Reflectie 3(4).vp

Een ‘Zoon’ is ons gegeven Frits Moers Kerstmis … in vrijwel de hele ‘westerse’ maatschappij gezien als een begrip met een soort magische klank. Plotseling voelen we ons vaak anders dan anders, “gelovig” of “ongelovig”, in welke situatie dan ook. Maar wie zich bezint op het wezen van Kerstmis, ziet het eerder als een Mysterie met een magische Kracht . De christelijke wereld laat het gezang klinken: “ ‘Christus geboren’, zingen d’Englenkoren". Maar ik geloof er niets van, dat de Engelen dát gezongen hebben, tenzij ze Jezus bedoelden. Christus is immers van alle tijden, vanaf (het) Begin, vóór de eerste tijden der aarde. Een kind is ons geboren Zo zegt Jesaja (9:6), lang vóór het zgn. Nieuwe Testament: “ … een kind is ons geboren …”. Zou hij, als profeet, niet gezegd moeten hebben: “Een kind zál ons geboren (gaan) worden”? Nee, heel duidelijk: een kind ìs ons geboren. Dat kind zit in ons, vanaf den beginne. En … wij zijn dat kind, liggend in de armen van de Vader en de Moeder, met nog gesloten of soms zwakjes geopende oogjes die nog niet ‘scherp’ kunnen stellen. Zoals bij een baby zal zich dat ge- zichtsvermogen, in de kern aanwezig, moeten ontwikkelen. En Jesaja (9:6) zegt meer, niet slechts “een kind is ons ge- boren”, maar meteen daarna: “een zoon is ons gegeven”. Ik heb niets tegen kerststalletjes, vaak mooie kunstwerken die je een heerlijk en innerlijk gevoel kunnen geven. Maar, ligt daar in die kribbe nu een mannelijk kindje, dat wat erg vroeg ‘Christus’ wordt genoemd? Zoals we weten heeft “Zoon”, als spiritueel begrip, niet te maken met mannelijk en vrouwelijk. “Zoon” is de getransfor- meerde mens, de nieuwe “Adam”, tot een Zoon Gods gewor- den, tot een ‘Christus’. Een ‘Zoon’ is ons gegeven Dan terug naar Jesaja: “Want een kind is ons geboren , een zoon is ons gegeven .” ‘Vet’ drukken wordt vaak gezien als een onderschatting van de lezer. Maar we lezen vaak ook zo makkelijk heen over woorden. Er staat dus duidelijk niet dat een zoon ons geboren is. Een ‘zoon’ is ons gegéven . Hebben we dan een ‘zoon’ ont- vangen? Als de een geeft, ontvangt de ander toch? Of is er, vanuit die kerstboodschap, een andere invulling van het begrip “gegeven” bedoeld? De betekenis namelijk van “ ’n gegeven”, ons ‘gegeven’. Een ‘Zoon’ is ons gegéven, onze opdracht, de opdracht die ‘Zoon’ in ons te baren; geboorte, het tijdloze kerstmis. Het ‘kind’ is (in) ons geboren, maar dient op te groeien tot volwassenheid om in staat te zijn te baren, de ‘zoon’ te baren. Het ‘kind’ hebben we “om niet” ontvangen, de ‘Zoon’ moeten we voortbrengen. Onze Maagd zal zwanger worden Opnieuw Jesaja (7:14): “ En zie, een maagd zal werkelijk zwanger worden en zij baart een zoon”. Die maagd Maria in de kerststal? Als verzinnebeelding: ja. Maar de maagd is de geestelijk reine mens, in haar / zijn ziel. Het ìs de ziel in ons. Maar wil een maagd kunnen baren, dan zal zij tot vrouw moeten worden, tot een vruchtbare vrouw. Het verlangen te baren kan niet worden verwezenlijkt zonder rijping en vrucht- baarheid. Merkwaardig, dat in het gegeven van Kerstmis meteen dat uiteindelijke Sacrament, dat zevende, als laatste, dat van het “hemelse huwelijk in het bruidsvertrek” (Evangelie van Phi- lippus) ligt besloten. Het innerlijke huwelijk tussen onze ziel en de goddelijke Geest. De maagd (ziel) zal immers “overschaduwd” worden door de Heilige Geest. Het ‘Kind’ zit in ons aller ziel. En wat dát betreft zouden de Engelen terecht gezongen kun- nen hebben: “Christus geboren”. Maar hoe het ook zij: Een kind is ons geboren … gaan we op weg te worden tot een ‘Zoon’, want dát is ons gegeven , onze opdracht, die leidt tot ons uiteindelijke Kerstmis, een Kerstmis zonder jaartal, zonder datum, tijdloos. Profeten, of wezens met “kennisse”? En ten slotte de “schrijver” zelf (Jesaja). Eén van de grote “oudtestamentische” profeten heb ik altijd geleerd. Maar zijn de hierboven aangehaalde woorden werkelijk “profetisch”? Dan zouden ze anders geformuleerd moeten zijn. Dan kunnen we o.a. ook Jezus en Mohammed als profeten betitelen, en dat mag, maar hun “profetieën” betekenen m.i. iets anders. Mogen we het ook anders zien? Niet een van de grote pro- feten, maar wezens (samen met vele andere(n)) die sinds het bestaan van de mensheid wisten van het Wezen van de mens en zijn bestemming, en dat verwoordden: zijn Oorsprong en zijn Terugkeer, de Nieuwe Geboorte. Mooi, zulk “kerstgevoel”, ook weer op 25 december in 2006. * * * 4 Reflectie 3(4) winter 2006 Geluk is niet afhankelijk van de dingen buiten ons, maar van de manier waarop we de dingen zien. Leo Tolstoi

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=