Reflectie 5(2).vp
beter was de Kerk te verlaten, omdat ze niet meer in de oude traditie paste en behoefte had aan meer. Ze schreef dit boek over haar ervaringen. Anneke Polkerman (1956) is agogisch counselor. In de jaren tachtig was zij vanuit de protestantse Kerk werkzaam in de evangelisatie. Ze ontmoette veel mensen die om allerlei redenen niet meer binnen hun Kerk pasten en evenals zijzelf, spirituele ruimte vonden buiten de kerkmuren. In het boek vertelt zij wel dat zij dankbaar is dat zij vanuit haar opvoeding het religieuze besef heeft meegekregen en dat zij haar ouders waardeert, maar dat háár weg haar eigen unieke weg is; dat het afscheid van de Kerk gewoon noodzakelijk was om verder te kunnen. De weg die ze uiteindelijk ging, heeft ook te maken met haar eigen spirituele ervaringen, die ze al heel vroeg had. Ze is als het ware op het Wad geboren. Haar vader was garnalenvisser. Zij kon ook sturen, zodat zij nogal eens werd gevraagd als dat nodig was. “Ik weet niet of je die omgeving kent, maar daar is de tweede dag van de schepping nog bezig is; water dat nog geen land geworden is. Je ziet daar heel duidelijk dat hemel en aarde gewoon één zijn. Het maakt deel uit van mijn vroegste ervaringen. Het was een ongelooflijk gevoel. Ik wist, God is er! Dus, niet van horen zeggen, maar het zelf weten en voe- len.” Een heel open en ontroerend boek. Psychotherapeutleraar Herman Cools doet in dit treffende en mooi geschre- ven boek verslag van zijn eigen jaren- lange zoektocht naar de grote levens- vragen. Niet zonder emotie baant hij zich een weg door het oerwoud van de ziel, met alle grote geheimen van het le- ven en dood, liefde, lijden en seksuali- teit. Het schitterende duister is zijn persoonlijke levensverhaal. Zelf noemt hij het een bundel over spiritualiteit. Zijn ernstige ziekte, waar hij van genas, deed hem beseffen hoe graag hij wil leven en hoe groot zijn drang is om zijn verhaal op schrift te stellen. Het boek bestaat uit vier delen. In het eerste deel schrijft hij over twee grote liefdes in zijn leven: zijn gevoeligheid voor de grote levensvragen en zijn seksuele voorkeur voor mannen. Tradities die elkaar nogal eens in de weg zaten; hij wist uitein- delijk beide te omarmen. In het tweede deel gaat hij op spiritu- ele vragen van grote denkers in, zoals de vraag van Jung of wij zijn aangesloten op iets oneindigs. Het derde deel gaat over spiritualiteit als incarnatieproces: het verlangen om, zoals het ‘Onze Vader’ het ontroerend uitdrukt, ‘op aarde zoals in de hemel te zijn’. Ten slotte wordt in het vierde en laatste deel de link gelegd met de meer ‘aardse’ onderwerpen als seksuali- teit, woede en dood. Het boek kent nuance, is persoonlijk en vertoont een eigenzinnige visie op spiritualiteit. Het is ontroe- rend te lezen hoe open hij over zijn homoseksualiteit schrijft. Treffend is het, wanneer hij schrijft dat hij langzaam maar ze- ker is gaan beseffen dat spirituele bronnen verdorren, wanneer de poorten van genot en seks vergrendeld worden. Gelukkig komen we steeds meer tot het besef dat je van seks mag genieten, ook al wordt het accent nu weer teveel op dit genieten gelegd in plaats van op intimiteit. Het boek stemt tot nadenken. Herman Cools (Turnhout, 1960) studeerde theologie en was meer dan twintig jaar godsdienstleraar. Daarnaast was hij ook werkzaam als psychotherapeut, gestalt, psychosynthese, tantra, multidimensionele psychologie, familieopstellingen, systema- tisch werk en emotioneel lichaamswerk. Dit boek heeft veel commotie veroor- zaakt. Sommige humanisten dachten aan een grapje. “Wat moet je hier nu mee als voorzitter van het Humanistisch Verbond,” vroeg Rein Zunderdorp zich hardop af. En Jan Willem Nienhuys van ‘Skepsis: “De Universiteit voor Huma- nistiek gun ik natuurlijk wel een profes- sor in de zweefkunde, maar het is me een raadsel dat diens leeropdracht ‘wetenschapstheorie’ heet. Daarmee maakt de UvH zich onsterfelijk belachelijk.” Voor Nienhuys zou alles wat met metafysica te maken heeft, eigenlijk verboden moeten worden. Zeker als het gaat om zoiets belachelijks als bijna-doodervaringen. Het is ver- bijsterend te zien hoe heftig hij tekeer gaat tegen bijvoorbeeld Pim van Lommel en diens opvattingen over bewustzijn buiten de hersenen. Nu was het Ilja Maso op wiens hoofd Nienhuys de violen van zijn gramschap doet neerdalen. Discussies over het leven na dit leven zijn oud. Maso blaast ze nieuw leven in, vanuit onverwachte hoek: hij is hoogleraar aan de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht. Zijn beelden van het hiernamaals zijn ongekend concreet, compleet met een oordeel en het weerzien van geliefden Maso, weet het zeker: er is leven na de dood. In het ge- noemde boek verwijst hij naar allerlei mediums die hun infor- matie verkrijgen via overledenen. Volgens hem kunnen we aan gene zijde bij elkaar gaan zitten en van elkaars gezelschap genieten. “We kunnen lange wandelingen maken en een vriend ontmoeten die we lange tijd niet hebben gezien.” Hij geeft tal van details van dit leven na de dood die voor Reflectielezers gesneden koek zijn. Zo wijst hij op een soort laatste oordeel, waarin je je hele leven voor je geestesoog ziet afspelen, de levensfilm. Je staat dan voor je ei- gen oordeelsgerecht.” Je spirituele ontwikkeling gaat in het hiernamaals gewoon verder, je kunt er reizen maken en aan universiteiten studeren. En de mensen zijn er aardig voor el- kaar: “Onaardige gedachten worden belemmerd doordat ze zichtbaar en hoorbaar zijn. Onaardige mensen creëren hun ei- gen domeinen, dus daar hoef je geen last van te hebben.” Dit is natuurlijk vloeken in de heilige Skepsiskerk. Een vooraanstaande humanist als Maso hoort volgens de humanis- tische dogma’s zoiets niet in het openbaar te zegen. Maso komt tot de conclusie dat de tegenargumenten uit filosofie en wetenschap onhoudbaar zijn. De argumenten vóór zijn sterker. Met zijn boek neemt hij stelling tegen het materialisme van auteurs als Dawkins en Dennet en kiest positie tégen de intellectuele mainstream. Het tij lijkt niet te keren; wetenschap en spiritualiteit naderen elkaar steeds meer. Onlangs vertelde Wendy Smulling in een radio-interview over het boekje “De witte planeet.” Ik zat in het programma daarna
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=