Reflectie2(1).vp

Column hoofdredacteur Lambèrt de Kwant Spirituele zwabberaar Onlangs had ik met iemand een dis- cussie over de spirituele weg, die ik meen te moeten gaan. Ik zou eigenlijk met alle winden meewaaien en nooit bij een bepaalde leer of leraar blijven. “Klopt”, zei ik, “sta eigenlijk nooit stil bij één bepaald dogma of bepaalde le- raar. Heb veel gehad aan Rudolf Stei- ner, Alice Bailey , Sri Aurobindo, Omraam Mikhaël Aïvanhov, enz.”. Een goede vriend attendeerde mij begin jaren ’90 op Leadbea- ters “De wetenschap der Sacramenten.” Het fascineerde mij enorm, vooral wat hij over het bouwen van de geestelijke tem- pel schreef en uitbeeldde aan de hand van illustraties. Ik weet nog, dat ik op een dag op het Plein in Den Haag het boek zag liggen bij een antiquair, tezamen met enkele an- dere boeken van Leadbeater: “De meesters en het pad”, “De ziel en haar mechanisme”, “Aan de voeten van den meester” en “Dromen”. Nu had ik aan boeken bepaald geen gebrek; in verschillen- de bladen schreef ik ook toen al over spiritualiteit, maar deze boeken moest ik hebben en het kostte me ook heel wat, maar heb van dat kopen nooit spijt gehad. Vorig jaar stuitte ik op de Deventer boekenmarkt op “Innerlijk leven, het zoeken naar waarheden” van Leadbeater. Zo bezien was ook Leadbeater mijn leraar en uiteindelijk de aanleiding om in 2001 tot de VKK toe te treden, maar een le- adbeateriaan ben ik niet en zal ik ook nooit worden. Ik heb veel mogen leren van de theosofie en lees met veel plezier het blad Sunrise, maar noem mijzelf geen theosoof. Spirituele bindingsangst Al die personen die ik noemde, hebben mij gevormd, zijn mijn spirituele leraren geweest, maar ik heb ook geleerd ze weer los te laten. Je zou het spirituele bindingsangst kunnen noemen, maar mijn weg gaat verder. Zo spreekt het hindoeïsme mij bijzonder aan en niet alleen, omdat ik researcher ben bij de OHM, maar ik heb niet de pre- tentie mij nu meteen hindoe te noemen. De laatste jaren ben ik intensief met de Bhagavad Gita bezig en zoals ik in een recen- sie schreef zie ik de Gita als mijn spirituele, dagelijkse leraar en ik denk ook, dat dit ’n blijvertje is, maar… ik laat mij ook inspireren en raken. door andere geschriften en boeken. Sommigen krijgen daar ’een sik’ van, willen weten waar ik nu eigenlijk sta. Ik moet ze teleurstellen…mijn zoektocht gaat door. Ik zoek geen meester, maar zoek de meester in mijzelf. Ik wil mij best door een leraar laten inspireren, maar zal nooit zijn of haar voeten kussen. Dat voorrecht is voorbehouden aan m’n partner. Nog steeds frappeert het mij hoe mensen zich vastklampen aan een bepaalde leraar of meester en vrijwel alle lezingen of workshops van een bekende spreker bezoeken. “Daar moet jij toch eens naar toe,…daar zul je veel aan hebben”. Ik mompel dan doorgaans zoiets van: “Nou, heb daar geen behoefte aan en weet al wat die man gaat zeggen. “Ach”, verzuchtte iemand 1 Reflectie 2(1), maart 2005 Onwaarschijnlijk? Onze hoofdredacteur haalt onwaarschijnlijk veel kopij binnen, vooral die voor dat “open podium”. Maar vaak zijn de artikelen ook onwaar- schijnlijk lang. Nu we, na de twee dik gevulde nummers van 2004, naar een meer normale omvang van dit blad terug moeten, wordt het wat moeilijk om zulke lange artikelen te plaatsen. Vaak, maar beslist niet altijd, verliest een artikel aan waarde door het drastisch in te (laten) korten. We zouden zulk artikel ook in twee delen kunnen publiceren. Nadeel daarvan is, dat na een kwartaal het eerste deel weer herlezen moet worden om de draad weer op te pakken. Niet ideaal dus. In dit nummer maakten we een uitzondering voor het artikel van Anneke de Bruijn over de “Divina Commedia”, een werkstuk dat beslist niet in twee gedeeltes te knippen valt en o.i. te plaatsen waard is. De hoofdredacteur opent dit nummer met zijn persoonlijke