Reflectie 5(2).vp

De drievoudige eenwording in het Thomas-evangelie Boven en beneden, binnen en buiten en het mannelijke en het vrouwelijke in ons Peter Kampschuur Er zijn al vele publicaties aan het Thomas-evangelie gewijd. Maar daarin is nog maar zelden een helder verband gelegd tussen de ‘geheime woorden’ en het alchemistische transfor- matieproces van lichaam, ziel en geest als één geheel. Tegen de achtergrond van de lichaamsgerichte, meditatieve oefenin- gen van een hedendaags leraar als Hetty Draayer wordt veel duidelijker waarop dit evangelie doelt met de eenwording van ‘boven’ en ‘beneden’, ‘binnen’ en ‘buiten’ en het mannelijke en het vrouwelijke in onszelf. Eén van de religieuze geschriften waarin gesproken wordt over de eenwording van het mannelijke en het vrouwelijke in ons, is het Evangelie naar de beschrijving van Thomas , een manuscript dat deel uitmaakte van de papyri die in 1945 wer- den ontdekt bij Nag Hammadi in het Zuiden van Egypte. Sindsdien is er over dit Thomasevangelie al veel geschreven; beurtelings is het ‘gnostisch’, ‘hermetisch’ en ‘esoterisch’ ge- noemd. Niemand schijnt het precies in een bepaalde traditie te kunnen plaatsen; duidelijk is alleen dat Jezus uit dit evangelie naar voren komt als een groot ingewijde en leraar. Waren de ‘geheime woorden van Jezus de Levende’ (zoals ze aan het begin van het geschrift worden genoemd) aan zijn leerlingen van destijds besteed? En komen ze nu bij ons aan? Het lijkt erop dat zijn leer vaak verkeerd – en nooit in volle omvang- begrepen wordt. Op verschillende plaatsen in het Thomasevangelie wordt gesteld, hoe belangrijk het is om een ‘eenling’ te zijn. Dat be- grip valt op uiteenlopende wijzen te interpreteren; bijvoor- beeld als een pleidooi voor de moed om werkelijk je echte eigen weg te gaan, ook als die je door eenzaamheid voert. Maar dat houdt dan tegelijk een weg tot eenwording in, een ontwikkeling die leidt tot heelheid en eenheid van lichaam, ziel en geest. In zijn vorig jaar verschenen boek Schatgraven in Thomas – De oorspronkelijke betekenis van het Thomasevangelie wijst Bram Moerland erop dat sommige spirituele tradities zich een- zijdig toeleggen op ‘transpersoonlijk’ eenheidsbewustzijn, ‘alsof het alleen daarom zou gaan, en alsof we alles wat met ons tijdelijk bestaan te maken zou hebben moeten loslaten, of zelfs verachten.’ Het bijzondere van het Thomasevangelie is volgens Moerland, dat het hierin gaat om de vereniging van ons lichamelijke en tijdelijke bestaan met het tijdloze en alle- somvattende Christusbewustzijn. Daartoe moeten, zo kunnen we ook uit het Thomasevange- lie afleiden, drie belangrijke tegenstellingen in ons met elkaar worden verzoend, tot éénheid gebracht worden: ‘boven’ en ‘beneden’, ‘binnen’ en ‘buiten’ en het mannelijke en het vrou- welijke in ons. Werkelijke eenwording omvat deze drie aspec- ten tegelijk. We kunnen in ons aardse leven niet werkelijk één zijn zonder ons lichaam daarin te betrekken. Eén zijn is geen eenzijdig innerlijke of voorbijgaande mystieke ervaring, maar omvat de tegenstelling ‘binnen-buiten’. Om deze echte eenwor- ding te kunnen ervaren, moeten we door een alchemistisch transformatieproces gaan, een proces van lichaam, ziel en geest. Het fysieke lichaam is onze materiële kant, de ziel is van subtie- le energie en de geest is het bewustzijn, datgene wat alles waar- neemt. Als de tegenstelling ‘binnen-buiten’ wordt opgeheven, leidt dat tot het besef dat het bewustzijn de ruimte is. Datgene wat alles waarneemt, is één en hetzelfde als datgene waarin alles gebeurt: de ruimte. Eenwording betekent dat we ons deel voelen van de ene ruimte, daar één mee zijn. Het is een ervaring aan den lijve, want we voelen ons dan geen ‘huidomsloten ik’. We zitten niet in ons lichaam gevangen, de huid is geen grens om ons heen als ook de ruimte binnen het lichaam wordt ervaren als één met de ruimte daar wijd omheen. Als we Thomas mogen geloven, heeft Jezus dat zelf ook zo ervaren tijdens zijn leven op aarde. De duidelijkste verwijzing naar de drievoudige eenwording ‘boven-beneden’/ ‘binnen- buiten’/ ‘mannelijk-vrouwelijk’ is te vinden in ‘logion’ 22: Jezus zag kleine kinderen die gezoogd werden. Hij zei te- gen zijn discipelen: Deze kleine kinderen die gezoogd worden, zijn als zij die het Koninkrijk binnengaan. Zij zeiden tegen hem: Zullen we het Koninkrijk binnengaan als we kleine kinderen zijn? Jezus zei tegen hen: Als je de twee tot één maakt, en als je het buitenste maakt als het binnenste, en het bovenste als het onderste, en als je het mannelijke en het vrouwelijke één maakt zodat het mannelijke niet langer mannelijk is en het vrouwelijke niet langer vrouwelijk; dan maak je ogen in plaats van een oog en een hand in de plaats van een hand en een voet in de plaats van een voet, en een beeld in de plaats van een beeld; dan zul je het Koninkrijk binnengaan. In de zestiger jaren van de vorige eeuw schreef Barend van der Meer in zijn commentaar op het Thomasevangelie naar aanlei- ding van dit logion: “Het is het geheim van de Hermafrodiet, de androgyne oer-mens of de antropos van het gnosticisme.” Hij verwijst dan via Jung naar een oud Indiaas geschrift dat van deze androgyne oermens zegt: “Hij was zo groot als een man en vrouw die elkander omhelsd hielden. Dit, zijn Zelf (de Atman), verdeelde hij in twee delen: daaruit ontstonden man en vrouw.”

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=