Reflectie3(1).vp

De Vrij-Katholieke Kerkmuziek Frans J. Wertwijn* Iets te schrijven over de muziek die in de VKK wordt gebruikt, is helemaal niet zo’n eenvoudige opgaaf, temeer daar ik niet beschik over historische bronnen met betrekking tot de keuze van de gezangen sinds het ontstaan van de Kerk in 1916. Toen ik in 1952 voor het eerst met de VKK kennismaakte - in de St. Gabriëlkerk te Amsterdam – was er al een gezangen- bundel, in 1948 uitgebracht door de Stichting Ruysbroeck te ’s Gravenhage. Deze bundel Gezangen in gebruik bij de Vrij- Katholieke Kerk, was geheel met de hand gekalligrafeerd, zowel notenbeeld als tekst, en bevatte 100 gezangen voor alle zonda- gen van het kerkelijke jaar, waaronder natuurlijk ook de feest- dagen. Er is veel “leentjebuur” gespeeld en dat kon natuurlijk ook niet anders. Zo treffen we in genoemde bundel o.a. een ge- zang aan, ontleend aan het Anglicaanse gezangenboek Ancient & Modern , met de titel ‘Jezus leeft, de Paasklok luidt!’ ( num- mer 74). Dit gezang is in de vernieuwde kleine gezangenbundel van 1960 al niet meer opgenomen. De charme van de oude bun- del uit 1948 is, dat – zoals al aangegeven – álles met de hand was geschreven. De oudere kerkgangers zullen zich deze mooi verzorgde bundel stellig herinneren. Het boekje had een harde kaft in chamois-kleur met een mooi vignet, bestaande uit een aeolusharp midden op een kruis, waarvan de uiteinden ook weer kleinere kruisen vormden, goudbedrukt. Daaronder in gestileer- de letters, bruingedrukt: “Gezangen in gebruik bij de Vrij-Kat- holieke Kerk”. De uitgave droeg de goedkeuring van de bisschoppen F.A. Brandt en A. Vreede. Uiteindelijk volgde er behoefte aan een meer aan de tijd aangepaste gezangenbundel, en zo verscheen er een nieuwe bundel met Pinksteren 1960, goedgekeurd door mgr. A. Goet- makers. Het boekje had een blauwe kaft en begon met een ge- dicht van Guido Gezelle: “O lied, o lied, gij helpt de smert wanneer de rampen raken. Gij kunt, o lied, de wonde in ’t hert, de wonde in ’t hert vermaken”. Mijns inziens een beetje buiten de orde vallend gedicht voor een kerkelijke gezangen- bundel, maar op zich een waarheid als een koe! Ook dit ge- zangenbundeltje met 185 gezangen heeft het vrij lang volgehouden, te weten tot 1992. Er was toen wederom behoef- te aan vernieuwing van de gezangenbundel ontstaan en men besloot daartoe een commissie in het leven te roepen, bestaan- de uit Frits Evelein, Frank den Outer, Theo Singendonk en schrijver dezes. De orgelbegeleidingen bij de nieuwe bundel werden verzorgd door Karen den Outer, waarbij een dankbaar gebruik werd ge- maakt van het “Groot Orgelboek” van het protestantse Liedboek voor de kerken uit 1973. In de loop van de voorbereidende jaren wisselde de samenstellingen van de commissie af en toe. Gekozen werd voor een losbladige bundel in ringband, zo- als die nog steeds bij de kerkgemeenten in gebruik is. Deze keer werd het een bundel van 206 gezangen, doch circa 40 ge- zangen zijn niet uit de oude bundel van 1960 overgenomen, wat voor sommige kerkgangers wel een gemis betekende, maar er werden wél een zestigtal andere, meest eigentijdse ge- zangen van componisten en bewerkers uit eigen kring toege- voegd. De nieuwe losbladige bundel verscheen met Pinksteren 1992, goedgekeurd door de toenmalige regionaris, mgr. J.Ph. Draaisma. Voor nadere informatie zij hier verwezen naar het “Ter verantwoording” vóór in de bundel door de Commissie. De muziek van de H. Mis en andere diensten Voor wat betreft de muziek van de H. Mis (korte en lange vorm) en andere diensten moeten wij zijn bij mgr J.I Wedgwood. Hij heeft voor deze diensten geput uit de liturgi- sche muziek van respectievelijk de Anglicaanse en de Rooms-Katholieke Kerk in Engeland. In de H. Mis, en ook in de Vespers en de Metten, zijn nog typische gregoriaans melo- dische wendingen te bespeuren. Zo zijn in de H. Mis het Kyrie en natuurlijk het Ite missa est ontleend aan de RK kerkmuziek in Engeland. Alleen van het Gloria in Excelsis zou C.W.Lead- beater de componist kunnen zijn, gezien een aantekening in één van de orgelmuziekboeken van de VKK. Wel wordt hij vermeld als (mede)tekstdichter van diverse gezangen, speciaal die van de vrij-katholieke St. Alban Hymnal. Aan de oorspronkelijke VK-liturgie is gewekt door Lead- beater en Wedgwood; de laatste heeft theologie gestudeerd en promoveerde aan de Universiteit van Parijs aan de faculteit voor Muziekwetenschappen (dissertatie over orgelpijpenregis- tratie). Hij was organist in de Oude Kerk van York Minster. Het is dus waarschijnlijk dat hij - en niet Leadbeater -verant- woordelijkheid is geweest voor de VK liturgische muziek. Er zijn ook vele Anglicaanse invloeden te vinden en com- plete hymnen uit de Anglicaanse traditie o.m het Adoro Te (Hymns 13 uit Ancient & Mordern, New Standard, 2e druk 1990; de 1e was van 1861), gecomponeerd door W.H. Monk (1823-1889). Het Adeste Fideles is op de melodie van het be- kende kerstlied, dat ook te vinden is in Anglicaanse en Neder- landse liedbundels. Verder is het wellicht vermeldenswaard, dat een engelse VK priester en componist, Richard Haal, een zg. ‘folk-setting’ van de H. Mis (korte vorm) heeft gecomponeerd (1964) met een omvang van slechts vijf tonen (een kwint). Die Mis is een keer tijdens een Clericale Synodebijeenkomst in de zomer eind jaren zestig gezongen door Frank en Karen den Outer en nog een derde, echter zonder veel navolging. Wel nog een keer in de VK gemeente Arnhem. Deze setting is wel heel geschikt voor zgn. ‘a capella zang’ (dus zonder orgelbegeleiding). Over de VK kerkmuziek valt ongetwijfeld nog veel meer en meer gedetailleerd te zeggen. Ik wil het echter hierbij laten, met dankzegging aan mgr. Frank en em. priester Henk Schreu- der voor aanvullende gegevens. * Drs. Frans Wertwijn, priester, is door de redactie gevraagd een artikel te schijven voor Reflectie over de liturgische muziek van de VKK. Hij is docent Zang- en stemvorming aan het VK Instutuut voor Educatie. 24 Reflectie 3(1) voorjaar 2006

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=