Reflectie 3(4).vp
Het priesterschap - waarom bleef dat eeuwenlang voorbehouden aan mannen? Beschouwingen bij de komende priesterwijding van de tweede vrouw in onze Nederlandse Kerk Frank den Outer Binnenkort zal er voor de tweede keer in de Vrij-Katholieke Kerk in Nederland de priesterwijding plaatsvinden van een vrouw. Zulk een gebeurtenis zal voorlopig nog iets bijzonders blijven, ook na de historische eerste wijding van een vrouw, ruim een jaar geleden. En nog niet alle kerkgemeenten in ons land hebben een heilige Mis kunnen ervaren opgedragen door een vrouwelijke priester. In de hele geschiedenis van de Kerk waren het uitsluitend mannen die de Mis opdroegen; en nu kan het ook anders. We kunnen ons afvragen waarom dat zo is – welke redenen daaraan ten grondslag liggen. Verwacht u, lezer, echter niet een bevredigend antwoord op de vraag waarom in de overgrote meerderheid van de Kerken – inclusief de Vrij-Katholieke – vrouwen worden uitgesloten van het priesterambt. Immers, de kerkelijke leer van geen enkele Kerk spreekt zich daar duidelijk over uit, evenmin die van onze eigen Liberal Catholic Church, met uitzondering van een aspect dat echter niet als een officieel argument naar voren is gebracht, maar bij velen van ons bekend is. Ik kan u nu al zeggen dat een beslissend argument tegen vrouwenwijding de kerkelijke traditie is. Toch worden op vele plaatsen, en al sinds een paar decennia, vrouwen tot priester zijn gewijd, zij het nog op zeer kleine schaal. In het volgende komt het standpunt en de ‘stand van za- ken’ bij verschillende Kerken wat dit aspect betreft ter sprake. De LCC/ VKK in Nederland In januari 2007 zal onze Kerk in Nederland twee vrouwelijke priesters tellen. Het zal wel enige tijd duren voordat we dit als niet meer bijzonder gaan beschouwen; ook duurde het enige tijd de wijdingen voor iedere geschikte kandidaat open te stel- len, nadat dat voor het eerst ter sprake werd gebracht tijdens een vergadering van de Algemene Bisschoppelijke Synode. Die ABS vond dertig jaar geleden plaats, in de USA. Toen is het niet zover gekomen, nu wel, sinds midden 2003. Maar dat geldt nog alleen voor een deel van de gehele LCC die ons, sa- men met de aangesloten kerkprovincies, daarom beschouwt als gescheiden van de ‘moederkerk’, uitsluitend op grond van het voor ieder openstellen van alle wijdingen. Vóór midden 2003 bestond al een paar jaar de door de LCC ingestelde Orde van Onze Lieve Vrouwe (the Sacred Order of our Lady) die vrouwen toeliet wijdingen te ontvangen tot en met die van diaken, zij het in een liturgische vorm afwijkend van de alou- de vorm voor mannen, en met afwijkende namen. Het hoogste ambt in deze Orde, dat van diacones, komt enigszins overeen met dat van de diaken. De Sacred Order of Our Lady wilde een (in)wijdingspad voor vrouwen bieden, dat teruggrijpt op de voorchristelijke traditie. De reden het priesterschap alleen aan mannen voor te be- houden is binnen de LCC, zoals al gezegd, formeel nooit ver- woord, al was ruim bekend dat die gebaseerd is op de helderziende waarnemingen van een van de stichterbisschop- pen. Hieruit werd geconcludeerd dat vrouwen geen geschikt voertuig kunnen zijn van de goddelijke krachten aan het altaar (tijdens de consecratie), nader gespecificeerd door te wijzen op de etherische krachtstromen bij vrouwen, die anders verlo- pen dan bij mannen. Zijn conclusie van toen (begin vorige eeuw) kan mogelijk mede zijn beïnvloed door het vroeg- Boeddhistische geloof dat hoe spiritueel ontwikkeld een vrouw ook is, zij nooit verlichting kan bereiken, tenzij herbo- ren in een mannelijk lichaam. Dit geloof is nu binnen het huidige Boeddhisme echter geheel verlaten. Geen bevredigende redenen Wat ook wel eens naar voren wordt gebracht, is dat het sacra- mentele priesterschap, in het bijzonder bij het Sacrament van het Altaar, het evenwicht tussen het mannelijke en het vrouwe- lijke tijdens de heilige Mis, tussen het gevende priesterkoor en de ontvangende gemeente mogelijk maakt. Dat kan dan alleen wanneer dat priesterschap door mannen wordt vervuld. Dat de gemeente doorgaans door vrouwen én mannen wordt ge- vormd, schaadt blijkbaar dat evenwicht niet. Geen van beide redenen hier gegeven waarom het priester- schap aan mannen voor te behouden, is m.i. bevredigend. Dat vrouwen eeuwenlang zijn uitgesloten van bepaalde beroepen, afgezien van hun noodzakelijke ‘beroep’ van het ter wereld brengen van kinderen en voor hen zorg te dragen, is sociaal bepaald. Dat geldt ook voor het priesterschap. Jezus’ twaalf discipelen waren ook uitsluitend mannen, maar zoals nu hoe langer hoe meer duidelijk is geworden, de meest spirituele en hoogst ingewijde volgeling van Jezus was een vrouw: Maria Magdalena. Dit is pas betrekkelijk kort geleden duidelijk ge- worden, want de (westerse) Kerk heeft haar lange tijd gete- kend als zondige vrouw, een zondares, een prostituee. Verkeerde vertalingen in de canonieke Evangeliën is hier ten dele debet aan, maar ook een 6 de -eeuwse uitspraak van de paus ¹. De sociaal bepaalde afwijzende houding van de discipelen tegenover haar - ‘Moeten wij naar een vrouw luisteren?’ - komt duidelijk naar voren in het aan haar toegeschreven (gnostisch) Evangelie ² : Hij (Petrus) vroeg hun over de Verlosser: ‘Zou hij werkelijk buiten ons om en niet openlijk met een vrouw gesproken hebben? Moeten wij ons soms omkeren en allemaal naar haar luisteren? Heeft hij aan haar de voorkeur gegeven boven ons?’ Toen huilde Maria en zei tegen Petrus: ‘Mijn broeder Petrus, wat denk je? Denk je dat ik het zelf in mijn hart bedacht heb of dat ik leugens vertel over de Ver- losser?’ Levi nam het woord en zei tegen Petrus: ‘Petrus, jij bent altijd zo heetgebakerd! En nu zie ik weer dat je redetwist met deze vrouw als met tegenstanders. Als de Verlosser haar waardig bevonden heeft, wie ben jij dan om 14 Reflectie 3(4) winter 2006
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=