Reflectie3(1).vp
Nu we 90 jaar zijn, worden we getest op onze dynamiek Theo Mensink Op 13 februari van dit jaar is de Vrij Katholieke Kerk 90 jaar geworden. Zij is gesticht toen de wereld op z’n kop stond, tij- dens de eerste wereldoorlog. Op het eerste gezicht een vreemd moment om een Kerk te stichten. Maar als dat gebeurt om geestelijke kracht te verspreiden voor de mensheid, is het niet zo vreemd meer. De beide stichters, Mgr. Wedgwood en Mgr. Leadbeater, hadden een duidelijk doel voor ogen. Zij stichtten een Kerk die een ruime mate van gewetensvrijheid biedt. De leden van de Kerk wordt volkomen vrijheid geboden, in het bijzonder ook wat betreft de uitleg van de H. Schrift, de geloofsbelijde- nissen en de liturgie. De Kerk is van mening dat de gods- dienstvormen gelijke tred moeten houden met de groei en de verlichting van de mensheid. De Vrij-Katholieke Kerk tracht haar leden te helpen het goddelijke Licht in zich te verwerke- lijken. Daarbij hebben de erediensten een drieledig doel: (1) Het aanbidden, loven en eren van God; (2) De aanwe- zigen tijdens de diensten te helpen; (3) Het helpen van de we- reld in het algemeen, door gezamenlijk een stroom van geeste- lijke kracht uit te storten over de omgeving. Kerken worden doorgaans gesticht om God te eren. De in- valshoek van onze stichters was duidelijk ruimer. Licht ver- spreiden ten dienste van de mensheid, die individueel en col- lectief bezig is te evolueren naar een hoger niveau van mens- zijn. Hoe verder een mens in bewustzijn stijgt, hoe meer zicht er ontstaat op de betekenis van de goddelijke wetten. Daarom bidden wij elke zondag in het gebed voor de vrede, om de mensheid te leiden naar het verstaan van die goddelijke wet- ten, opdat vrede en goede wil op aarde mogen heersen. Het streven naar een hoger bewustzijn is in overeenstem- ming met de goddelijke wetten. God heeft die wetten gestruc- tureerd en die aan iedereen geschonken als wezenlijk deel van het inwonende Licht. Dat biedt ons de kans onze goddelijk- heid uit te drukken in overeenstemming met die wetten. Daar- mee dienen we de mensheid. Dus ieder van ons kan dienaar zijn van het geheel waar we deel van uitmaken. De grootste dienaar is Christus, Die zich- zelf voortdurend offert (aanreikt) als de eeuwige Hogepriester. God onderhoudt en steunt door die aanreiking alles wat ge- schapen is. Zo wordt het in stand gehouden. Wij loven en eren God om die reden. Vanuit die visie zijn wij individuele licht- dragers, die uit vrije wil kunnen werken aan het versterken van het licht in ons, ten dienste van het geheel. Door dat samen te doen, in kerkverband, wordt dat licht tot een bundel en onder- steunt de evolutie van de mensheid met meer kracht dan wan- neer we dat alleen doen. Dit samen doen is een essentieel aspect van ons kerk-zijn. Daarnaast beseffen we steeds beter dat het van belang is te werken aan onze eigen ontplooiing. Dat ont- plooien brengt het licht naar buiten. Dat ontplooien vindt plaats door het mannelijke en het vrouwelijke in ons zelf in evenwicht te brengen. In dat proces van ontwikkeling hebben we met Pinksteren 2003 een stap gezet naar zelfstandigheid en ons tijdelijk losgemaakt van het internationale geheel, dat be- kend staat onder de naam Liberal Catholic Church. Dat zelfstandig worden had een diepe grond. (Het motief was in de eerste plaats de discriminatie van de vrouw op te heffen), maar er zit méér achter). We zochten en zoeken naar een vollediger beeld van ons menszijn en naar een manier om dat uit te drukken. Een mens die liefde wil uitdrukken in zijn dagelijks leven. Zodra het innerlijke evenwicht er is tussen het mannelijke en het vrouwelijke, stroomt de liefde vanzelf uit de mens, die niet langer “onvolledig” is, maar “meer heel”. De drang naar deze heelheid was voldoende sterk om ervoor te zorgen, dat we de zelfstandigheid hebben opgezocht en daar- bij tegelijkertijd vrouwen evenals mannen de mogelijkheid wil- den bieden om gewijd te worden tot priester en tot bisschop. Nu we die stap gezet hebben, worden we op onze dyna- miek getest om te zien hoe we verder gaan op het pad naar heelheid. Vasthouden aan de bestaande patronen brengt geen verandering. Er moet iets worden losgelaten en iets worden toegevoegd, anders doen we wat we al 90 jaar doen. Dat was goed, maar nu is er iets meer nodig, aanpassingen. Als we dat doen, sluiten wij aan bij de mening van onze vroegere voorzit- tende bisschop en medestichter van de VKK, Mgr. C.W. Lead- beater. Hij schrijft in 1924: “Wij zijn van mening dat de godsdienstvormen gelijke tred moeten houden met de groei en de verlichting van de mensheid” . De essentie daarvan is, dat we het goddelijke in de medemens zien en tegelijkertijd het goddelijke in onszelf naar buiten brengen. We stellen daarmee God in de mensheid centraal. Ieders inwonende Licht wordt steeds meer van belang. In het artikel van Ben Fisser over “Groei en Metamorfose van de godsdienst” in het decembernummer van Reflectie van 2005, eindigt hij met een opsomming van de ontwikkeling van de gods- dienst door de eeuwen. De essentie van die metamorfose geeft hij in een opsomming weer. Die opsomming wordt hier herhaald: 1. God schept de mens naar zijn gelijkenis. 2. De mens wandelt in droombewustzijn met goden. 3. De mens aanbidt de goden in hun verschijning in de natuur . 4. Er wordt een speciale plek in de natuur aangewezen voor de verering van de goden. 5. De goden wordt een huis, en tempel, aangeboden; hierin wonen zij en het volk blijft buiten om hen te vereren. 6. Het heiligdom wordt steeds meer opengesteld en de mens komt steeds verder naar binnen. 7. De priester heeft de gemeente nodig in zijn rituele handeling, want in het heiligdom werken priesters en gemeente samen om de Geest van God te ontvangen; de priester is gewijd om daartoe een kanaal te kunnen zijn. 8. Als de gemeente in de natuur delen van de mis viert, ervaart zij de aanwezigheid van God om haar, maar nu ook in haar. 20 Reflectie 3(1) voorjaar 2006
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=