column. Verder in dit nummer voldoende “open podium”, denken we. Beoordeelt u dat zelf maar. We noemen er een aantal; sommige artikelen zijn wat langer, andere weer wat korter, zoals respectievelijk dat van Klaas Laan: Elke maaltijd een communie en dat van Paul van Oyen: God als Moeder . René Rodenburgh levert een bijdrage over de Heilige Drievuldigheid; daarnaast een persoonlijke visie van ds. Broekhuysen en Petra Schuurmans op De toekomst van de religie , religie dan in de betekenis van ‘godsdienst’, niet als re-ligie. Onze regionaris, bisschop Frank den Outer, schrijft over Inwijding en Opstanding . Wat betreft het kerknieuws heeft Hendrik S. de Bruin weer een hele klus gehad de maandbladen van de kerkgemeenten door te worstelen. “Wie raakt nog opgewonden bij de gedachte aan de geweldige natuurkrachten die de lente mogelijk maken”, schrijft Johan Pameijer in zijn artikel Ontwaakt, gij die slaapt . Ja wie? Onwaarschijnlijk, dat het iedereen op deze aardbol zal zijn. Een nieuwe lente ook voor Reflectie ? We hebben nog onwaar- schijnlijk weinig abonnementen. Vergeten op te geven? We bedoelen het niet spottend, maar…ontwaakt, gij die het vergeten zijt! Onwaarschijnlijk? Nee toch? — De eindredacteur. Onze lezers schrijven… We ontvingen een tweetal reacties van Mevrouw Elly Kooijman-Beuzenberg uit Maarn. [Ingekort]: Het artikel “Eenheid in verscheidenheid” van Paul van Oyen (de- cember 2004) vindt zij een bijzonder goed artikel, maar merkt daarbij op, dat Thomas Merton niet door een verkeersongeval, maar door elektrocutie om het leven is gekomen. Voor informatie over Thomas Merton verwijst zij naar de volgende literatuur: James H. Forest: “Thomas Merton, een korte levensbeschrijving”, Gottmer/Haarlem, 1980. Verder ook: “Contemplatief gebed” en “Leven met Thomas Merton”, beide in 2003 uitgegeven bij uitgeverij Meinema. Toevoeging redactie: in de nieuwe R.K. Amerikaanse “Catechismus voor volwassenen” is Thomas Merton niet meer opgenomen als ‘geloofsgetuige’ in de rubriek ‘spiritualiteit’, wat in de voorgaande versie wel het geval was. Veel protesten hiertegen van de Amerikaanse gelovigen! Als reden van weglating van zijn bijdrage: Mertons pleidooi voor interreligieuze dialoog,( waarbij hij wel onderstreept, dat die in de eigen geloofstraditie geworteld moet zijn). Vervolgens schrijft zij: “Zowel de redactie als de VKK staan niet achter het artikel ‘Zonde bestaat niet’ (Reint Gaastra); toch heeft u het geplaatst. Dit artikel lijkt mij beter te passen in de populaire glossy-tijdschriften (en tv-programma’s over wonderen en bijzondere gebeurtenissen) waar iedereen zonder onderscheid iets kan beweren. Ter bescherming van andere auteurs in ‘Reflectie’ en ter bescherming van dat waar de V.K.K. voor staat, lijkt het mij goed een duidelijk besluit over de criteria tot plaatsing te nemen.” Noot van de redactie : ‘Reflectie’ wil een zo open mogelijk podium bieden voor zover artikelen ‘passen’ binnen de strekking van ons (VKK)tijdschrift. Elke auteur schrijft op eigen titel. Eén van de criteria m.b.t. plaatsing is: een artikel dat niet ‘passend’ of ‘onpasselijk’ is, wordt geweigerd. In het betreffende artikel stond niets onpasselijks. De opmerking van de redactie betrof niet het feit of zonde al dan niet bestaat, maar de bewering ‘doorgevingen’ te ontvangen en op grond dáárvan vaststellingen omtrent een religieuze of spirituele ‘zaak’ neer te leggen. Dan scheppen we immers een dogma, i.c. ‘zonde bestaat niet’, want Meester Jezus heeft mij dat zelf doorgegeven. En dat gevaar zit erin. ‘Doorgevingen’ en ‘openbaringen’ zijn altijd persoonlijk gebonden. Zij kunnen dus nooit verkondigd worden als een waarheid aan en voor anderen, tenzij we aannemen op gezag van een ander. Maar dan zouden we bij de verkeerde Kerk zijn.

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=