Reflectie-18.vp

middel van ondervraging en contra-expertise testten zij elk ge- val op zijn geloofwaardigheid. Laten we daarbij niet hun be- doelingen uit het oog verliezen. De groep geleerden wilde ein- delijk wel eens afrekenen met de geruchtenregen dat doden klopsignalen gaven en aan deuren rammelden. Met de resultaten van hun onderzoek, neergelegd in twee dikke bundels onder de titel “Phantasms of the living” en “Phantasms of the dead” , gaven ze hun eigen ongelijk vol- mondig toe. Inderdaad had hun grondige detectiewerk tot de overtuiging geleid, dat de doden voortleven na het afleggen van hun stoffelijk lichaam. Myers, een van de onderzoekers, wijdde er zijn geruchtmakende boek aan, bij ons destijds uit- gegeven door de oerdegelijke Maatschappij voor goede en goedkope lectuur, in de categorie ‘wetenschap’. In het slothoofdstuk van zijn lijvige boekwerk waagde My- ers de boude bewering “dat, tengevolge van het nieuwe in- zicht, over een eeuw (dus rond het jaar 2000) ieder redelijk mens zal geloven in de opstanding van Christus, terwijl, bij gebreke aan dit inzicht, over een eeuw geen enkel mens erin zou hebben geloofd.” Wij die een eeuw na Myers leven, kun- nen getuigen dat ondanks ‘het nieuwe inzicht’ het geloof in de lijfelijke opstanding nog nooit zo gering is geweest als tegen- woordig. Inmiddels bood Philippus ons in zijn gnostische evangelie een alternatieve versie van het opstandingsgeloof aan. Wie niet tijdens zijn leven innerlijk opstaat, zal na zijn overlijden niets verwerven, zo luidt zijn vroegchristelijke cre- do. En dat, de opstanding van de ziel, is het geloof van vele nieuwe tijdsaanhangers. Een overtuigend experiment Op hun manier probeerden Myers en enkele van zijn geleerden, en inmiddels ook gestorven collega’s daar invulling aan te ge- ven. Vanuit het hiernamaals zetten zij een experiment op dat tot de dag van vandaag alle twijfelaars monden vol tanden bezorgt. De classicus Myers begon met brokstukken uit de Griekse en Romeinse literatuur door te geven aan verschillende medi- ums, verspreid over de wereld. Elk medium ontving deeltjes tekst waar niets van te maken was. Maar eenmaal verzameld op de centrale post van de SPR in Londen, hoefde men de strookjes tekst maar als puzzelstukjes bij elkaar te leggen of er verscheen een leesbaar fragment uit een of ander klassiek werk. Geen van de deelnemende mediums bezat enige kennis over dit vakgebied. Gedurende een reeks van jaren bleef Myers tekstfragmen- ten doorseinen en telkens verschenen er onder de verbaasde blikken van de onderzoekers in Londen herkenbare en te veri- fiëren berichten. Tot op heden is het nog niemand gelukt een geloofwaardige verklaring voor dit verschijnsel te bedenken. Het kan niet anders dan dat de overleden berichtgever erin is geslaagd onomstotelijk het bewijs van zijn onbelichaamd voortleven van de ziel te bewijzen. Desondanks wordt het betwijfeld en in het slechtste geval doodgezwegen. Maar voor Myers was dat nog niet genoeg. Halverwege de twintiger jaren koos hij het onbezoldigde medium Geraldine Cummins tot zijn kanaal en gaf via haar een complete cartog- rafie van het leven hiernamaals. Na hem deden de overleden Arthur Ford en de beroemde Sherlock Holmes-auteur Arthur Conan Doyle hetzelfde. Al deze verslagen stemmen opmerke- lijk overeen met wat uit meerdere hypnotherapeutische sessies naar voren is gebracht. Iedere ziel schept zich een individueel hiernamaals, gerela- teerd aan de inhoud van het bewustzijn op het ogenblik van sterven. Het bewustzijn blijft in stand, maar breidt zich uit van de ruimte/tijd-beperking naar de tijdloze non-lokaliteit. Tele- pathie is daar het beproefde communicatiekanaal, terwijl ge- dachten onmiddellijk vorm aannemen. Dat veel mensen daar op het eerste gezicht sceptisch tegenover staan, is begrijpelijk, maar op den duur moet men toch zwichten voor de bewijslast, bijeengebracht door deskundige onderzoekers. Bijna-doodervaringen De Utrechtse parapsycholoog prof.dr.Wilhelm H.C. Tenhaeff besteedde bijna zijn hele loopbaan aan een dergelijk onder- zoek. In geen van zijn boeken onderschrijft hij volmondig het voortbestaan. Wetenschappelijke scepsis hoort nu eenmaal bij een serieuze onderzoeker. Maar in een persoonlijk gesprek met mij gaf de wereldvermaarde Utrechtse hoogleraar toe juist door de overdadige bewijslast overtuigd te zijn geraakt van het voortbestaan van de ziel. Of de inmiddels overleden Tenhaeff nog de stroom publi- caties rond bijna-doodervaringen heeft meegekregen betwijfel ik, maar wat mensen als Raymond Moody, Melvin Morse en Kenneth Ring aan materiaal verzamelden, betekent een bijna onneembare horde voor elke scepticus. Klinisch dode mensen betraden schoorvoetend het voorportaal van het hiernamaals. Na hun reanimatie getuigden ze van de tunnel, het licht, de le- vensfilm en de liefhebbende gestalten die hen kwamen begroe- ten en hen, in hun geval, terugverwezen naar de aarde, omdat hun tijd nog niet was aangebroken. Kenneth Ring toonde aan dat zelfs blinden in hun BDE konden zien. Andere onderzoe- kers brachten de ervaringen van zeer jonge kinderen bijeen en maakten het de twijfelaars wel heel moeilijk om een redelijke verklaring voor deze verschijnselen te verzinnen. Zelfs de cardioloog Pim van Lommel, wiens grensverleg- gende boek “Eindeloos Bewustzijn” inmiddels een bestseller is, helt als aanvankelijk scepticus over naar het geloof in een voortbestaan van de ziel. In navolging van de vele kwantumfy- sici toont hij het primaat van bewustzijn aan. Bewustzijn verd- wijnt niet als de hersenen een vlak EEG vertonen. Alles wijst in de richting van een voortgezet, zelfs verruimd bewustzijn, na het sterven. De enige reserve die hij in zijn boek geeft, is de werking van DMT, een stofje in de hersenen, dat mede verant- woordelijk lijkt voor de bijnadoodervaring. Inmiddels heeft in Duitsland een intensief onderzoek naar dit DMT uitgewezen dat het werkt als een soort drug, dat de deur wijd open zet naar de ervaringen van die hogere wereld. Het lijvige boek daarover is nog niet in het Nederlands ver- schenen, maar dat zal een kwestie van tijd zijn. Het begint erop te lijken dat dit stofje ons in het normale leven afschermt van onbeperkte instroom vanuit geestelijke domeinen. Slechts een handjevol toegewijde mediums vormen de sluizen naar deze gebieden. Zij zijn de ervaringsdeskundigen die ons rap- porteren over de ons aan alle kanten omringende en doordring- ende hogere dimensies. De scepsis die hun ten deel valt, berust op louter onwetendheid en vooroordeel van mensen die geen zicht hebben op de geestelijke domeinen en bovendien ook niet de behoefte hebben zich daarin te verdiepen. 22 plausibele contacten Inderdaad valt het niet mee om geloof te hechten aan zaken die je niet zintuiglijk kunt waarnemen. Toch lijken de doden, als

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=