Reflectie 6(2).vp
enige bewoners van de zich razendsnel ontplooiende wereld- ruimte. Maar zijn spiegelbeeld, een vrouwelijk wezen, besefte niet dat zij met twee waren en meende het vermogen tot schep- pen te mogen gebruiken en zij schiep uit haar gedachten, die zich onmiddellijk realiseerden in de ruimte, de wereld. Pas later in de tijd onderkende ze haar misvatting, ontstaan uit onwetendheid. Berouwvol wendde zij zich tot de Vader. Ruimhartig vergaf hij haar en samen met haar paargenoot, werd de Zoon gecreëerd, die meegezonden in het universum als Jezus ter wereld kwam. Ook dit is een mythe, maar waarom minder waarheidsgetrouw dan die andere mythe van de zesdaagse schepping? Voor de ouden was dit een positieve manier om in het reine te komen met grote levensvragen als “wie ben ik?”, “vanwaar kom ik? en “wat is mijn bestemming?” De oerwateren Water speelt in vrijwel alle bekende scheppingsmythen een overwegende rol. Bij de Babyloniërs werd Tiamat, het beeld van de oerzee, gespleten in hemel en aarde. Het Egyptische oerpaar bestaat uit Sjoe en Tefnoe, de principes van lucht en water. De Indiase scheppergod Vishnoe werd als de “beweger der wateren” gezien. Het alom aanwezige water symboliseert iets wat als heel essentieel voor de mens wordt beschouwd. Zoals bekend bestaan wij voor het grootste deel uit water. Nog sprekender is de ontdekking van waterstof als oerele- ment. Alle andere elementen kwamen eruit voort. Hoimar von Ditfurth gaf een van zijn boeken de juichende titel “In den be- ginne was er waterstof”. Water lijkt de bezielende factor van al wat bestaat. Elk mythologisch woordenboek zal verklaren dat water het symbool van de ziel en van het onbewuste is. Gods Geest, zwevende over de wateren, is dus bezig de wereldziel te bevruchten met het zaad van het universum. De hele wereldmythologie kent de wereldziel in de gestalte van de Grote Moeder, de alomtegenwoordige moedergodin, die onder honderden namen binnen vrijwel alle culturen wordt vereerd. De gnostici noemen haar Sophia, de wijsheid en in de christelijke cultuur is zij Eva, die later transformeert in Maria, de goddelijke Moeder. Deze Wijsheid, vertelt het Spreuken- boek, bouwde zich een huis en hieuw haar zeven zuilen uit. De wereldmoeder Terug naar de wateren, het beeld van de levende wereldziel, de Grote Moeder van de wereld en mensheid met de Maan en de planeet Venus als haar belangrijkste symbolen. Vanaf de conceptie gaan de wateren de hoofdrol spelen in het schep- pingsdrama. Nadat op de eerste dag licht en duisternis, het eer- ste paar tegenstellingen, uit het Niets zijn opgerezen, creëert de Vader op de tweede scheppingsdag “de wateren boven het uitspansel” en “de wateren onder het uitspansel”. Op de vijfde dag vult hij beide lagen met leven. In ‘de wateren boven’ zwe- ven de vogels en in ‘de wateren beneden’ zwemmen de vissen. Uiteraard zijn het niet de ons bekende vogels en vissen, maar draagt de schepper hier de ideeën aan voor de idealistische aandoeningen (vogels) en de kiemen van complexen, fobieën en conflicten (vissen), inherent aan het leven in dualiteit. De derde dag brengt de verdeling van de wateren in ocea- nen en droog land. Beide dragen de voorwaarden tot leven in het algemeen. Dan volgt de vierde dag, waarop, zoals gezegd, de hemellichamen verschijnen, voorwaarden tot biologisch le- ven, die uiteraard op de vijfde dag de wateren boven en bene- den beginnen te vullen. De zesde dag geeft zicht op het die- renrijk en, belangrijkste van alle schepselen, de