Reflectie 5(2).vp

Al schrijvend achter de computer laat ik mij inspireren door de inblazing uit hogere sferen, in het besef dat de geestelijke do- meinen minder veraf zijn dan wij ons gewoonlijk realiseren. Vreemd is dat niet. Natuurvolkeren wisten zich omringd door de geesten van de voorouders en goden. Hun bestaan in ver- bondenheid met de natuur verleende aan hun leven een extra dimensie. De eenheid met het goddelijke ligt in de menselijke natuur verankerd, zelfs in een milieu dat vakmanschap naar de machines heeft verbannen. Het verschil wordt gemaakt door de aandacht. Zogenaam- de primitieve mensen voelden zich vierentwintig uur per dag omringd door geestelijke krachten, terwijl de hedendaagse mens zich afgesneden waant van het lumineuze, zoals verlich- te theologen de lichtwerelden betitelen. Steeds verder keerden de beschavingen zich de laatste tweeduizend jaar van de lichtwerelden af. Sinds de uitspraak “Ik denk, dus ik besta” van Descartes en de industrialisatie, is er voor de geest weinig ruimte overgebleven. Zelfs de lering binnen de Kerken bleef steken in een voorbije geschiedenis binnen tijd en ruimte. Het eeuwige ontsnapte aan de aandacht, ondanks het rituele gebruik van het woordje eeuwigheid. Het werd een woord zonder inhoud, tót de wetenschap de dimensie van het eeuwige op het spoor kwam. In de periferie van de massa preekte zij de opkomst van het eeuwige - Nu en het al- omvattende Hier als een nieuw paradigma, toegesneden op de bewustzijnsmutatie van de nabije toekomst. Een nieuw bewustzijn Relativiteitstheorie, kwantumfysica en holisme bereiden de weg naar een nieuw bewustzijn. De tijd is nog niet rijp dat het onderwijs zich over deze grensverleggende grootheden ont- fermt, maar tal van moderne auteurs rapporteren over ontdek- kingen die het materialisme op haar grondvesten doen schud- den. Een ware aardverschuiving dient zich aan. Binnen een basisveld van energie vindt een onophoudelij- ke wisselwerking tussen elementaire deeltjes plaats. Ons lichaam is één brok intensieve communicatie tussen de hon- derd triljoen cellen waaruit het is opgebouwd. Ons brein ont- popt zich als een afspiegeling op schaal van minimaal ons melkwegstelsel en maximaal het totale universum. Op micro- kosmisch niveau blijken starre grootheden als tijd en ruimte totaal niet te bestaan. Het universum is één groot energieveld, uitgeademd door een Superbewustzijn, dat wij in onze machte- loosheid de naam God hebben gegeven. De planeet Aarde is, evenals elk ander hemellichaam, een bezielde entiteit en haar materiële bewoners, gevangen in de illusie van tijd en ruimte, licht en donker, leven en dood, bestaan in hun diepste niveau uit louter lichtenergie. De wetenschap is bezig te bevestigen wat de religies ons al eeuwenlang hebben voorgehouden. Eeuwigheid en onsterfe- lijkheid vormen ons grondrecht. Het enige wat wij moeten doen, is ons innerlijk te verheffen, zodat we deze rechten ge- leidelijk aan kunnen verwerven. Ons bewustzijn is toegerust om de potentiële heelheid te ervaren. Boodschap van Licht Terwijl de meeste Kerken volharden in hun wereldse dogma’s, ontstaan overal om ons heen bloeiende nieuwe tijdsgroepen. Rondom bezinning en meditatie organiseren zij voordrachten door lieden die op de een of andere manier de boodschap van licht willen overdragen. De eerste lichtstralen van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde strijken over het oppervlak van onze planeet en inspireren de talrijke voorlopers, aan wie de tekenen des tijds welbesteed zijn. Misschien mogen wij onze Vrij-Katholieke Kerk daar ook toe rekenen. Zij houdt niet vast aan dogma’s, maar bezielt haar leden en belangstellenden met het besef dat God in ieders hart woont en dat elk mens een Christus-in-potentie is. Haar dien- sten zijn inspirerende ontmoetingen van gelijkgestemde vrij- denkers. In volmaakte eenheid met elkaar ervaren ze de scholingsweg die in de liturgische diensten ligt opgesloten. Elke dienst draait rond de Christus-in-het-hart, Wiens aanwezigheid in de communie wordt genoten. Reeds Carl Gustav Jung, voorloper in de psychologie, identificeerde de Christus met het hogere Zelf, de onbegrensde entiteit in elk van ons, bereikbaar door het zelfbeperkende ego te overstijgen. Voorlopig leeft Hij bij de meesten van ons nog in gekruisigde staat, maar steeds meer mensen ontdekken, dat zij de opstanding in zichzelf moeten verwerven, zoals het door de Kerk verworpen Evangelie van Philippus al leerde. Evenals de andere grote wereldreligies verkondigde het oer-Christendom, vertegenwoordigd door de Christelijke gno- sis, een innerlijke leer. Jezus zélf leerde, dat het Koninkrijk van God binnenin ons bestaat. “De waarheid zal u vrijmaken”, riep Hij uit. De vraag wat die waarheid dan wel mag zijn, heeft vele generaties beziggehouden. Het is de waarheid van de God-in-ons, schepper en bezieler van het universele leven in macro- en microkosmos, de geniale vormgever van een ing- enieus opgezette en uitgevoerde kosmische ordening van het oneindig grote tot het oneindig kleine. Het mooie van deze constatering is, dat tussen het oneindig grote en oneindig kleine geen enkel verschil bestaat. Het on- derscheid tussen de begrippen groot en klein is het product van ons beperkte brein, maar op kosmische schaal is er geen sprake van verschil. De geniale beknoptheid van de ruim tweeduizend jaar oude Hermetische Tabula Smaragdina spreekt boekdelen, waar gezegd wordt: “Het is waar, het is ze- ker, het is de volle waarheid: Wat beneden is, is gelijk aan wat boven is en wat boven is, is gelijk aan wat beneden is, opdat de wonderen van de Ene zich voltrekken.” Zo boven, zo beneden. Deze oeroude wijsheid wordt heden ten dage bevestigd door geleerden uit de hele wereld. De om- weg dwars door het misleidende oerwoud van het materialis- me hadden zij nodig om de in de fragmentatie verborgen eenheid terug te vinden. Vanuit die eenheid zal een nieuwe wereldvisie worden opgebouwd, teneinde de grondslagen te leggen voor een mensheid zonder oorlogen. De weg naar het eeuwige In zijn handel en wandel, zijn woorden en zijn wijsheid, open- baarde Jezus, de Christus van het hart, ons de weg naar het eeuwige. Telkens weer relativeerde Hij het materiële en kop- pelde de zielen aan geestelijke werkelijkheden. Zijn leven be- schrijft de pelgrimstocht van de menselijke ziel door de rimboe van onwetendheid naar de openbaring van de diepst verborgen kennis in het menselijke hart. Door te zeggen “Eer Abraham was, was Ik” wees Hij ons op de ondoorgrondelijke ouderdom van de menselijke ziel en door zijn uitspraak “Ik ben het Licht der wereld” identificeerde Hij de materie met het oerlicht, zoals eeuwen later Einstein nog eens op wetenschap- pelijk vlak zou onthullen.

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=