Reflectie3(1).vp
Een Christelijke Bodhisattva Johan Pameijer Vijftig dagen na Pasen breekt de Pinksterdag aan. Massaal trekt het volk er op uit. Diep in de harten sluimert het instinct van de nieuwe tijd, die met Pinksteren aanbreekt. Helaas lijkt de esoterische zin van dit grootste van alle feesten te sterven in de algemene onwetendheid. Vraag op straat een willekeurige voorbijganger naar de betekenis van Pinksteren en vragende ogen staren je aan. Tenzij de voorbijganger een vrome Jood is. Zijn ogen lichten op en met een glimlach om zijn mond lispelt hij: “Het zeven-wekenfeest”. In zijn geheugen duiken woorden uit Deutero- nomium 16:9 op: “Van dat de sikkel voor het eerst in het staande koren geslagen wordt, zult gij zeven weken beginnen te tellen. Dan zult gij het feest der weken vieren ter ere van de Here uw God, naar de mate van de gaven die gij vrijwillig geven zult.” Zeven weken na het Paasfeest is de tarweoogst vol- tooid. Met Pasen wordt de sikkel voor het eerst in het staande ko- ren geslagen. Zeven weken daarna is de oogst voltooid. Pinksteren is de vijftigste dag na Pasen. Eigenlijk is het snijden van het graan op de 49ste dag gereed. Dan, op de vijf- tigste dag, verschijnt God op de Sinaï met de wetgeving. Het is het moment waarop de woorden van God openbaar worden gemaakt. Op de vijftigste dag begint de achtste week. En de acht staat in het mystieke denken voor de Nieuwe Tijd. Pink- steren, de vijftigste dag, is de tijd van de Nieuwe Koning, de met olie gezalfde, de Messias. Friedrich Weinreb heeft er op gewezen, dat in het oude Hebreeuws woorden als acht, olie en hemel dezelfde stam hebben. Verwant daarmee is ook de naam van koning Salomo, inderdaad de achtste koning van Israël, die zowaar een intieme relatie aangaat met de koningin van Sheba, de koningin van de Zeven. Zo keren we terug bij het Zeven- wekenfeest, aandui- ding voor iets wat voltooid is, en de overstap naar de vijftigste dag: het Pinksterfeest. Dat verklaart waarom Pinksteren in het boek Handelingen, de grote dag van de uitstorting is. “En toen de Pinksterdag aanbrak, waren allen tezamen bijeen. En eensklaps kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en vulde het gehele huis, waar zij gezeten waren, en er vertoonde zich aan hen tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op een ieder van hen; en zij werden allen vervuld van de Heilige Geest en ze begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.” Ons wordt verteld dat de Geest zich uitstort op die wonder- baarlijke vijftigste dag, waarop alle geheimenissen worden onthuld aan hen, die oren hebben om te horen. Pinksteren is het mysteriefeest bij uitstek. Zo diep en ong- rijpbaar is het geheim, dat de man in de straat er geen vat op heeft. Zelfs predikanten en pastores realiseren zich niet dat Pinksteren het meest boeddhistische feest van de christelijke kalender is. De neerdalende Geest is immers niemand minder dan de Bodhisattva, die het Boeddhaschap ver- smaadt, zolang er nog maar een enkel onverlost wezen op de aarde rondloopt. Waarom dat zo is, springt duidelijk naar vo- ren in de rangorde van de gebeurtenissen in het Christusleven, zoals die in de vier evangeliën beschreven zijn. Na de geboorte met Kerstmis, ondergaat het Jezuskind zijn doop in de Jordaan door zijn inwijdend meester Johannes. De Heili- ge Geest daalt op hem neer en hij “stijgt” op uit het water als een wezen dat lichter is dan lucht. Vervolgens wordt hij verheerlijkt op de berg Tabor, staande tussen de grote wijzen Mozes en Elia. Omglanst en doorstraald van licht transfor- meert hij tot een Zonnewezen. In de weken die volgen zal hij buitengewoon krachtig de kille duisternis van de aarde onder- gaan en onomwonden kondigt hij viermaal zijn lijden aan. De kruisiging geldt als het kernpunt van de inwijdingsmys- tiek in de vier evangeliën. Uit de vier gebeurtenissen: geboor- te, doop, verlichting en kruisiging zal hij herrijzen in de Op- standing, de vijfde grote fase in een machtig ontwikkelings- proces, dat uiteindelijk culmineert in de Hemelvaart. De be- trokkene staat het nu vrij zich terug te trekken in het Konink- rijk der Hemelen, maar Jezus geeft er de voorkeur aan om als een echte Boddhisatva zijn wijsheid terug te geven aan de lij- dende mensheid en dat doet hij op de vijftigste dag, de dag van de oogst, Pinksteren. In het Mahayana-Boeddhisme valt de Boddhisattva’s zo mogelijk meer verering ten deel dan de Boeddha, die zelf de Bodhisattva Amoghasiddhi was. Bodhisattva’s als Avaloke- teshvara, Manjushri, Vajrapani en Amithaba belichamen de grote deugden, die de mensheid vooralsnog ontbeert en die zij dringend moet verwerven. Zij zijn de bemiddelaars tussen he- mel en aarde, de mensheid en de goden en vervullen dus de- zelfde rol, die in het jodendom aan de Messias en in het chris- tendom aan Christus is toebedeeld. Met Pinksteren wordt de geweldige straling van de Bod- dhisattva’s dus actief in de gestalte van de Trooster, die alles terugschenkt wat hij gedurende het ingrijpende inwijdingspro- ces van doop, verheerlijking en kruisiging heeft verworven. De oogst van wat eerder werd gezaaid, wordt in overweldigen- de hoeveelheid aan de mens geschonken. Deze gebeurtenis stempelt Pinksteren tot het feest van de Nieuwe Tijd, in feite het grootste hoogfeest van het kerkelijk jaar. Hoe belangrijk in mystieke zin de 49 dagen wel zijn, komt ook tot uitdrukking in het Tibetaanse dodenboek. Volgens deze traditie, die zich geheel onafhankelijk van de christelijke heeft ontwikkeld, volgt op de 49ste dag na het overlijden en na 49 dagen onderricht aan de dode, een nieuwe incarnatie of, in- dien geen reïncarnatie meer nodig is, volgt opname in het nieuwe leven. Ook in dit geval wordt geoogst. Een ander bewijs vinden we in Mattheus 18:21, waar het gaat over “vergiffenis”. Petrus vraagt aan Jezus: “Hoeveel 17 Reflectie 3(1) voorjaar 2006
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=