Reflectie-18.vp

van de wijsheid van de Advaita die wegen heeft gevonden voor de transformatie van het onbewuste ik naar het Zelf. De herkenning dat in alles het goddelijke te herkennen is, werkt ook inspirerend voor de omgang met elkaar en met de natuur. Het roept diep respect op, en liefde. Franciscus van Assisi, een christelijke mysticus uit de vroege middeleeuwen, was hier zo vol van dat hij de zon en de maan, het vuur en de wind, de aarde en het water, de wolf en alle dieren en planten als zijn zusters en broeders kon toespreken. In zijn Zonnelied riep hij hen op hun goddelijke oorsprong te herkennen en uit te stralen Universele energieën Fascinerend is hierbij dat, volgens de Priestercoex, dit alles tot stand komt door het spreken van God. ‘God zei, er moet licht komen’, en er was licht. (Gen 1,2) Voor ons is dit verwonder- lijk, omdat wij zo overspoeld worden door woorden, dat een enkel woord nauwelijks nog enige betekenis kan hebben. Maar in de oude mythologieën was dat anders. Daar had een woord nog scheppende kracht. We vinden dit bijvoorbeeld al gebeiteld in de oude Egyptische piramides, waar Ptath, de schepper-god, de hemel en de aarde met zijn krachtige stem tot leven roept. En voor de Hindoes, Jains en Boeddhisten heeft de klank AUM deze magische betekenis. Het goddelijk woord is als de Toverfluit in de beroemde gelijknamige opera van Mozart. Het is een sleutelinstrument en staat symbool voor de eerste of zuivere klank of trilling, waaruit alles oprijst. Ook Madame Blavatsky wist van de kracht van geluid , want in haar eerder genoemde boek ‘De Geheime Leer’ zegt zij bijvoorbeeld dat ‘geluid bijvoor- beeld een enorme, occulte kracht is… Er kan geluid worden opgebracht van zodanige aard dat de piramide van Cheops erdoor zou worden opgetild of dat een stervende, ja zelfs ie- mand die aan zijn laatste adem toe is, weer tot leven zou ko- men en met nieuwe energie en kracht zou worden vervuld.’ Misschien herkennen wij dit nu weer in onze ont-mytholo- giseerde wereld, als wij begrip krijgen voor wat geluid bete- kent in de wereld van akoestische golven, trillingen en ener- gievelden. Daar vormen zij volgens talloze wetenschappers blauwdrukken die als hologrammen materie vormen en aan sturen. Geluidstrillingen veranderen de werkelijkheid .. En wie is dan God? Opvallend dat God in Genesis 1-2,3 wordt opgevoerd als ‘Elohim’. Een meervoud. Wie zijn dat? Onderzoek wijst uit dat hiermee de ‘gezamenlijke Zonen van El’ bedoeld worden. Dat is heel bijzonder aan het begin van de Bijbel, want het gaat hier om de zonen van El, de scheppende patriarch van het Kanaänitisch pantheon. En de betekenis daarvan wordt duidelijk als we zijn andere namen kennen die in alle Abrahamitische tradities zijn blijven voortleven: Eloha, Alih, Alah. Woorden die een ervaring weergeven van iets ont- zagwekkends, verbijsterends, iets wat angst oproept, maar waar je je ook toe aangetrokken voelt, een oerkracht, ‘het heilige’ zoals Mircea Eliade dat later zou onderzoeken. In Genesis 1-2,3 gaat het om de zonen van El. Zij zijn nu als eenheid in de wereld actief. Archaïsche woorden? Mis- schien. Maar we hebben ook esoterische kennis over Univer- sele Energieën die uit de ene Bron voortkomen. En voor ie- mand van de 21 eeuw kan dit ook niet vreemd zijn, nu ook de jongste fysische wetenschappelijke onderzoekingen aantonen dat de grond van de fysieke werkelijkheid een groot ontzag- wekkend trillend energetisch bewustzijnsveld (Zero Point Field) is, van waaruit alles zich manifesteert en waarin alles terugkeert. Op