Reflectie2(1).vp

Inwijding, slapen, sterven en opstanding + Frank den Outer In het middelste hoofdstuk van het Evangelie van Johannes (11: 32-46) treffen we de beschrijving aan van de opwekking van Lazarus. In een dorp bij Jeruzalem, Bethanië, woonden twee zussen en hun broer: Maria, Martha en Lazarus. Waarschijnlijk logeerde Jezus dikwijls bij hen; de drie behoorden tot de intieme kring van zijn leerlingen. Lazarus wordt op een dag ziek, kenne- lijk zo ernstig, dat zijn beide zussen een ijlbode naar Jezus zen- den met de bede zo gauw mogelijk te komen. Hij immers, weten en vertrouwen zij, is in staat om Lazarus te genezen. Maar als de bode bij Jezus gekomen is en zijn bericht heeft afgegeven, wacht hij – Jezus – nog twee dagen, voordat hij op weg gaat naar Bethanië. Die twee dagen lijken fataal, want Lazarus is al begraven als Jezus eindelijk aankomt. Beide zus- sen verwijten hem dat sterk: ‘Als je hier was geweest, dan zou onze broer nog in leven zijn’. Samen met de zussen gaat Jezus naar het graf, een holte in een rots; hij laat de grafsteen weghalen en roept dan: ‘Lazarus, kom naar buiten’. Op die woorden komt hij, in graflinnen ge- huld, naar buiten. Deze episode wordt daarom ‘de opwekking van Lazarus’ genoemd. Is dat wel juist aangeduid? Betreft het hier wel een opwek- king uit de doden? Het komt alléén voor in het Evangelie van Johannes, niet in de drie andere Evangeliën, en dat terwijl het toch het grootste wonder betreft dat Jezus verrichtte? Waarom zwijgen dan die andere evangelisten hierover? Kan het zijn, dat de geheime, verborgen betekenis van wat Lazarus overkwam wel bij Johannes ‘past’ en niet bij die andere evangelisten? Zijn Evangelie wordt wel als het meest spirituele of esoterische Evangelie beschouwd. Vroeg al, bij Clemens van Alexandrië en Origenes, in de 1 e en 2 e eeuw, is er sprake van ‘het geestelijke Evangelie: het kernstuk, het hoogtepunt, het heilige der heiligen van het NT’. Johannes zelf zou een ingewijde kunnen zijn ge- weest, ingewijd in de mysteriën, waarin wordt teruggegrepen op de mysteriescholen en – religies van de oudheid. Als we ons voor deze gedachte openstellen, dan kunnen we aanwijzingen te over vinden in dit verhaal over Lazarus. Allereerst: het wordt geplaatst rond Bethanië en deze plaatsnaam betekent ‘huis van de vijgen’ of ‘vijgenboom’, en dat is een symbool van inwij- ding, en mysteriescholen hebben te maken met inwijdingen. Dan, lettend op het verhaal zelf. Het is zeer merkwaardig: als de bode bij Jezus komt met zijn noodkreet over de ernst van de ziekte van Lazarus, zegt hij tegen zijn discipelen: ‘Deze zieke is niet ten dode, maar tot ere God, opdat de Zoon van God er door verheerlijkt worde’. Zou Jezus, de Zoon van God, echt zó op zichzelf betrokken zijn, zó egoïstisch? Er is echter een andere mogelijke vertaling: ‘Deze zieke is niet ten dode, maar ter openbaring Gods, opdat de Godszoon erdoor tot verschijning komt’. Met andere woorden, de Godszoon is niet Jezus, maar de Geest, de hoogste wezenheid van Lazarus, zijn hoger Zelf zo u wilt, de goddelijke kern, die in ieder mens verborgen ligt. Dus: de ziekte van Lazarus is geen dodelijke ziekte, maar zal ertoe leiden, dat het hogere Zelf in hem aan het licht zal komen. In de mysteriescholen – zoals gezegd – is sprake van inwijdin- gen. Bij één van die inwijdingen, de één na laatste, komt dit hogere Zelf aan het licht, na een drie dagen durende periode van schijndood; het treedt uit het lichaam en komt tot uiting in de ijlere of geestelijke lichamen van de neofiet. Dus gaat het hier dan inderdaad om een (hogere) inwijding van Lazarus? Immers, is het niet heel merkwaardig, dat Jezus na het bericht over de ‘dodelijk’ zieke nog twee dagen wachtte?: ‘Toen Jezus dan hoorde, dat Lazarus ziek was, bleef hij daarop nog twee dagen ter plaatse waar hij was’. Wie zal, wanneer hij dringend wordt gevraagd te komen naar een ernstig zieke, niet meteen gaan? Johannes vertelt: ’Toen Jezus dan aankwam, bevond Hij dat Lazarus al vier dagen in het graf lag’. Jezus zorgt er dus voor precies op tijd aan te komen, dit is na drie volle dagen in die toestand van schijndood. Kwam hij later, dan zou dat mogelijk de werkelij- ke dood betekenen, en eerder zou een onherstelbare ingreep in het inwijdingsproces tot gevolg hebben. Als de grafsteen is weggerold, zegt Jezus: ‘Lazarus, kom naar buiten’. Of: ‘kom uit’ in de oude, 17 e eeuwse Statenverta- ling. Dit is een eeuwenoude roep, waarmee de myste uit zijn inwijdingsdood wordt teruggeroepen door de hiërofant. Ook het vervolg past goed in het mogelijke inwijdingsver- haal van Lazarus. Zoals gezegd, beide zussen verwijten Jezus als hij eindelijk naar Bethanië is gekomen, dat hij te laat is: ‘Als je hier geweest was, zou onze broer nog in leven zijn’. Maar dan antwoordt Jezus heel opmerkelijk, en schijnbaar niet ter zake: ‘Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij ge- looft, zal leven, ook al is hij gestorven, en een ieder die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven’. Letterlijk opgevat kloppen deze woorden niet. Want ook wie in Jezus gelooft, sterft natuurlijk, net als ieder ander. En ook een dode, een gestorvene, wordt niet weer levend door ge- loof in Jezus. Zou daarom de betekenis niet eerder zijn: ‘In wie de Christus, de Gods zoon (of Gods dochter!) geboren wordt, díe kan niet sterven’? Immers diens lichaam kan wél sterven, maar zijn eigenlijke Ik, de goddelijke kern – die aan het licht gekomen is – die kan níet sterven en leeft in eeuwigheid. In Lazarus was zijn oude ik, zijn ego, gestorven, maar was de Geest ontwaakt. Lazarus is een Christusdrager geworden; in hem is de Christus geboren. Ten slotte nog een merkwaardige zinsnede uit het Johannes Evangelie in dit centrale 11e hoofdstuk: Thomas dan, genaamd Didymus, zei tot zijn medediscipelen: ‘Laten wij ook gaan om met Hem te sterven’ (vs 16). Meestal wordt ‘Hem’ met een hoofdletter weergegeven (in de Willibrord- vertaling van 1995 nog) om aan te geven dat het Jezus betreft (en niet Lazarus). Maar is het niet veel betekenisvol- ler en juister weer te geven met ‘hem’ (zoals in de Nieuwe Bijbelvertaling 2004 – hoewel daarin nergens sprake meer is van ‘Hij’ en wel van ‘hij’). Dus het gaat hier om Lazarus. Anders weergegeven, of liever omschreven: ‘Laten wij met Jezus mee- gaan, om, net als Lazarus, de inwijdingsdood te ondergaan’. 26 Reflectie 2(1), maart 2005

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=