Reflectie 6(2).vp

het volmaakt functionerend Christusbewustzijn. Doornen, symbool van verstikking. Het denken vastgelopen in zichzelf, niet creatief. Een hulpeloos en triest beeld alles bij elkaar. Een beeld dat zegt dat er geen enkele vrijheid meer is, terwijl de mens volgens Paulus juist tot vrijheid is geroepen (Galaten 5:13). Geen fijn beeld, maar wel een reëel beeld. Ook dit is een aanzicht van de werkelijkheid waar we beter niet voor vluchten, maar het onder ogen zien. Zoals we nu in deze tijd van de kredietcrisis en economische crisis onder ogen kunnen zien dat wat we nu waarnemen de uitvergroting is, de resultan- te is van de hebzucht en de begeerte van ieder individueel mens. Van zes miljard mensen! Wil je dat echt veranderen, dan moet je zes miljard mensen veranderen! “Verbeter de we- reld, begin bij uzelf”, zegt het aloude gezegde. “Ken uzelve”, staat er boven de tempel van het orakel van Delphi . Maar in deze tijd ook boven de tempelruimte van de Vrijmetselaarslo- ge in Maastricht die we jaren op zondag gebruikt hebben voor de kerkdiensten van onze toenmalige kerkgemeente aldaar. “Wie alles kent behalve zichzelf, mist alles”, lezen we in het evangelie van Thomas (logion 67). Wat is dat “zichzelf” of “jezelf”? En wat ken je dan als je jezelf kent? Is het kennen van jezelf de sleutel voor het begrijpen van de oorzaak en het opheffen van het lijden? Bij die vraag – ‘wat is dat jezelf?’ – denk ik aan het gebed dat de celebrant uitspreekt tijdens de Mis na het opdragen van brood en wijn: “Dit brood en deze wijn dragen wij U op, O Heer ten teken van onze offerande van lof en van dank, want hier geven en offeren wij onszelf, onze zielen en lichamen ter (..) offergave aan U”. Het staat er in meervoud, maar ieder aanwezig kan dat lezen als “ik geef en offer mijzelf, mijn ziel en mijn lichaam ”. Het gaat om de drievoudige mens. Het ‘mijzelf’ staat voor het allerhoogste in de mens. Dat wat de werkelijke mens is en zich door zijn ziel uitdrukt in zijn lichaam. Naar Gods beeld en gelijkenis ge- schapen is dat dus Godzelf. Jezelf kennen is voor mij in zijn diepste betekenis God kennen. Ken uzelve, ken God. Als je je- zelf niet kent, ken je God niet en dan heb je inderdaad alles gemist en is lijden daarvan het onvermijdelijke gevolg. Waar- om? Omdat hij die God niet kent, ook de Liefde niet kent. Als God ons leven stuurt, dan stuurt Liefde ons leven. Dan is elke gedachte, elk gevoel, elk woord en elke daad scheppend. Daar waar Liefde is, zal geen lijden zijn dat voorkomt uit zonden. Er zal lijden van anderen zijn dat vrijwillig door de “Liefde- mens” als een plaatsvervangend lijden op zich genomen wordt. Zie het leven van Jezus. Het is een glorievol, overwin- nend lijden waarin negatieve energie wordt getransformeerd in scheppende macht. Het is een daad waarmee als het ware de sluizen van de hemel worden opengezet en er een stroom van zegening over de wereld wordt uitgestort. Pinksteren dus! Het is het andere aanzicht van het crucifix. En eigenlijk zou er dan ook een ander corpus op moeten zitten. De Boeddha – ook wel de “Bloem der Mensheid” ge- noemd – heeft een groot deel van Zijn leven gewijd aan het doorgronden van de oorzaak van het lijden en de oplossing daarvan. Uiteindelijk ontdekte Hij dat begeerte (verlangen, hartstocht) de oorzaak is van alle lijden. Het opgeven van be- geerte leidt tot het opheffen van het lijden. Hij formuleerde het achtvoudige pad dat leidt tot het opheffen van lijden en uitein- delijk leidt tot