dit moment wil ik niet zeggen dat de schrijver van het gedicht van Genesis hiervan op de hoogte was. Wel dat de auteur een intuïtie verwoordde die momenteel door de nieuwe wetenschappen op hun terrein wordt herontdekt. Innerlijke gnosis Het gedicht van Genesis vindt zijn fascinerend hoogtepunt in het slot van de tekst, waar geschreven staat: ‘ Laten wij men- sen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken; zij moe- ten heerschappij voeren over de vissen van de zee en de vo- gels van de hemel, over het vee, over de hele aarde en alles wat daarop rondkruipt.’ En God schiep de mens als zijn even- beeld, als evenbeeld van God schiep hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen.’ (Gen 1,26-27). In de traditie van de gnosis is deze tekst altijd met liefde gekoesterd. Terecht. Hierin wordt duidelijk wat gnostici ook ervaren: dat het goddelijke al in de mens aanwezig is. De kos- mos is geschapen als uiting, verwerkelijking, emanatie van God. En op een heel speciale manier zo ook de mens. Zoals de oude Hermes Tresmegistos al zei: ‘Zo boven, zo beneden. Zo binnen, zo buiten.’ De Koran en de orthodoxe Islam herkennen dit niet. Voor hen kan God geen evenbeeld hebben. Maar de soefi’s die ver- want zijn met oude gnostische stromingen binnen de Islam, we- ten wel beter. Zij vinden het evenbeeld van God in hun hart. De mens, man en vrouw, zijn in deze wereld een even- beeld van het goddelijke. Wij mensen spiegelen in princiep het goddelijke bewustzijn, wij geven ruimte aan de goddelijke Aanwezigheid. Wij hebben een ingeboren innerlijke wijsheid, een innerlijke gnosis, die ons onafhankelijk van welke autori- teit ook veilig gidst in het leven. Zelfs al zie je vanuit een mys- tieke ervaring deze wereld van de materie als een illusie, als louter verschijnsel, het goddelijke is in deze wereld aanwezig. Het is er als Bron van het leven. Het is nooit ver weg, het is in ieders innerlijk aanwezig als de kern. Het goddelijke – Jezus noemt dat ‘het Koninkrijk Gods’ – is in ons en vlak om ons heen. De kunst is alleen er ogen en oren voor te hebben. Stilte is een poort hiertoe. In levendige, aandachtige stilte is de Onmetelijke soms ervaarbaar. En daarvoor hoef je jezelf niet ver weg terug te trekken in de Himalaya’s. In de dagelijkse be- slommeringen kan deze goddelijke levensbron soms plotseling heel voelbaar aanwezig zijn. Zelfs in een diepe crisis. Zoals een vriend van me, die in een diepe crisis verkeerde, me onlangs schreef: ‘Wat er ook met me gebeurt, de Bron ligt ten grondslag aan welke verschijnselen dan ook. En ziet dat het goed is.’ Maar dit kan natuurlijk ook heel voelbaar worden, als we vol aandacht en stil in de natuur zijn. Een ontspannen wande- ling in het bos, een tocht in de bergen, even uitrusten bij een helder meertje – het kan de Aanwezigheid van de Onmetelijke voelbaar maken. De natuur is diep geworteld in Zijn. Dit contact met de Bron wordt momenteel wereldwijd er- varen. Een voorbeeld van iets wat dit verduidelijkt en wat al- leen in de 21 eeuw mogelijk is. Onlangs organiseerde Oprah Winfrey, bekend van haar tv-optredens, een serie van tien ses- sies met Eckhart Tolle, een spirituele leraar en auteur van een aantal bestsellers . Miljoenen mensen logden wereldwijd in en kwamen met vragen hoe je diepte kon vinden in het leven. Op een gegeven moment gaf Echart Tolle deze schijnbaar een- voudige suggestie: ‘Kijk eens naar een boom, een bloem, een plant. Laat je bewustzijn erop rusten. Wat zijn ze stil, wat zijn

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=