Reflectie 6(3) herfst 09.vp

Tegenstrijdigheden in de Evangeliën en in andere Nieuw-Testamentische geschriften X Frank den Outer De kerkelijke leer is gegrond op de Bijbel – vooral op het Nieuwe Testament –, op geloofsregels en geloofsbelijdenissen van veel latere datum en op de traditie zoals die in de loop der eeuwen is ontstaan. Dat Nieuwe Testament bestaat uit zevenentwintig geschriften – brieven, evangeliën en een openbaring – van zeker tien verschillende schrijvers. Die geschriften geven alle op eigen wijze iets van het geloof weer van de eerste christenen. Vaak kenden de NT-schrijvers elkaars werk niet, deels door de grote ver- schillen in tijd en plaats van ontstaan, naast de vele andere evangeliën, en mogelijk ook brieven, die in de vroegchristelijke perio- de de ronde deden. De oudste brief, van Jakobus, de broer van Jezus, is ruim 15 jaar na de kruisiging geschreven, het eerste evangelie – dat van Marcus – ca. 35 jaar daarna en het laatste evangelie – dat van Johannes – ca. 80 jaar later. Doordat deze NT- geschriften achter elkaar in één boek zijn opgenomen, vallen gemakkelijk de onderlinge verschillen en tegenstrijdigheden op. In het hierna volgende zullen deze punten in de vier NT-evangeliën en in enkele brieven ter sprake worden gebracht. Er wordt niet ingegaan op de geloofsbelijdenissen van veel latere datum – eind 4de eeuw en later. Het is dus in een periode van zo’n vier eeuwen waarin de voornaamste bronnen van de christelijk kerkelijke leer liggen, waarvan in dit artikel alleen een korte, maar zeer bepalende periode voor het christendom aan de orde komt. De ontwikkeling van die leer is pas laat op gang gekomen – sinds ongeveer de 18 -eeuwse Verlichting De evangeliën De NT- evangelisten waren bekend met andere evangeliën. Zeker kenden Matteüs en Lucas het evangelie van Marcus: grote delen daarvan komen letterlijk voor in dat van hen, zoals eenvoudig blijkt uit een synopsis waarin de drie evangeliën in drie kolommen naast elkaar zijn geplaatst. De verschillen en tegenstrijdigheden komen dan ook duidelijk naar voren. Er zijn ook de toevoegingen van een aantal Jezus-uitspraken, die waarschijnlijk zijn overgenomen uit het evangelie van Tho- mas, uit de Nag Hammadi-bibliotheek! Die toevoegingen be- treffen veel verwijzingen naar oude Joodse profetieën, en naar een – zij het verschillende – stamboom van Jezus. Met deze verwijzing naar oudtestamentische profetieën en het opnemen van de stamboom van Jezus wilden de evangelisten ongetwij- feld de lezer overtuigen dat Jezus de langverwachte Messias was. Daarmee negeerden zij de maagdelijke geboorte of spra- ken die (ongewild?) tegen; Johannes volgde, veel later, zijn ei- gen methode en schrijfstijl om de grootsheid van Jezus te ‘bewijzen’. De schrijvers van de evangeliën waren natuurlijk geen ooggetuigen – hun verslagen waren gebaseerd op mondelinge overleveringen, die zij aanpasten, net zoals de omstandighe- den en citaten die zij vermeldden. Het ‘modelleren’ van de waarheid – als die al bekend zou zijn – was destijds niet onge- bruikelijk; zelfs geschiedschrijvers deden dat bewust en zon- der bezwaar. Niet alleen de evangelisten, ook de briefschrijvers gaven natuurlijk hun zeer persoonlijke visie; zij benaderden de gemeenten waaraan zij schreven, op zeer eigen wijze, met verschillende ‘boodschappen’ en bedoelingen. Toen de uiteenlopende nieuwtestamentische geschriften in één boek bijeen gebracht waren, konden de verschillen en re- gelrechte tegenstrijdigheden duidelijk opvallen – het betrof immers geen feitelijkheden. Toch zal het vergelijken van ‘de- zelfde’ delen uit die geschriften verwarren, want die verschil- len vallen duidelijk op, ook al werd gebruik gemaakt van het werk van anderen, onder meer door letterlijk te citeren. Die verschillen zijn deels te verklaren door te bedenken dat Jezus’ optreden en woorden op ieder van hen wel een unieke en ver- schillende indruk zal hebben gemaakt, zelfs wanneer het infor- matie betreft uit de tweede hand. De hoofdlijnen van de vier evangelieschrijvers zijn hetzelfde, maar op essentiële punten zeer verschillend, zelfs tegenstrijdig. Die verwarrende tegenstrijdigheid in de NT-geschriften kan vaak ook wel nader worden verklaard en dan verrijkend blijken te zijn. Verschillen en tegenstrijdigheden Deze verschillen zullen worden nagegaan ten aanzien van een viertal thema’s: ‘het goede nieuws’, over Jezus, over Petrus, en over de opstanding. Het betreft hier mijn keuze; op vele an- dere verschillen zou natuurlijk ook kunnen worden gewezen. Marcus vertelt, dat Jezus direct na zijn doop door Johannes de hemel zag openbreken en de Geest op zich zag neerkomen en ervoer de liefde van God. Dan verkondigt hij de goede bood- schap van God: ‘De tijd is rijp en het koninkrijk van God is nabij. Bekeer u! Heb geloof in de goede boodschap’. Marcus en Matteüs vatten het koninkrijk letterlijk op; een aards rijk, een grondgebied. Maar Lucas beseft, dat zij Jezus’ woorden verkeerd hebben verstaan: het koninkrijk van God brengt geen verandering in de ‘buitenwereld’, maar in de ‘binnenwereld’. Het koninkrijk van God is een veranderde staat van bewust- zijn, een staat van geestelijke verlichting, een visie die met die in het Thomasevangelie (uit de Nag Hammadivondst) overeen- stemt! Lucas waarschuwt voor de ‘verleiders’ die zeggen dat op aarde alles anders zal worden. Hij zegt, dat Gods konink- rijk er nu al is: je moet je er voor openstellen – het is een in- nerlijk koninkrijk. Johannes geeft een ander beeld voor het geestelijk openstellen of ontwaken: om het koninkrijk binnen te kunnen gaan, moet je opnieuw geboren worden, niet licha- melijk, maar naar de geest. Voor Marcus is Jezus een mens, met broers en zussen, een mens die zich van God bewust wordt tijdens zijn doop in de Jordaan. De mensen, zegt hij, beschouwen Hem als de Messi- as, maar Jezus zelf wilde niet als zodanig worden gezien of

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=