Reflectie 5(2).vp
Eenheid met de Kosmos – Een universeel ideaal Johan Pameijer “Gisternacht was de heerlijkste nacht van mijn leven. Nooit tevoren genoot ik zo lang en zo diep van het licht, de rust en de lieflijkheid van de hemel in mijn ziel, zonder de minste lichamelijke onrust. Ik had het gevoel dat een gloed van god- delijke liefde uit het hart van Christus in de hemel mijn hart binnendrong in een niet ophoudende stroom, als een stralen- bundel van lieflijk licht.” Een ontboezeming als deze, geciteerd door William James in zijn beroemde “Varianten van religieuze ervaring”, zouden wij allemaal wel willen uiten. De betrokken dame, mevrouw Edwards, ontwaakte de volgende ochtend met een gevoel van bevrijd te zijn. Niets kon haar meer deren. Elk stoffelijk ver- langen was gestild. Niets kon deze even unieke als onver- wachte beleving overtreffen. De ervaring, die drie dagen voortduurde, maakte haar bereid om te sterven en...om te le- ven. Vele uren lang voelde Mrs. Edwards zich opgenomen in de tijdloze sfeer van onverbrekelijke verbondenheid. Haar getuigenis staat niet op zichzelf. Toch was mrs. Edwards geen bevlogen mystica, geen ingetogen non of een hartstochtelijke beoefenaar van meditatie. Als mens van vlees en bloed maakte zij net als wij allemaal deel uit van de materi- ële wereld, bewoond door een materialistische mensheid. Door onbekende oorzaak scheurde het voorhangsel van haar ziel en overstroomde de energie van een hogere dimensie haar bewustzijn en verbrak de begrenzing rond haar ego. Voor kor- te tijd waande mrs Edwards zich een burger van een geestelij- ke dimensie. Eenmaal ontwaakt, strekte haar verrijkte ziel zich uit in de zekerheid van een oneindig leven in de omarming van een welwillende kosmos. Duizenden van dit soort verslagen zijn bekend. Alledaagse burgers, ingekapseld in hun dagelijks beslommeringen, uitge- tild boven hun sleurbestaan, werd een blik gegund in een vol- slagen ander domein, bezield van licht, liefde en oneindig le- ven. Een gekwetst en vernederd iemand die zich waardeloos als een lege dop voelde, werd vanuit een punt van volkomen leegte als het ware meegenomen naar een hogere wereld: “Mijn afzonderlijke zelf hield op te bestaan en heel even leek ik deel uit te maken van een tijdloze onmetelijkheid van kracht, vreugde en licht, iets wat buiten dit domein van leven en dood ligt, Mijn subjectieve en pijnlijke gevoelens verdwe- nen.” Ik onderging fantastische ervaringen. Ik voelde me één met God. Ik proefde van een leven, waarbij vergeleken ons lijfelijke leven de dood was. Zomaar enkele getuigenissen uit de ruimte geplukt. Getuigenissen van mensen die het Al heb- ben ervaren. Ik en de Vader zijn één””, zei Jezus en hij maakte ons er ook op attent dat het koninkrijk van God niet ergens ver weg aan het einde van het universum over ons waakt, maar binnen- in ons is. Het sluimert in ons hart en wacht erop om gewekt te worden. “Gij in mij in ik in U.” Verheven woorden van een mystiek meester, maar geen illusie voor de talloze voorbij- gangers in dit aardse bestaan. De veelheid aan getuigenissen wekt de indruk dat ‘de mystie- ke ervaring’ veel algemener voorkomt dan wij denken. Mis- schien heeft iedereen wel eens een mystieke ervaring gehad zonder het op te merken. De weg naar verlichting kruist ieders pad, ook al slaan we er meestal geen acht op. Alle tradities, waar ook ter wereld en uit welke tijd ook stammend, houden ons het ideaalbeeld van een geestelijke wereld voor, een we- reld waar rangen en standen, rassen en gezindten er niet toe doen, een wereld waar alle zielen één zijn, één in zichzelf en een met het bewustzijn van de Opperbouwmeester. Leven in een spanningsveld Wij voelen ons gevangenen in een gefragmenteerde wereld. Ons waakbewustzijn manifesteert zich dankzij polariteiten. Het spanningsveld tussen de tegendelen lijkt ons een onontbeerlijk krachtenveld om bewustzijn te kunnen opwekken. Wij denken in goed en kwaad, man en vrouw, leven en dood, en kunnen ons geen situatie voorstellen waarin deze uitersten er niet toe doen. Toch beseffen wij nauwelijks in een benauwende bekrompen- heid te leven. Binnen deze beperkende grenzen zoeken wij naar vluchtig vertier, amper in staat te begrijpen dat elke hang naar ontoereikende ontspanning een soort vlucht is, een vluchtige po- ging om te ontsnappen aan regels en wetten. Waarom reizen wij de wereld af, zoeken wij naar andere cul- turen en verlangen wij naar onze vakanties? Omdat diep in ons de begeerte leeft om grenzen te verleggen, te ontkomen aan de ge- vangenschap in een door ondoordringbare scheidsmuren omslo- ten bestaan. Het geestelijke leven – binnenin ons – lijkt veel min- der toegankelijk dan het overschrijden van een geografische grens. Toch is het dichterbij en biedt het talrijke ingangen. De macht van concentratie Let op de concentratie van een musicus, zittend aan het kla- vier, of de viool onder de kin of de cello tussen de knieën. Be- zie het gelaat, de houding die meedeint op de golving van de muziek, de volkomen overgave die de instroom van universele inspiratie waarborgt. De zekerheid van dansende vingers over snaren en toetsen. Bespeler en instrument vormen een mani- festatie van volmaakte verbondenheid, een verborgen drievul- digheid van musicus, instrument en partituur. Jammer genoeg zien wij de implicaties van een dergelijke verbondenheid zo gemakkelijk over het hoofd. De beoefening van oude, helaas uitstervende ambachten, vergt een zelfde, bijna meditatieve aandacht. Niet zonder bedoeling is van de jonge Je- zus een timmerman gemaakt. In gedachten kun je hem bezig zien in de werkplaats van zijn vader, omgeven door de frisse geur van vers hout en het ritmische gezang van hamer en zaag. Zelf een onhandig onbenul zijnde, kan ik lyrisch worden over de in hun werk verdiepte koperslagers, leerbewerkers en tegelschilders in de Arabische soeks. Onverstoorbaar verdiept in hun arbeid, vormen zij toonbeelden van concentratie in de luidruchtige omgeving van hun medina’s.
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=