Reflectie2(1).vp

Wies Kuiper haar bezoek aan de Internationale Hoofdvestiging van de Theosofische Vereniging in Adyar (India), en schrijft priester Gert Jan van der Steen over ‘Het Lijden en de Verering van het Kruis’, met name over de Stille Week. * Carla Brinksma gaat nader in op de feesten van Maria Lichtmis en Pasen, twee feesten die hun wortels al hebben in voorchristelijke tijden. Vroeger beleefden de mensen intens, hoe het nieuwe leven, de lichtkracht uit het duister van de aar- de, Moeder Aarde, omhoog kwam. Moeder Aarde houdt in de midwintertijd de adem in, om in de stilste concentratie de ge- boorte van het nieuwe leven te volbrengen, waardoor de natuur – tegen de zwaartekracht in – in haar opstanding om- hooggestuwd wordt door de warmte van de zon. Door de cul- turen heen hebben de mensen dit proces in een vrouwengestal- te vereerd, vergelijk Isis in Egypte en Demeter bij de Grieken. In de vierde eeuw werd het voorchristelijke, natuurlijke feest verbonden met het Christelijke feest van Maria Lichtmis. En in het Paasfeest gaat het tevens om die geestkrachten welke door een proces van afsterving en verinnerlijking weer tot nieuw leven kunnen komen, zo stelt de schrijfster. Amersfoort geenszins Keihard! * In de januari/februari-editie van het Amersfoortse ‘Maandbericht’ zet priester Parcival van Gessel onder meer de betekenis van het adjectief ‘uitverkoren’ op scherp. “Uitverko- ren zijn roept oneerlijkheid op,” zo stelt hij. “Iets wat mensen over zichzelf zeggen is soms twijfelachtig. Ik vind het twijfel- achtig, als iemand zegt dat hij uitverkoren is. Een beetje eng. In religieuze zin is de inwonende God in jouw verschijning herkenbaar. Merkwaardig om dat over jezelf uit te roepen. Toch doe je dat als je zegt dat je uitverkorene bent, omdat je Christen bent. Wij hebben tot taak een ander uitverkoren te maken. Wij moeten God in de ander herkennen. God vervol- gens in die ander bewonderen en liefhebben. Dan verbinden wij onszelf met de diep in ons wonende God’. Het gebed, waarmee priester Parcival zijn artikel afsluit, zou ik een ‘meeneemgebed’ willen noemen, goed bidbaar, bijv. tijdens file-emoties-achter-het-stuur: “Almachtige God, sterk mij in het herkennen van U in mijn medemens en in alles wat er is, en leer mij de vreugde van die herkenning te vinden, ondanks alle belemmeringen die de herkenning kunnen be- moeilijken. Amen” . * Vreugde is er ook in de Amersfoortse gemeente zelf, want op zondag 13 februari zal Beb Jager uit handen van bis- schop Frank den Outer de acolietwijding ontvangen. Amsterdam bisschopsstad… * In het februari/maartnummer van het kerkblad van de Sint-Gabriëlgemeente in Amsterdam wordt terecht de feest- trompet gestoken, want in haar godshuis wordt mgr. Peter Baaij op Pinkstermaandag 16 mei tot bisschop gewijd. De ge- meenteleden zijn al druk in de weer met voorbereidingen voor de receptie (het naast de kerk gelegen schoolgebouw wordt er zelfs bij betrokken) en er zal een gezamenlijk cadeau de wij- deling en zijn vrouw worden aangeboden * Nora Noya waagt zich in een lang artikel aan de Dood. Zij stelt, dat vroeger de dood en het sterven werden beschouwd als min of meer vanzelfsprekend behorend bij het dagelijkse leven, maar in ons westerse levensgevoel lijkt de drempel naar de dood echter minder gemakkelijk neembaar, wat verband lijkt te houden met een al te sterk geworteld zijn in het materiële bestaan. Een