Reflectie 3(4).vp

Hoe het geestelijke klimaat rondom de vorige eeuwwisseling het begin van onze Kerk beïnvloedde Frank den Outer De VK Kerk is ontstaan in een ‘geestelijk’ klimaat dat heerste rondom de vorige eeuwwisseling. Degenen die onze kerk in 1916 stichtten – stichtingsdatum is achteraf zó vastgelegd – leefden, ruim genomen, in diezelfde periode rondom de vorige eeuwwisseling, een tijdsperiode die natuurlijk sterk verschilde van de onze, nu. De gedachtewereld van toen in West Europa en Amerika vinden we terug in de the- ologie, de leer en liturgie van onze VK Kerk, die werden gefor- muleerd en samengesteld in de beginjaren ‘20. De stichters hadden toen de leeftijd van ca. 40 jaar (Wedgewood) en ca. 70 jaar (Leadbeater) en moeten dus goed op de hoogte zijn geweest van het heersende, geestelijke klimaat. Het bijzondere is echter dat zij het toepasten op het Christendom – daarin ligt de grote verdienste van hun werk, waar we nu nog steeds de vruchten van plukken. Zij hebben de heersende denkbeelden sameng- ebracht en verder ontwikkeld in wat we nu beschouwen als VK theologie, leer en liturgie; ze zijn verwoord in de bekende wer- ken [1], [2] en [3], alle gepubliceerd in de (begin) jaren 20 van de vorige eeuw, en niet in het minst ook tot uitdrukking ge- bracht in de liturgie van de H. Mis, die de traditioneel katholie- ke vorm verder overigens heeft behouden. De periode van ruim vóór en ná de vorige eeuwwisseling is beschreven in een gedetailleerde en goed gedocumenteerde stu- die [4], maar noemt ook het eraan voorafgaande Modernisme van de 19 de eeuw met een zwaartepunt op het rationele. De stu- die gaat o.m. in op de belangrijke stroming, de theosofische, letterlijk ‘leer over God’, maar meer toepasselijk omschreven als ‘goddelijke wijsheid’ of ‘wijsheid van de goden’; en theoso- fie is zelf min of meer een wijsheidsreligie. Ook oosterse gods- diensten werden in die periode omarmd en esoterisch geduid - in bijzonder het Boeddhisme dat opnieuw ‘esoterisch’ werd be- studeerd, (zie de veelzeggende titel van het boek Het Licht van Azië ). Maar gold ook het Christendom - het orthodoxe Chris- tendom had immers gefaald. Verder ontstond er belangstelling voor een vergelijkende godsdienst ‘wetenschap’; religie, een zaak van het verstand, werd rationeel, wetenschappelijk bena- derd. Meer gericht op de VKK kan worden gewezen op het later verschijnen van een ons zo bekende ‘wetenschap’ van de sacra- menten [2.1]- rationeel, schematisch en m.i. ook zakelijk. Het meer algemene ‘esoterische’ Christendom, in [2.3], maakt on- derscheid tussen de geschiedkundige, mythische, mystieke en kosmische Christus. Ook blijkt dat het Oosten als het ware werd ontdekt en grote aantrekkingskracht uitoefende. Het mensbeeld kreeg een wijds perspectief: de ontwikkeling van de mens kon uitmonden in volmaaktheid waarvan de meesters of mahatma’s de voorbeelden zijn. De genoemde studie [4] gaat hierop, zoals al gezegd, in de- tail op in en verwijst naar zijn bronnen in een bibliografie van 24 bladzijden! Een lang en m.i. karakteristiek en interessant citaat uit dit boek, volgt nu in vrije vertaling en in het originele Engels. *** Aan het eind van de 19 de eeuw werd door Britse en West- Europese denkers gezocht naar rationele verklaringen voor de wereld waarin zij leefden. De radicale ideeën van Darwin had- den de traditionele godsdienstige visies aan het wankelen ge- bracht. Freud ontwikkelde zijn vernieuwende modellen van het bewuste en het onbewuste, en de antropoloog Frezer deed systematisch onderzoek naar magie, mythe en ritualen. Waarom was men in deze periode zo geabsorbeerd door metafysisch onderzoek, ongewone spirituele ervaringen en oc- culte experimenten? Een betrokkenheid op het occulte was het leidmotief van de intellectuele avant-garde. Nadruk leggen op de spirituele aard van het occulte reveil is terecht. Occultisme ging samen met een speciale visie op het heelal en de plaats van de mensheid daarin - een visie die, zij het vaag, religieus genoemd kan worden. Inderdaad, het zou niet juist zijn om het religieuze of spirituele van occultisme te ontkennen. Het is een feit dat mannen en vrouwen tot occultis- me werden aangetrokken, zelfs de seculiere spirituelen, door de belofte van bovenaardse werkelijkheden. Spiritualiteit heeft overduidelijk te maken met het voortbe- staan van de individuele geest, en bij gevolg benadrukt ‘mystiek’ onderzoek de mogelijkheid van een bestaan na de dood. Evenzo zochten parapsychologische onderzoekers be- wijs voor de onsterfelijkheid van de ziel, en mogelijk allen zochten troost of betekenis in een kille materialistische wereld. Maar hoe onweerstaanbaar de omschrijving van occultisme als ‘een surrogaat geloof’ ook mag zijn, het kan niet helemaal het ontstaan verklaren van een soort ‘mystieke vernieuwing’ rond- om de vorige eeuwwisseling. In het bijzonder kan het niet ver- klaren de geheel andere vorm die het aannam aan het eind van die eeuwwisseling. Een religieus of spiritueel verlangen kan misschien helpen om te begrijpen waarom iemand in deze tijdsperiode tot het occulte werd aangetrokken, maar dat kan niet helemaal verklaren de significante verschillen tussen spiri- tualisme en ‘mysticisme’. Meer in het bijzonder religieus ver- langen verklaart niet de specifieke uitdrukking van ‘mystieke’ vooringenomenheid . Een Godloos universum was zeker een belangrijke factor, maar de nieuwe ‘spirituele beweging’ vormde een verschijnsel dat met zekerheid fin-de-siècle was. Het ‘mystieke’ reveil werd gekarakteriseerd door het sa- mengaan van vele van de meest significante laat-Victoriaanse intellectuele trends en modieuze belangstellingen. Het was sterk op het spirituele gericht, maar toonde minachting voor materialisme en positivisme naast enthousiasme voor de vor- deringen in de natuurwetenschap. Het mystieke reveil bleek ook gevoelig voor het filosofisch idealisme en vitalisme. Fol- klore, antroposofie, Egyptologie, filologie, en de vergelijkende godsdienstwetenschappen hadden elk hun plaats in een mysti- cisme dat zowel georiënteerd was op het Oosten als het Wes- ten, maar een Oosters ‘mysticisme’ zoals gezien door een Europese bril- India en de mysterieuze Oriënt werden gero- mantiseerd. Dat uitte zich in een algemene interesse in Theo- sofie en Oosterse filosofieën van verschillende aard … en 12 Reflectie 3(4) winter 2006

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=