemane. Door ons te concentreren op onze verantwoordelijkheid als Godmensen, realiseren wij ons, dat we medescheppers en me- debestuurders van de wereld zijn. Hierdoor leren wij de gift van de vrije wil te koesteren door te beseffen, dat onze kleine menselijke wil volledig vrij is. Het diepe mysterie van de men- selijke vrijheid krijgt betekenis in deze actieve stroom. Ad 3 De passieve stroom, de stroom van de passieve mo- naden. Dit zijn de werelden waarvan wij gebruik maken voor onze evolutie. Allereerst is onze planeet Aarde een passieve monade. Zij geeft ons een lichaam en onderdak. Zij herbergt de monaden van de drie lagere natuurrijken, de wereld van de mineralen, het plantenrijk en het dierenrijk. De hele geschapen kosmos is een passieve monade, een achtergrond, een veld waarin het drama van evolutie zich afspeelt. Zij vormen de achtergrond van de menselijke evolutie en doen als passieve monaden een beroep op ons rentmeesterschap. In de diepere zin bevat deze stroom de mogelijkheid van het aardse paradijs of te wel de volledige harmonie tussen mens, dier, plant, minerale substantie en de hogere kosmossen. Het is onze bestemming de wereld tot een Aards paradijs te maken. Ook de hogere kosmossen behoren tot de stroom van passie- ve monaden. Al ons denken, voelen en handelen laten een af- druk na in het onzichtbaar morfologische veld van de wereld. De mythen van de mensheid verhalen over de nauwe band die er bestaat tussen de hogere werelden en de mensheid. De diepe re- alisatie, dat alles in de kosmos één is en er een nauwe relatie be- staat tussen onszelf en alles wat ons omringt, geeft ons een besef van hoever onze verantwoordelijkheid reikt. Dit hermetische concept van drie stromen geeft aan dat de drievuldigheid in de gehele natuur te vinden is. Zo boven, zo beneden. In het mysterie van de drieheid ligt het mysterie van de eenheid. Met heel ons wezen maken wij deel uit van die eenheid en er is een wisselwerking tussen onze diepste kern en alles wat het heelal omvat. Onze eigen dynamische ontwikke- ling maakt deel uit van het imposante en mysterieuze krach- tenspel in de ons omringende wereld. Van al deze dingen worden we ons bewust, als we ons richten op het mysterie van de Heilige Drievuldigheid, dat in de derde eeuw na Christus zoveel stof deed opwaaien. 18 Reflectie 2(1), maart 2005
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=