Reflectie3(1).vp
de as waar iets omheen draait. De term is ontleend aan de Duitse psychiater en filosoof Karl Jaspers (1883-1969), die spreekt van de Achse der Weltgeschichte, de ‘as’ of de ‘spil’ van de wereldgeschiedenis. In het Engels axis, vandaar, in het Engels, the axial age. Gelukkig legt het boek het ook kort uit. Het gaat dan om de religieuze omwenteling die zich voorge- daan heeft in de duizend jaar voor het begin van onze jaartel- ling. In die periode, van de achtste tot de tweede eeuw voor Christus, zouden in nagenoeg alle godsdienstige tradities de ri- tuelen geleidelijk aan verinnerlijkt zijn geraakt. De kern van de betrokken godsdiensten is in die periode verschoven van nadruk op de strikte uitvoering van het godsdienstige ritueel naar het benadrukken van de noodzaak compassie, barmhar- tigheid, op te brengen jegens de medemens. Althans, zo is wat we van die geschiedenis weten, op te vatten. Maar, zo vraagt Armstrong zich af, hoe kunnen de wijzen van de spiltijd, die onder zulke andere omstandigheden leef- den, licht werpen op onze huidige situatie? Waarom zouden we ons tot Confusius of de Boeddha wenden om hulp? Een studie naar deze lang vervlogen periode kan toch alleen maar een oefening in geestelijke arceologie zijn, terwijl wat we no- dig hebben de schepping is van een innovatiever geloof, dat de realiteit van onze wereld weerspiegelt. De profeten, mysti- ci, filosofen en de dichters van de spiltijd waren zo vooruit- strevend en hun visie was zo radicaal, dat latere generaties de neiging hadden water bij de wijn te doen. Daarmee creëerden ze vaak precies het soort religiositeit waar de hervormers uit de Spiltijd vanaf wilden. Dit is wat er naar haar mening in de moderne wereld gebeurde. De hervormers uit de Spiltijd had- den niets met dogma’s en theologische overtuigingen. Armstrong wijst erop, dat we bereid moeten zijn te veranderen, zoals ook de hervormers dat nastreefden. Zwarte bladzijden — Wat zou kunnen storen is, dat Armstrong wel wat luchtig omgaat met begrippen als barm- hartigheid en liefde, die alle religies gemeen zouden hebben. In de praktijk is dit wel even anders en dat verklaart wellicht ook haar benadering van de Islam. Zou Armstrongs opvatting, dat het in alle godsdiensten ‘eigenlijk’ om naastenliefde en barmhartigheid gaat, of zou moeten gaan, niet een wat naïeve projectie van haar eigen opvattingen kunnen zijn? Anderzijds kan het ook weer geen kwaad om de religies vanuit een positieve invalshoek te benaderen, zoals Armstrong dat bewust doet. Ook wijst ze op de zwarte bladzijden die de meeste religies kennen. Aan het eind van haar intrigerende boek wijst Armstrong op de tijd van grote angst en verdiet waarin we leven. De Spil- tijd liet ons het lijden onder ogen zien, dat onlosmakelijk ver- bonden is met het menselijk bestaan. Alleen als we onze eigen pijn toelaten, kunnen we leren meevoelen met anderen.Vroeg of laat zal bij ons allen het leven worden getekend door leed, zelfs in de beschutte gemeenschappen in de westerse wereld. De Spiltijd-wijzen zouden tegen ons zeggen, dat we hier niet boos over moeten worden, maar het moeten zien als een religieuze kans. We moeten ons verdriet niet laten gisten tot het uitbarst in de vorm van geweld, intolerantie en haat, maar een dappere poging doen om het constructief te gebruiken. Auschwich, Bosnië, en de vernietiging van het World Trade Center hebben onthuld hoe duister een mensenhart kan zijn. Als relige licht moet brengen in onze versplinterende wereld, moeten we op zoek gaan naar ons verloren hart, zoals Mencius ooit opperde, de geest van mededogen die de spil vormt van al onze religieuze tradties. De grote transformatie is verder een heel boeiende ontdek- kingsreis naar de vroege ervaringen van de mensheid, hun ver- langens, zelf opgelegde plichten en inspirerende oplossingen. Geschreven in de stijl die zo kenmerkend is voor Armstrong: erudiet en uiterst toegankelijk. Karen Armstrong. De grote Transformatie. Het begin van onze religieuze tradities .De bezige Bij, 2005. De mens en zijn mogelijke evolutie Ouspensky’s ontmoetingen met Gurdjieff in 1915 was van be- slissende betekenis voor zijn verdere leven. Gurdjieff wordt zijn leermeester en er gaat een nieuwe wereld voor hem open. Deze ontmoeting en de daaropvolgende samenwerking met Gurdjieff wordt uitvoerig beschreven in ‘Op zoek naar het wonderbaarlijke’, dat de meest betrouwbare bron werd voor de bestudering van Gurdjieffs leer. ‘De mens en zijn mogelijke evolutie ‘ bevat een beknopte en heldere samenvatting van de belangrijkste ideeën uit Gurdjieffs leer. Hierin wordt o.a. op de volgende vragen ingegaan: wat is bewustzijn? wat is zelf- kennis? kan de mens zichzelf veranderen? welke mogelijkhe- den heeft de mens om te evolueren? P.D. Ouspensky. De mens en zijn mogelijke evolutie . Syn- these, 2005. * * * De Kerk van St. Mary's te London 46 Reflectie 3(1) voorjaar 2006
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=