verlichting: juist begrijpen, juist denken, juist spreken, juist handelen, juiste levenswijze, juiste inspanning, juiste aandacht en juiste concentratie. Allemaal zaken die te maken hebben met het leven van alledag. Tijdens het kerkelijke jaar besteden we hier aandacht aan. Ondermeer via de leidende gedachten van de zondagen. Hier- na volgen, voor vijf ervan, voorbeelden met verwijzingen naar zondagen in het kerkelijke jaar. Voor “Juist spreken” hebben we in het kerkelijke jaar op de tweede zondag in de Quadragesima – of Veertigdagentijd – de leidende gedachte “Beheersing van de tong”. In de algeme- ne brief van Jacobus (3: 1-12) wordt de tong afgeschilderd als “een wereld van ongerechtigheid”, maar ook waar “zegening uit voortkomt”. In het boekje “Aan de voeten van de Meester” van Alcyone staat dat erop het pad van geestelijke ontwikke- ling vier belangrijke deugden zijn: weten, durven, willen en zwijgen. De laatste schijnt de moeilijkste te zijn. De begeerte om te willen spreken is groot. Een van de betekenissen van zwijgen is dat je nooit een woord zult spreken dat een ander kan kwetsen. Misschien is dat wel de essentie van “Juist spre- ken”. Ook hier is de aloude volkswijsheid een wegwijzer op ons geestelijk pad: “Spreken is zilver, zwijgen is goud”. “Juist handelen” is de intentie van de vierde zondag van de Advent. De juiste handeling is als het tweesnijdend zwaard dat gescherpt wordt in effectieve dienst. Voor elke handeling wordt dit zwaard opnieuw uit de schede getrokken. Met dit beeld wordt aangegeven dat de juiste handeling (het zwaard) voortkomt uit de diepe Wijsheid (de schede) en daarmee een zuivere, scheppende handeling is. Zonder daar nu dieper op in te willen gaan, verwijs ik nog naar de prachtige tekst in het Hindoegeschrift de “Bhagavad Gita”over de handeling en de niet-handeling (het vierde gesprek – de yoga van Wijsheid – van Krishna met Arjuna) . Ook hier wordt de relatie tussen begeerte en handeling gelegd. “Juist begrijpen” vinden we terug op de derde zondag van Quadragesima in de leidende gedachte “begrijpen van onze medemensen”; “juiste levenswijze” in het thema “nederigheid” van de vijfde zondag van de Veertigdagentijd; en in leidende gedachten van zondagen na Heilige Drievuldigheid. “Juiste in- spanning” komt aan de orde in de leidende gedachte “juist aangewende energie” (22ste zondag na Heilige Drievuldigheid). Begeerte en zonde. Wellicht komt zonde uit begeerte voort, mogelijk zijn ze synoniem: begeerte = zonde. Zonder begeerte zijn, betekent niets voor jezelf en alles voor de ander. Zoals Jezus dat in Zijn leven liet zien: Hij is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen (Mk 10: 43-45). In het onvoorwaardelijk en nederig dienen ligt de sleutel tot een le- ven vrij van begeerte en lijden, omdat de goddelijke Liefde dan onbelemmerd toegang krijgt tot het denken, voelen en handelen van de mens. Priester Van der Stok zei het volgende over het plaatsver- vangend lijden en de betekenis van de vijf wonden van de ge- kruisigde. “De Heer Christus is zonder enige twijfel de Heer van Licht, de Godmens, het Verheven Wezen, dat onze werelden vervult van zijn Heerlijkheid en zijn Glans. Maar dit zou een ledige voorstelling zijn als hij niet tevens een geheel andere zijde had: de complementaire functie van zichzelf voor ons te offeren, door onze zonden op zich te nemen en deze met Zijn Bloed schoon te wassen. Door deze zeer werkelijke en aller

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=