Reflectie 6(2).vp

Column Lambèrt de Kwant Een nacht met Cees Renckens Doctor Cees Renckens, voorzitter van de vereniging tegen de kwakzalverij ligt in zijn bed te woelen en kan de slaap maar niet vatten. Hij denkt aan zijn dissertatie, “Dwaalwegen in de geneeskunde”, uitgegeven door uitgeverij Bert Bakker. In dit 462 pagina’s tellende boek bespreekt hij uitvoerig eerst de verschillende definities van kwakzalverij, alternatieve genees- kunde, complementaire/ additieve/ holistische geneeskunde en dergelijke. Daarna geeft hij een beknopte geschiedenis van de kwakzalverij, die eindigt rond 1973, als de opmars van de ‘al- ternatieve geneeskunde’ begint. Het schrijven en de research voor dit boek had hem vele nachtelijke uren gekost, maar de verwachting dat het boek zeker zou aanslaan en een bestseller worden, had hem vleugels gegeven. Nu, enkele jaren later, moet hij verdrietig vaststellen dat zijn levenswerk hem niét die zo fel begeerde roem en publiciteit heeft gebracht. Ook zijn andere publicaties werden maar matig ontvangen. En dan die eeuwige kritiek op zijn kruistocht tegen al die kwakzalvers ofwel alternatieven, uiteraard voornamelijk af- komstig van dat stelletje domme beoefenaren van die flauwe- kul. Iedereen die werkzaam is in de alternatieve sector, zoals homeopathen en acupuncturisten, worden door hem ontmas- kerd en aan de kaak gesteld als gevaarlijk voor de volksge- zondheid. Ja, want, vindt hij (en hij voelt hoe de woede hem in zijn greep neemt) het zijn allemaal oplichters! Ze hebben im- mers niets te bieden dan alleen maar bedrog en ellende! Toegegeven, hij heeft een heel scherpe pen, maar wie niet horen wil moet maar voelen, toch? Hij doet dat immers met de beste bedoelingen: bescherming en verbetering van de volks- gezondheid. Daarom moet er heel, heel hard stelling worden genomen tegen die akelige kwalzalvers. Die oplichters moeten verdreven worden, punt. Gewoon een Berufsverbot voor alter- natief werkende artsen – die moet hun bul worden afgepakt zodat hun gevaarlijke praktijken onmogelijk worden gemaakt. Dan is het echt onbegrijpelijk en verdrietig dat zelfs de Koninklijke Maatschappij voor Geneeskunde (KMG) hem af- viel in hun blad Medisch Contact van september 2006. Toen tikte hoogleraar virologie Prof. dr. J. Galama, hem stevig op de vingers: Renckens had het ook voor reguliere collega’s en medisch hoogleraren te bont gemaakt met zijn ongenuanceer- de veroordelingen – zoals dat werd genoemd. Zie ook: http://www.iocob.nl/tegengif/renckens-gecorrigeerd-4.html Maar Renckens trekt zich niets aan van die kritiek. Als zelfs regulieren zich tegen hem keren voelt hij zich juist ge- sterkt in zijn gelijk – die lui hebben er ook niks van begrepen! Zo gaat hij nog een stapje verder: ook over patiëntenorga- ni saties van aandoeningen zoals ME en Burnout stort de voor- zitter de druiven van zijn gramschap uit omdat zij, volgens hem, slechts erkenning zoeken voor hun zelfbedachte leed – het zit immers allemaal tussen hun oren – en ze zijn natuurlijk alleen maar uit zijn op de centen zoals van arbeidsongeschikt- heidsuitkeringen. Ook de producenten van onduidelijke vita- minepillen en mineralen zijn in zijn ogen nep, ook die zijn er op uit alleen maar hun eigen zakken en die van de kwakzal- vers vullen. Maar dat mag volgend jaar niet meer… gelukkig maar… hij slaakt een zucht van verlichting… Desondanks kan Cees Renckens maar niet in slaap komen, vooral niet als hij denkt aan de kritiek op zijn proefschrift. Neem nu die vermaledijde nitwit van een homeopaath (de titel arts is hem niet waardig!), ene C.F.Stolper, die destijds de euvele moed had de onderzoeksmethode die Renckens han- teerde onzorgvuldig en vooringenomen te noemen. Volgens hem maakte Renckens zich schuldig aan “onwetenschappe- lijk” onderzoek. Hoe durft-ie dat te beweren! Hij, Renckens, dé deskundige bij uitstek op dit gebied, zou niet weten wat echt wetenschappelijk onderzoek inhoudt? Cees Renckens gaat z’n bed maar even uit en loopt naar het raam, maar de duisternis en de stromende regen stemmen hem ook niet bepaald vrolijk. Niet dat er tegenwoordig veel reden tot vrolijkheid is – maar waar hij echt chagrijnig van wordt is het ongehoorde succes van het boek van die nep-car- Woord vooraf Geachte lezers — Veel nieuwe kopij kwam weer binnen voor dit nummer waardoor ook nu enkele artikelen op de wachtlijst kwamen te staan. Er lagen immers nog uitge- stelde bijdragen voor ons voorgaande voorjaarsnummer. Dit nummer begint met een column van onze hoofdre- dacteur, onder de titel “Een nacht met Cees Renckens”. Het lijkt ons goed daarbij het volgende op te merken. Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Wat in andere teksten, buiten een column, beoordeeld zou kunnen worden als kwetsend of beledigend, ligt wat vrij- er in een column. In hoeverre dat van toepassing is in dit geval, kunt u zelf beoordelen. Wat daarnaast kan opval- len, is dat teksten van Renckens in bepaalde gevallen zeker als beledigend of kwetsend kunnen worden opge- vat. Toch is daar nooit iets tegen gedaan. In dit nummer enkele voor ons blad nieuwe auteurs: ds. Fennie Kruize met haar artikel “Waarom goddelijke vrijheid?”; Hans Feddema: “De kracht van mildheid, moed en mededogen” en priester Mike Bais met “Het kruis – een verklaringssymbool voor goed en kwaad”. Een artikel van hem over ‘Kabbalah’ stellen we uit tot het herfstnummer 2009. Ook een artikel voor de rubriek “Profiel” werd uitge- steld. In de rubriek “Over het leven van…” schrijft Yvonne Marée “Hoe heet jouw God ?” Ook voor u hopelijk voldoende variatie in artikelen in dit nummer. Sluitingsdatum kopij voor het herfstnummer: 26 augustus 2009 Ons herfstnummer verschijnt rond 15 oktober 2009

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=