Reflectie2(1).vp
Over de heilige drievuldigheid René Rodenburgh “Ik geloof in één God, de almachtige Schepper van hemel en aarde van al het zichtbare en onzichtbare. En in één Heer Jezus Christus, de eniggeboren Zoon van God geboren uit de Vader voor alle eeuwen. Licht uit Licht, Ware God uit ware God niet geschapen, één in wezen met de Vader en door Wie alles gewor- den is …En in de Heilige Geest, Heer en Levendmaker. Die uit- gaat van de Vader.” (Geloofsbelijdenis van Nicea). In de tijd van de kerkvaders Arius en Athanasius werden felle debatten over de Heilige Drievuldigheid gevoerd. Arius ging zover dat hij zijn leerstelling op muziek zette en op die manier probeerde hij de populariteit voor zijn ideeën te winnen. Niette- min werd op het concilie van Nicea zijn stelling verworpen en werd de stelling van zijn tegenstander Athanasius aangenomen. Namelijk de stelling, dat Christus een ongeschapen deel van de Heilige Drie-eenheid was. Eén met Vader en Heilige Geest en niet slechts een geschapen wezen zoals Arius beweerde. Enerzijds kunnen we dit historische debat afdoen als theo- logische haarkloverij. Anderzijds kunnen we, als we ons in- voelen in dit tijdsgewricht, ons ervan bewust worden dat een belangrijk geheim over de Goddelijk Natuur in conceptuele termen vervat wilde worden, geboren wilde worden, ten be- hoeve van de volwassenwording van een nog jonge Kerk. Bij de oude Hesychastische ¹ monniken van de Griekse Orthodoxie werd het mysterie van de Heilige Drievuldigheid beschouwd als een onderdeel van Gods heilige, onkenbare es- sentie. Een concept dat wel gecontempleerd kon worden, maar waarin het denkvermogen niet in staat werd geacht door te kunnen dringen. Het volledig bevatten of omvatten van de Heilige Drievul- digheid is dus niet mogelijk. Echter, zo leert de Hesychasti- sche traditie, hoewel de essentie van het Goddelijke door de contemplatieve ziel niet bereikt kan worden, is het wel moge- lijk door een diepe contemplatie Gods Energeiai , of te wel uit- stralingen, of emanaties te ervaren. Oefeningen in de Hesychastisch traditie zijn dan ook niet zozeer gericht op het informeren van het denkvermogen. Ze zijn meer gericht op het verlichten van het denkvermogen door di- rect contact met Gods energie. Door de intentie te richten op het onkenbare, ondergaat de monnik de weldadige uitwerking die van het Absolute uitgaat. De transformatie van het bewustzijn vindt plaats in een levende en verlichtende ervaring. De hypo- stasen ² van de goddelijke werkelijkheid vormen een boven de normale werkelijkheid staand heilig beeld. Dat kan niet door het denkvermogen begrepen worden. Juist de paradoxale aard ervan dwingt het denkvermogen over zijn eigen grenzen te stappen en een levende wereld van helende ervaringen binnen te gaan. Vanuit de systematiek van de driehoek bekeken, heeft de drie- vuldigheid iets dynamisch en tegelijk stabiels. Iets wat aanspoort tot ontwikkeling, maar tegelijk ook een vorm daarvoor biedt. Deze dynamiek van de Heilige Drievuldigheid wordt onmid- dellijk merkbaar, als we in meditatie het kenvermogen van be- grip naar begrip bewegen. De drievuldigheid noopt eerder tot dynamisch dan statisch beschouwen, waarbij het bewustzijn af- wisselend elk van de drie personae probeert te doorgronden. Het bewustzijn wordt steeds genoodzaakt naar het volgende begrip te springen. Hierbij verlichten de begrippen elkaar wederzijds. Op deze manier worden we ons tevens bewust van de heilige tussenruimte, de stilte, het geheim, dat deze begrippen verbindt. “Zodra ik de eenheid zie, word ik door de drieheid omsche- nen; zodra ik de drieheid onderscheid, word ik tot de eenheid teruggevoerd. Denk ik aan elk van de drie afzonderlijk, dan denk ik aan Hem als geheel, en mijn ogen vullen zich met tra- nen en bijna alles wat ik denk ontglipt me.” (Gregorius van Nazianze, Oratio XL:41 geschreven in de 4 de eeuw na Chr) In het gewone denken studeren wij, om ons te informeren; nadat de informatie door het denkvermogen is opgenomen en dus wordt gekend, kan het denkvermogen verder op zijn lauweren rusten. Het denkvermogen heeft het concept volledig opgenomen en hoeft het slechts uit het geheugen te voorschijn te toveren. Confronteren we het denkvermogen echter met een, door de eigen paradoxale aard ervan, onkenbaar concept, dan daagt dat het denkvermogen uit het concept in een hogere mentatie- modus te omvatten. Met name de wisselwerking tussen beeld en begrip werkt in diepe meditatie zeer verhelderend. Neem bijvoorbeeld het beeld van de oude Hesychastische monnik, die de Heilige Drie-een- heid contempleert. Alleen dit beeld al brengt ons dieper bij de betekenis van die Heilige Drievuldigheid. Stel je een oude, ge- baarde monnik voor, gezeten in diepe contemplatie. Hij draagt een zwart gewaad en op zijn borst blinkt een gouden kruis. Het oude, gebaarde gezicht verwijst naar het onmetelijke, vaderlijke aangezicht van God de Vader. Tevens worden we ons bewust van de goddelijkheid die in het menselijk gelaat als geheim versluierd ligt. De zwarte kledij die in de orthodoxie gebruikelijk is, verwijst naar de diepe interstellaire ruimte, het ontvangende principe. Tevens verhult het een lichaam, het ver- hult een vormend en schragend principe. Het gouden kruis op de borst verwijst naar het principe van de Zoon of van mystie- ke omzetting. Het mysterie van de kruisiging of verzoening tussen God en mens. De vader verwijst naar de transcendentie van God. De Zoon of Logos naar het scheppen/omvormen. De Heilige Geest naar de goddelijke immanentie. In esoterisch kringen wordt de drie-eenheid vaak gezien als het Kracht-, Wijsheid- en Liefde- aspect dat van de Logos uit- gaat. Ook de mens is een drievuldigheid. Samengesteld zijn we opgebouwd uit hoofd, hart en handelen. God inspireert ons vanuit de ideale lichtwereld in onze drie wezendelen: het denkcentrum, het emotiecentrum of hartcentrum, en het bewe- gingscentrum of zintuig-ledematenstelsel. Het hoofdcentrum wordt verlicht door het wijsheidsaspect van de Logos, het hart- centrum door het liefdesaspect en het handelingscentrum wordt doortrokken door het krachtsaspect dat alle handelingen een goddelijk kracht geeft. Dit is de meest rechtlijnige uitleg. In de praktijk ligt het natuurlijk genuanceerder. Er bestaan met kracht geladen gedachten en gevoelens, er bestaan wijs- 17 Reflectie 2(1), maart 2005
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=