Reflectie 6(2).vp
Maria Magdalena, de geliefde en leerling van Jezus, was één van de belangrijkste getuigen. Dat blijkt zelfs uit de canonieke evangeliën, waar verteld wordt dat zij Jezus voor zijn dood de voeten zalfde en dat Jezus verklaarde dat hij haar liefhad. Ook vertellen deze evangeliën hoe zij aanwezig was bij Jezus’ kruisdood, als eerste naar het graf ging waarin Jezus was neer- gelegd, dat graf leeg vond en op dat moment een visioen van Jezus kreeg. Haar rol als ‘apostel der apostelen’ wordt echter pas sinds kort duidelijk uit de teksten die bij Nag Hammadi zijn gevonden. Daar schittert zij als een wijze en krachtige vrouw, die Jezus liefhad en diep in haar hart begreep wat zijn leven, doop en dood voor betekenis hadden. Zij was de eerste leerling die ook in haarzelf het tijdloze en grondeloze bewust- zijn ontdekte, dat later het Christusbewustzijn genoemd zou worden. Jezus onthulde voor haar de goddelijke kern die diep in iedere mens verborgen is. Zo vond zij de liefde zonder grenzen, het besef dat alles intens en onlosmakelijk met elkaar verbonden is en in feite één is. Dat was haar opstanding, haar transformatie, haar verlichting. Haar getuigenis blijkt dan ook nog actueel en prikkelt nog steeds de moderne mens in de 21 eeuw. Een eenvoudige check op Google levert op dit moment 3.060.000 vindplaatsen op. En dat terwijl men haar getuigenis heeft geprobeerd te vernietigen. Want haar positie stond al in de tijd dat Jezus leefde voort- durend ter discussie. Met name Petrus verzette zich ertegen. Dat lezen wij bijvoorbeeld in het evangelie van Thomas, waar- van de oertekst teruggaat tot een paar jaar na de dood van Je- zus. In logion 114, het laatste logion, vraagt Petrus aan Jezus om Maria Magdalena zonder meer weg te sturen, ‘want vrou- wen zijn het leven niet waardig’. Een grove aanval, die in die machotijd niet ongebruikelijk was. Maar Jezus verdedigde haar fel en stelde dat er in het Rijk van God geen verschil is tussen mannen en vrouwen. Jezus bracht zo een nieuwe dyna- miek, een hogere energiefrequentie, in de groep eerste leer- lingen. Mannen en vrouwen gelijk!? Dat was een revolutie in de mannenwereld van die dagen. Helaas bleek na Jezus’ dood deze revolutionaire frequentie niet volgehouden te kunnen worden en werd de mannelijke overheersing dominant. De vooraanstaande plaats van de krachtige, liefdevolle en wijze Maria Magdalena werd al snel overschaduwd door roddelverhalen over haar. Die moeten in de oorspronkelijke Jezusbeweging op verschillende plaatsen over haar de ronde hebben gedaan, want in het evangelie van Lucas, geschreven rond 85 AD, kunnen we lezen over een Maria ‘uit wie Jezus zeven duivelen had uitgedreven’. De late- re christenen hebben dit aangegrepen om van Maria Magdale- na een ‘bekeerde zondares’ te maken. Maar dit klopt niet met de oorspronkelijke feiten. En zeker niet met de oorspronkelij- ke geest, de energiefrequentie die Jezus in de wereld bracht. De eerste frequentiehouders Was Petrus dan de leider van de eerste volgelingen van Jezus? Nee, tenminste niet in de thuisbasis in Galilea en in Jeruzalem. Daar was het Jacobus, de jongere broer van Jezus, die leiding gaf aan de beweging die Jezus in het leven had geroepen. In het Evangelie van Thomas staat daarover nog een duidelijke uit- spraak van Jezus. In logion 12 wordt verteld hoe de discipelen van Jezus tot hem kwamen en vroegen wie hun leider zou zijn als Jezus hen zou hebben verlaten. Jezus