stervende heeft vooral nodig, dat er met geduld, warmte en liefde geluisterd wordt. Volgens Nora Noya zou je het begel- eiden van een stervende kunnen beschouwen als een (christelij- ke?) inwijdingsweg, waarin je meeleeft, meelijdt met de ster- vende. Het is niet zo, dat je altijd aanwezig hoeft te zijn. Vroeg of laat ontstaat er bij de stervende een intense behoefte om met rust gelaten te worden. Als begeleid(st)er moet je je dan ook steeds weer afvragen, of je meer aanwezig, dan wel meer afwe- zig moet zijn. Dus…steeds weer aftasten: zoeken naar een even- wicht tussen de twee uitersten van vasthouden en loslaten. Belangrijk is het zeer zeker, dat je in die laatste momenten dóór jou heen ruimte laat voor dat Andere/de Ander, zodat de stervende de woorden uit Mattheus 27:46 in zijn geest mag laten weerklinken: “Eli, Eli lama sabachtani, mijn God, mijn God, waartoe hebt Gij mij verlaten (in de betekenis van ‘ver- heerlijkt’ worden)?”. Om vervolgens in volle overgave te zuchten: ‘In Uw handen beveel ik mijn geest”. Wij – als ach- terblijvenden – kunnen dan alleen nog maar in verstild ontzag stamelen: “Het is volbracht!”. Ook wij moeten door de dood heen, willen we tot opstan- ding komen. Het helpt ons, om te kunnen beleven hoe Christus – de overwinnaar van de dood – ons is voorgegaan in het door- léven en doorlijden van het duister om opnieuw in het licht te mogen ontwaken, aldus Nora Noya. Rotterdams Requiem * Het februarinummer van het ‘Maandbericht’ van de Sint-Franciscusgemeente in Rotterdam staat grotendeels in het teken van de rampspoed van de Tsunami en van de Offering. * Priester Ronald Engelse wijst ons er in zijn pastorale ar- tikel op, dat we in de Quadragesimatijd oftewel de Veertigda- gentijd vóór Pasen de betekenis en de volheid van het offer leren kennen. De Heer gaat ons voor in deze periode en zijn le- ven en sterven geven ons daarin het voorbeeld. Offering kun je in kleine dingen leren: iets van je vrije tijd offeren om een eenzaam iemand of een zieke te bezoeken; tijd geven om te collecteren; geld geven voor de slachtoffers van de Tsunami of van de ramptoestanden in Kongo, Darfur. En de schrijver maakt daarbij een overstap naar de moslims in Ne- derland, van wie er velen hebben afgezien van het offeren van dieren, om zo het geld dat ze anders aan schapen hadden uitge- geven nu aan de slachtoffers van de rampen in Afrika en Azië te kunnen schenken. * Uit de meditatieve preek, die priester Ronald tijdens de H. Mis van Requiem op 12 januari voor de slachtoffers van de Tsu- nami heeft gehouden, volgt hier de slotbede: “Mensen in Azië – mensen in Afrika; U bent niet alleen; we zien u echt; ‘Kinderen van één Vader – reikt elkaar de hand’. Dan is er echte hulp, want de ziel is machtiger dan de portemonnee. – In eenheid en offering. Onze ziel is deel van de Moeder en zij heeft Haar Zoon voortgebracht, de Heer van Liefde en Mededogen”. * Ter overweging geeft de redactie aan de lezers het arti- kel van Jean Wolters mee, dat de titel ‘Openbaring van Jezus, Maria Magdalena en Maria naar aanleiding van de zeebeving in Azië’ draagt. In deze bijdrage wordt onder meer aandacht geschonken aan het feit dat een groot aantal zielen in zeer kor- te tijd hun lichamen hebben verlaten en dat zij in de spirituele wereld opgevangen en ondersteund zijn door engelen, lichtwe- 30 Reflectie 2(1), maart 2005

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=