Reflectie 6(2).vp
Het christelijke kruis en crucifix Het kruis werd al in de eerste eeuwen hét symbool van het christendom. De latere Kerken en kathedralen werden altijd voorzien van een kruis, op het dak op kerktoren, en in de kerkruimte zelf. Maar een crucifix – een kruis met het corpus, dus met de gekrui- sigde Jezus – is pas veel later, in de late Middeleeuwen (16de eeuw), een centraal ornament van het altaar geworden. Daarvóór kwam het crucifix maar zeer sporadisch voor. Dat geldt ook voor de religieuze schilderkunst, bij voorbeeld in de San Ranierno en San Gimignano, op hout geschilderde crucifixen uit de 13e eeuw. Crucifixen zijn sinds die late Middeleeuwen wijd verbreid in het Westen als voorwerp van private en openbare devotie; in het Oosten in de vorm van een vlakke icoon. Als centraal altaarstuk was het crucifix algemeen in gebruik; tot voor kort ook nog in Rooms-Katholieke kerken. Maar sinds 1969, het 2e Vaticaanse Concilie, werd het crucifix in sommige RK- kerken niet op het al- taar, maar daarboven opgehangen, of tegen de wand achter het altaar. In de Anglicaanse Kerk, ontstaan in de 16de eeuwse Re- formatie, zijn praktisch geen crucifixen, en van de reformatorische kerken is het alleen de Lutherse kerk die het crucifix heeft behouden. In Vrij-Katholieke kerken is van meet af aan nooit een crucifix op of om haar altaren geplaatst. Het kruis verwijst naar de kruisiging van Jezus, ‘voor ons en voor onze zonden gestorven’, maar heeft ook symbolische bete- kenis. In de hierna volgende twee artikelen worden zeer verschillende symbolische betekenissen gehecht aan kruis en crucifix, en niet alleen betrokken op het offer van Jezus, ook op de mens waar onder meer in de liturgie van de H. Mis, vlak voor de Canon, en op Goede Vrijdag, de verering van het kruis, sprake van is. [ Redactie ] Gedachten over het crucifix Frank Kouwe In onze Kerk wordt het crucifix niet gebruikt. Het beeld van de Gekruisigde past niet in onze opvattingen over de mens en zijn eindbestemming: de volmaakte mens, zoals Christus de volmaakte mens is. Opgestaan uit de dood, niet langer vastge- nageld aan het kruis. Vanuit de gedachte dat de kruisiging ‘slechts’ een van de stadia van ontwikkeling is en uiteindelijk leidt tot de glorievolle overwinning van het leven op de dood, kun je je wel voorstellen, dat we ons vooral willen laten inspi- reren door het beeld van die overwinning. Het crucifix heeft op het eerste gezicht niets glorievols. Zoals met alle beelden nodigt ook dit beeld ons uit om er doorheen contact te leggen met de waarheid die erachter ligt. Het is aan de beschouwer om te proberen het mysterie dat er achter verscholen ligt, te ontdekken. Dus niet bij het beeld stil blijven staan. Het crucifix heeft te maken met het lijden, dat zijn oorzaak vindt in de zondigheid van de mens. Zonde, een begrip waar we in onze Kerk moeite mee hebben. Dat begrip past niet in het ‘eindplaatje’. Toch wordt tijdens de Mis in de Absolutie het woord zonde gebruikt. Omdat we er niet echt omheen kun- nen, spreken we ook wel van “tekortkoming”. Dat is minder hard en heeft een andere lading en ander gevoel dan het begrip zonde. Als je ziet waartoe de mens in staat is en hoe hij bij voortduring leeft in strijd met de Liefde, dan is het woord te- kortkoming een eufemisme. Het begrip zonde heeft ook te ma- ken met schuld. Tekortkoming heeft dat niet, neigt meer naar onwetendheid. Maar zonde komt wat mij betreft voort uit zo- wel onwetendheid als uit bewust weten, maar anders doen. Gedurende het kerkelijke jaar werken we via de leidende gedachten van de zondagen aan het verkrijgen van inzicht en kennis (weten). Zo is de zondag vóór de Advent gewijd aan “het verdrijven van onwetendheid”. Inzicht, kennis, weten wij- zen ons de weg hoe tot een leven zonder zonde te geraken. Het crucifix is op die weg een belangrijk symbool. Het is de ver- beelding van het lijden in de wereld, maar geeft ook aan, dat de oplossing van het lijden ligt in het er doorheen gaan. “Wie Mij wil volgen, neme zijn kruis op zich”, zegt de Heer (Mk 8:34). Niet vluchten voor het lijden. “Niet mijn wil, maar Uw wil geschiede” (Luk 22:42-43) en “Mij geschiede naar Uw Woord” (Luk 1:38). Die uitspraken maken duidelijk dat er een weten bestaat waarover het in het diepst eigenlijk om gaat. Uit dit weten vloeit voort: het zich onvoorwaardelijk en nederig voegen in hetgeen gevraagd wordt. Het lijden in de wereld is onvoorstelbaar groot. Niet alleen fysiek, maar ook geestelijk. Lijden is dichterbij dan we mis- schien willen of kunnen zien en begrijpen. Eigenlijk maakt ie- der mens onderdeel uit van dat lijden. Ieder mens lijdt, omdat hij schuld heeft, omdat hij wetend of onwetend de dingen doet die strijdig zijn met de Liefde. Hij lijdt door het lijden dat hij zelf schept. Hij lijdt, omdat hij zonden begaat. Het crucifix is daarom ook ons eigen beeld. Dat zijn wij, dat is de mens. Als ik naar een crucifix kijk, dan kijk ik naar mezelf ! Wat doet de mens zichzelf aan? Wat doet de mensheid zichzelf aan? Kijkend naar het crucifix zie je verstarring: “cruci-fixatie” zou je kunnen zeggen. Het kruis met de vier na- gels door de handen en voeten als symbool voor de stof. Het crucifix, de mens gefixeerd in de stof. Er is geen dynamiek, geen ritme, geen trilling. Er is niets dat doet denken aan bewe- ging. Er is immobiliteit. Er is niets wat doet denken aan zijn grootse afkomst: de mens naar Gods beeld en gelijkenis ge- schapen (Genesis 1:26). Handen die vastzitten, die niet kunnen handelen, niet scheppend kunnen zijn. Voeten die nergens naar toegaan. Niet gaan naar plaatsen waar hulp meest nodig is. Een doorboord hart. Ontdaan van gevoel, van medeleven, van medelijden. Verstarde, vastgelopen en destructieve gevoe- lens. Een doornenkroon in plaats van een prachtige kroon met edelstenen die stralen van veelkleurig licht, als symbool van
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=