geboorte van de mannin, het androgyne archetype van wat eens tot de gewone mens zal uitgroeien. Op de zevende dag ten slotte rust God uit van de vermoeie- nissen. Niet dat de Opperbouwmeester plotseling dodelijk ver- moeid terugzinkt op een ruimtelijk rustbed. Dat zeker niet. Deze dag dient om de schepping te doorstromen met zijn god- delijke levenskracht en haar de kans te bieden uit te groeien tot de bewustwording van het goddelijke Zelf. De ideële en de psychische schepping Is het bovenstaande inderdaad niets anders dan mythologische onzin, geschapen om de menselijke onmacht te verbergen? Wie zo denkt, maakt een grote fout. Er blijken namelijk drie schep- pingsverhalen achter elkaar in Genesis voor te komen. Het ver- slag van de scheppingszesdaagse betreft een soort ideële schepping. Geheel volgens de filosofie van Plato en zijn idee- ënleer worden hier geen vormen of gedachten, maar geestelijke oerbeelden gecreëerd. Jung zou spreken van archetypen, bezield met de levenskracht om tot stoffelijke vormen te kunnen uit- groeien. De eerste scheppingswereld is een geestelijke wereld, een spiritueel oerbeeld van wat eens de wereld zal worden. Het tweede scheppingsverhaal doet een psychische wereld oplichten, voortvloeiend uit de dampen boven de wateren. De tweede schepping draagt de kenmerken van water in alle gele- dingen. Damp, de hof van Eden met vier rivieren en vruchtbo- men en de creatie van de vrouw vertonen het beeld van een voortgezette schepping op een lager frequentieniveau. Een geni- ale constructie ontvouwt zich. De stam Ed, Hebreeuws voor ‘damp’, van de naam Eden heeft namelijk dezelfde stam als die voorkomt in de naam Adam en wordt geschreven met een Aleph en een Daleth, de eerste en vierde letter van het He- breeuwse alfabet. De een en de vier zijn cijfermatige aandui- dingen van een uit eenheid voortvloeiende veelheid, uitgedrukt in de vier. Daarom stromen in het paradijs ook vier rivieren en de beide bomen, waarvan de vrouwe zal eten, dragen eveneens het kenmerk van de vier, zoals ik dadelijk uit zal leggen. In het oud-Hebreeuws werden letters ook door getallen weergegeven. Zo was de Aleph een 1, de Beth een 2, de Gim- mel een 3, de Daleth een 4, enzovoort. De spelling van elke naam leidde opgeteld naar een totaal. Deze totalen kunnen ons heel veel ontsluieren van wat de letters verhullen. Zo verhou- den de boom des levens (de ets hachajim) en de boom der ken- nis van goed en kwaad (de ets hadaaath tob wera) zich getal- smatig tot elkaar als een staat tot vier (233 voor de levens- boom en 932 voor de boom der kennis). Wat het tweede scheppingsverhaal ons wil vertellen, is een soort mathemati- sche ontplooiing van de schepping vanuit een punt naar een vierkant, het zinnebeeld van onze driedimensionale wereld. Eva, de voortzetting van de Kanaänitische moedergodin Chawwah, werd gecreëerd uit een rib (de zijde of het hart) van de oermens Adam, die zich eveneens vanuit een punt in de vierheid ontvouwde. Zij kwam dus voort uit het hart en zou de hartsvriendin van haar mannelijke partner worden. Nadat in de eerste scheppingsacte de Geest zich manifes- teerde, ontplooide zich in de tweede reeks gebeurtenissen de ziel. Op dat moment was de materie nog niet gemaakt. Er be- stond dus nog geen materiële wereld zoals de creationisten ab- usievelijk veronderstellen. De voor de zintuigen waarneemba- re schepping moest nog ontstaan en dat gebeurde in de derde en volgende acte.
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=