noemt dan zijn broer Jacobus, die hij in dit logion letterlijk de hemel in prijst. Jacobus gaf gedurende de decennia na de dood van Jezus lei- ding aan de kleine groepjes discipelen van Jezus die over het platteland van Galilea zwierven om te getuigen van wat ze ge- hoord en gezien hadden. Zoals we uit Q, een brontekst uit het jaar 50 AD , kunnen opmaken, waren velen van hen arm en reisden ze blootsvoets, zonder stok en tas, van dorp tot dorp. Het waren eenvoudige mensen die hen goedgezinde huizen opzochten waar ze onderweg wel een maaltijd aangeboden kregen. De mannen droegen, zoals in die tijd gewoonte was, rechthoekige mantels die om het lichaam waren geslagen. De vrouwen droegen kleurrijke gewaden die ze soms omgordden met een sjerp. Op het eerste gezicht leken ze op rondtrekkende Essenen of op zwervende Griekse filosofen, maar zij bleken een nieuwe beweging die de leer en geest van de vermoorde wijsheidsleraar Jezus doorgaven. Zonder het te weten creëerden zij een nieuwe beweging binnen het Jodendom met eigen opvattingen en een bijzondere leefstijl. Ze geloofden dat er een nieuwe tijd zou aanbreken die vroeg om een revolutionaire verandering van het hart. Voor hen waren innerlijke kennis en liefde voor de naasten van belang, want Jezus had hen geleerd dat daarmee Gods Rijk voor de wereld zou aanbreken. De wetten van rituele reinheid en offerdiensten in de tempel, die in Jeruzalem ge- praktiseerd werden, waren minder belangrijk dan Jezus’ idee- ën van delen met de onreinen en berooiden. Als ze aardse be- zittingen opgaven en er een eenvoudige leefstijl op nahielden, zou hen dat dichter bij God brengen dan het gehoorzamen aan de hogepriesters. Wat deze mediterrane boeren voor ogen stond, was een nieuwe wereld waarin zelfs de eenvoudigste mensen, ongeacht hun status of achtergrond, Gods aanwezigheid op aarde kon- den voelen. Hun opvattingen waren ontleend aan het onderwijs van Jezus, zoals dat mondeling was overgeleverd en rond 50 AD werd opgetekend in korte verzamelingen van zijn uitspraken. Op dit moment kennen wij die als Q en als de oervorm van het Evangelie van Thomas. Mogelijk waren er meer van dergelij- ke ‘codices’, maar die zijn ons op dit moment niet bekend. Anders dan de boeken van Matheus, Marcus, Lucas en Johan- nes bevatten deze codices geen verhalen en werden Jezus’ dood en geboorte niet genoemd. Zijn levend gehouden onder- wijs, niet zijn geboorte of kruisdood, was belangrijk. Fictie of non-fictie? Als we vanuit deze kennis van de feitelijke gebeurtenissen de Handelingen van de Apostelen lezen over de eerste decennia na Jezus’ dood, dan is het duidelijk dat we hier in een fictief ver- haal terecht zijn gekomen. Dat is ook de opvatting van de theo- logen van het Jesus Seminar. In de samenvatting van hun onderzoek schrijven ze: “We weten nu dat de Handelingen een product zijn van religieuze fantasieverhalen die in die tijd ge- bruikelijk waren. Ze hebben de vorm van een romantische ver- telling zoals die toen werd geschreven en moeten daarom beschouwd worden als een werk van verbeeldingsrijke litera- tuur.” In hun nader onderzoek kunnen deze wetenschappers dan ook gemakkelijk de theologische agenda van deze Handeling- en formuleren, zoals die op het einde van de eerste eeuw ont- staan is. Die is al zeer duidelijk in Handelingen 2, waarin in kleurrijke beelden het Pinksterfeest van vlak na Jezus’ dood wordt beschreven. “Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=