Reflectie 6(2).vp

Verjaagd uit het paradijs Eva zou volgens diezelfde creationisten de zondeval hebben ver- oorzaakt door haar verleider, de slang, te volgen en te eten van de boom der kennis. We mogen haar dankbaar zijn. Had ze dat niet gedaan, dan hadden wij met ons allen nu ons brein niet gepijnigd over de vraag wie er nou eigenlijk gelijk had: Genesis of Darwin. Het was ons lot om kennis van goed en kwaad, kennis van alle te- genstellingen, op te doen door te leven in dualiteit. Daaraan dank- en wij ons bewustzijn en daardoor zijn we ook in staat gesteld om goddelijk bewustzijn te verwerven. De zondeval is een van de boosaardigste scheppingen van de Kerk, een verwerpelijk dogma dat al voor veel ellende en misverstand heeft gezorgd. De verbo- den vrucht volgde de wet van noodzakelijkheid en opende de weg naar bewustwording. Door hem te eten werd de mens in de wereld geplaatst. Deze daad stelde God in staat om zijn derde schepping uit te voeren, de geestelijke en psychische, reeds geschapen mens, te hullen in een stoffelijk lichaam. Dat vond plaats door het eer- ste paar het paradijs uit te jagen. Voortaan zullen zij baren in pijn en werken voor de kost, twee zaken die het gevolg zijn van het leven in het spanningsveld van de tegendelen. Pas nu treedt ons de mens tegemoet die wij kennen, een zintuiglijk bewapend creatuur, dat eigenzinnig tegen de wetten zondigt en zich een weg kapt door het oerwoud van het fysieke leven. Zo gezien komen de drie scheppingsverhalen aardig in de buurt van wat de wetenschap ons in veel minder toegankelijke taal probeert duidelijk te maken. De oerknal, gevolgd door zich razendsnel uitbreidende gaswolken, die zich verdichten tot stelsels, zonnen en planeten en uiteindelijk het leven voort- brengen zoals wij dat op de planeet Aarde hebben leren ken- nen. De ouden konden dat niet weten, maar intuVtief “zagen” zij een wereldvorming voor zich, die zij in heldere metaforen uitbeeldden. Onkundig van Einsteins relativiteitstheorieën plaatsten zij de schepping van zon, maan en sterren op een centrale plaats in de kosmos, want licht, zo wisten zij, schept de voorwaarden tot leven in liefde. Nog een scheppingsverhaal De aanhangers van de goddelijke scheppingsleer, volgens dogmatische voorschriften, vergeten dat er nog een schep- pingsverhaal in de door hen tot Gods onherroepelijke Woord uitgeroepen Bijbel voorkomt. Dat is namelijk de openings- hymne uit het Evangelie van Johannes. Deze scheppingshym- ne ademt de esoterische geest van de stoïcijnen en vooral van de anonieme auteurs van het Corpus Hermeticum. “In den be- ginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God (1). Dit was in den beginne bij God (2). Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding ge- worden dat geworden is (3). In het woord was leven (4) en het leven was het licht der mensen (5) en het licht scheen in de duisternis (6) en de duisternis heeft het niet gegrepen (7)”. Via deze zevenvoudige indeling begeleidt Johannes de mens op zijn afdaling van het goddelijke Woord, de Logos, tot in de donkere nacht van de ziel. Wat mij altijd al is opgevallen, was de centrale ligging van het vierde principe, namelijk “In het Woord was Leven”. Het Woord (de Logos) is het ordenende principe van het univer- sum, het verandert Chaos in Kosmos, openbaart het Niets tot het Al. Het verbindt de oerbron met zijn schepping en vormt de lijn waarlangs het Christusbewustzijn tot leven komt. Woorden zijn samengesteld uit 26 letters. Is het niet een gods- wonder dat door gebruikmaking van 26 lettersymbolen alles gezegd moet worden? Begrijpelijk toch dat wij vaak in gebre- ke blijven als het erom gaat abstracte begrippen in concrete beelden vorm te geven. Met het Woord van den beginne wordt een oertrilling uitgebeeld, de basisklank waaruit alle frequen- ties zijn voortgevloeid. God sprak en zag dat het goed was. In dat later vleesgeworden woord is de totale verdichting vervat, het oorspronkelijk licht, gevangen in de samenklontering van atomen en cellen, waaruit stoffen en lichamen bestaan. Dat de mens daar niets van heeft begrepen, is een verwijt dat vooral de creationisten zich mogen aanrekenen. De wetenschap pro- beert stap voor stap nader te komen tot het geheim van wording. Zij nadert de erkenning van een Bewustzijn waaruit dit hele wonder is voortgekomen. Maar zij die met hand en tand de let- terlijke waarheid van de scheppingszesdaagse verdedigen, tonen zich niet bereid om stap voor stap nader tot het mysterie te ko- men. Zij pretenderen het al te weten. De taal van het hart Hoewel we nu, al redenerend, een aardig eindje zijn doorge- drongen in het mysterie, zit er nog een aardig geheimpje in de teksten verborgen. In de aanhef van dit artikel heb ik al een slipje van de sluier opgelicht. Op de vierde dag schiep God na- melijk de zon, de maan en de sterren. Het Johannesevangelie verkondigt op diezelfde trap de tekst: “In het woord was le- ven.” De vraag of de oude zieners de geheimen van licht en le- ven kenden, is eigenlijk niet relevant. Wij als bevoorrechten van de 21 eeuw, weten heel goed hoe verwant licht en leven aan elkaar zijn. Zonder licht kan er geen leven zijn. Met zijn formule E=MC (energie is gelijk aan materie) schiep Einstein een indrukwekkend inzicht in de aard van de materie. De oorspronkelijke lichtenergie vult de kosmische ruimte tot in de verstverwijderde diepten, maar heeft zich ook verdicht tot de ondoordringbare materie waarbinnen wij onze wooncultuur hebben opgebouwd. Tegenwoordig komt elk on- derzoek uit bij een nulpunt-energieveld, een soort Akasha-kro- niek, waarin alles wat ooit is gedacht, gevoeld en gedaan in het universum ligt opgeslagen als in een reusachtig archief. Deze energie doordringt de hele kosmos en evenzeer onze aarde, onze woningen, ons lichaam en ze maakt deel uit van onze zielen. Misschien mogen we deze energie gelijkstellen aan de Grote Moeder van de Kosmos, de Eva uit het scheppingsver- haal. Zij belichaamt een onuitputtelijk netwerk van levens- energie dat zich in een eindeloze reeks golflengten door het universum uitstrekt en leven geeft waar stof en evolutie levensvatbaarheid vertonen. Daardoor zijn alle stelsels, sterren en planeten met elkaar verweven en van elkaar afhankelijk in dit terecht “heel’al” ge- noemde universum. De schepping van zon, maan en sterren is dus voorwaarde tot leven. Daarmee verklaren de scheppings- deskundigen deze hemellichten tot de essentie van wereldwor- ding. Geplaatst in het hart van de scheppingstreden verwijzen zij naar de functie van het hartbewustzijn in de menselijke levenscyclus. Brug naar onsterfelijkheid Meestal onbewust leeft de mens in een zevenvoudig auraveld en door middel van zeven chakra’s is hij onafgebroken ver- bonden met de kosmos. Alle kenners van de chakra’s en hun functies verklaren het hartchakra tot de regenboogbrug, die de

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=