Reflectie3(1).vp

9. De weg van de leerling van de christelijke mysteriescholen leidt tot een wandelen met God; maar dan met volle wil en in vol bewustzijn. 10. Een laatste stap is dan: een wandelen als God. 11. De tempel staat immers tegelijk symbool voor de mens die daarin het goddelijke aanbidt; met het altaar als lichaam en het tabernakel als hart. Daaraan kunnen we op dit moment volgens mij toevoegen: 12. “Het wandelen op deze aarde, met mensen die de verant- woordelijkheid op zich nemen door het goddelijke volledig in zich uit te drukken”. Dat plaatst de verantwoordelijkheid bij ons en niet bij God of Christus buiten ons. God dient ons voortdurend. Het gaat erom wat wij doen met de kracht, zachtheid en liefde die God ons alsmaar aanreikt. Om dat te bereiken is innerlijke scholing nodig. Innerlijke scholing is niet iets buiten ons, maar in ons. Binnen in ons is alle kennis aanwezig. De kunst is die omhoog te halen en te benutten voor de wereld. Dat is een proces dat elk mens zelf ter hand kan nemen. Omdat kennis voert tot Waarheid, werkt het meteen bevrijdend. En dat is een wezenlijk doel: een vrij mens te worden. Door jezelf innerlijk te scholen, kom je tot inzicht en daar- mee ruim je heel geleidelijk onwetendheid op. Je gaat begrij- pen hoe de zichtbare en onzichtbare wereld in elkaar zit. Door dat te “zien” wordt je duidelijk wat jouw bijdrage kan zijn; wordt je ook duidelijk waarom je hier bent, en dat geeft een heel andere kijk op God. Doordat het Godsbeeld verandert, verandert je gedrag en levenswandel. Je gaat leven volgens de goddelijke wetten en het brengt je innerlijke vrede. Het zou een prachtige, extra taak voor de Kerk zijn om bij dat proces richtingaanwijzer te zijn. Ook niet meer dan dat, omdat elk mens zelf het pad moet gaan. Niemand kan het voor de ander doen. Maar richting geven aan hen die vragen, steunt het evolutieproces. Door richtingaanwijzer te zijn, kunnen mensen gemakke- lijker het pad vinden en op het pad blijven, waardoor de eigen lichtkracht toeneemt. En daarmee zijn we terug bij wat door Mgr. Leadbeater het belangrijkste doel wordt genoemd: het helpen van de wereld in het algemeen. Nu met mensen die sterke lichtdragers zijn en hun liefde laten stromen. Daar is op dit moment behoefte aan in de wereld, om de chaos op te los- sen en om te vormen tot een wereld waarin we in werkelijke vrede met elkaar leven. Alom wordt er geroepen om vrede. Het besef dringt door, dat we vrede op individuele basis moeten creëren om het ui- teindelijk mondiaal te ervaren. De taak van de Kerk wordt daarmee uitgebreid. Naast lichtverspreider, het realiseren van vrede op aarde. Maar vrede kan niet anders tot stand komen dan door mensen die licht en liefde uit hun hart laten stromen. Dus het oorspronkelijke doel blijft overeind. Er komt wel een component bij, en dat is het eigen en col- lectieve niveau van liefde laten groeien. Maar ook dat is niet nieuw. Het christendom is immers in essentie een religie die draait om lief- de; de volledige liefde zijn zoals Hij Liefde was die ons heeft laten zien tot welk niveau de mens kan stijgen. Volledige liefde worden dat is onze taak. Ons zelf ontwikkelen tot dat niveau van totale liefde is de bedoeling van het christendom. Als Kerk worden we getest op onze dynamiek om dat voor elkaar te krijgen. Dynamisch zijn betekent open staan voor an- dere zaken dan de gebruikelijke en daar iets mee doen. En op het laatste komt het aan: doen. En prompt komt de vraag: hoe bereiken we dat? Vraag dat aan de binnenkant. Start daarom een proces van innerlijke scholing. Want dat betekent letterlijk bij God op school zitten. Je legt bij het naar binnen gaan immers contact met God in je. Door dat te doen wordt ieder persoonlijk de weg gewezen en inzicht aangereikt. Het is door de eeuwen heen beproefd en heeft groten der aarde opgeleverd. Zij staan in de boeken vermeld. Waar het in deze tijd om gaat, is dat mensen die inzichten nu verwerven, en nu vrede realiseren. En dat naar binnen gaan is niet iets wat recent be- dacht is, het werd bij herhaling door Jezus aangereikt in de vorm van: “Ga naar uw binnenkamer en ontmoet daar de Va- der”. Vader en God zijn synoniem. Het “ bij God op school zitten” is een meer eigentijdse uitdrukking. De bijdrage die je als individu kunt leveren, is van wezen- lijke aard, ook op wereldniveau. Wanneer dat wordt aang- ereikt, krijg je vaak te horen dat het een druppel op een gloeiende plaat is en dus niet helpt. Het gaat er ook niet om de plaat aan de bovenzijde af te koelen, nadat hij gloeiend is ge- worden. Het gaat erom ervoor te zorgen, dat de plaat niet zo gloeiend wordt. En dat kan alleen, als de menselijke geest tot bedaren wordt gebracht. Want die maakt collectief gezien de plaat gloeiend. Dus de brander onder de plaat uitdraaien is veel effectiever dan de druppel er naderhand bovenop gooien. Door je eigen individuele geest tot verstilling te brengen, ben je bezig die brander geleidelijk uit te draaien. Doordat meerde- re mensen dat doen wordt het effect merkbaar. Door op die manier jouw bijdrage te leveren, weet je zeker dat je niet die zinloze druppel op de plaat gooit. Je hoeft er niet voor op reis, je kunt het thuis doen. Het lijkt mij best mogelijk de Kerk de extra functie van richtingaanwijzer op het spirituele pad erbij te geven in de ko- mende tien jaar. Doen we dat, dan hebben we bij het honderd- jarige bestaan in 2016 echt iets te vieren. De beslissing die we met Pinksteren 2003 genomen heb- ben, reikt volgens mij verder dan het zelfstandig worden en het wijden van vrouwen. Het raakt de hele mens en daarmee de mensheid. Daarom is het ook verheugend te merken, dat een aantal landen op het noordelijke halfrond zich bij onze stap hebben aangesloten. Hoe groter de groep, des te groter de kracht die we kunnen bieden. Bovendien is het verheugend, dat innerlijke scholing zijn weg gevonden heeft in de opleiding voor de geestelijkheid. Om de extra taak tot stand te brengen is het gewenst dat de geestelijkheid die actief is in onze Kerk samenwerkt. Die samen- werking groeit. Priesters en bisschoppen ondersteunen elkaar, en werken soepeler samen dan enkele jaren geleden. Het is alsof we de gezamenlijke verantwoordelijkheid voelen en van daaruit ac- tief zijn. Kerkgemeenten beginnen onderling samen te werken en dat maakt een vlotte onderlinge uitwisseling mogelijk. Iemand van 90 wordt als een grijsaard gezien. Laten wij duidelijk maken, dat we vitaal zijn en in beweging, op weg naar dat wat oorspronkelijk de bedoeling was: een religie ge- bouwd op liefde. * * * Theo Mensink is priester in de kerkgemeente “St. Maarten” te Utrecht; tevens voorzitter van de Nederlandse Clericale Synode. 21 Reflectie 3(1) voorjaar 2006

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=