Reflectie 6(3) herfst 09.vp
heeft om te denken dat onze ouders oké zijn, is er in onze kin- derlijke geest maar één reden mogelijk waarom we de liefde niet ontvangen die we nodig hebben: het ligt aan ons. Wij doen iets niet goed, wij zijn niet goed zoals we zijn. Het kind legt de schuld bij zichzelf! Uit pure onwetendheid en afhank- elijkheid, niet omdat het schuldig is. Als we door die bril kijken naar het zondebesef van de mens, dan zien we precies hetzelfde mechanisme terug: de mens lijdt en kan niet overzien waarom het zo is. We leven hier op aarde afgescheiden van de bron van onvoorwaardelijke liefde met de angst en pijn die dit met zich meebrengt. We zet- ten onszelf in om er het beste van te maken en tegelijk denken we dat het aan ons ligt. We hebben een verklaring nodig waar- om het leven zwaar en moeilijk is. Onze verklaring hiervoor is, dat wij iets niet goed gedaan hebben waardoor we in deze angstige wereld beland zijn. We zijn als kinderen die de lief- devolle geborgenheid missen en reageren als kinderen door daar onze (beperkte) ideeën over te ontwikkelen. Het hele idee van de zondeval kun je dus zien als de psychologische reactie van kinderen in nood. Wij, de kinderen van God, zijn in nood en kunnen de diepere inzichten hierin niet bevatten en creëren zo zelf een idee: het is onze eigen schuld, wij hebben iets niet goed gedaan. Als volwassenen weten we, dat het niet de schuld van kinde- ren is als de ouders niet in staat zijn hen onvoorwaardelijke ge- borgenheid en liefde te bieden. Wat de oorzaak bij de ouders hiervan ook is: het kind heeft er geen schuld aan. Schuld is niet meer dan een idee en gevoel dat opkomt, omdat we de dieper liggende waarheid niet bevatten. Zo is het ook met het niet erva- ren van de onvoorwaardelijke verbondenheid en liefde van het goddelijke naar ons. Schuldgevoel hierover ontstaat alleen maar, omdat we de dieper liggende waarheid niet kunnen bevat- ten. Hiermee plaats ik het mens-godsbeeld, dat zondebesef en schuld in zich draagt, in het psychologische perspectief van onze kinderlijke reactie op iets wat we niet begrijpen. Spirituele kant van mens-Godsbeeld Als we naar het mens-Godsbeeld van zondeval en schuld kijken vanuit het spirituele perspectief, dan zien we weer heel iets anders. Het eten van de appel van de boom van goed en kwaad opende een nieuwe wereld. We betraden de wereld van polariteiten en verlieten daardoor de wereld van eenheid en har- monie (het paradijs). We raakten volledig opgenomen in een bewustzijn dat gekenmerkt wordt door het ervaren van een af- gescheidenheid tussen onszelf en God en een heen en weer ge- slingerd worden tussen polariteiten. Een bewustzijn dat de in- bedding van onvoorwaardelijke liefde en verbondenheid met het Goddelijke mist. In dit dualiteitsbewustzijn vertoeven we helemaal in de stoffelijke wereld van tegenstellingen. Licht en donker, pijn en vreugde, liefde en angst, vriend en vijand, man- nelijk en vrouwelijk, etc. We zijn het grote geheel en de eenheid in alles kwijtgeraakt. Hierdoor bewegen we tussen licht-donker, mannelijk-vrouwelijk ed. op en neer, zonder volledige heelheid en harmonie te vinden. We blijven zoeken naar die harmonie, ervaren die tijdelijk en raken die weer kwijt. Het is juist deze zoektocht die de zin van dit dualiteitsbe- wustzijn is. Op onze tocht door de polariteiten hebben we de kans om delen van het geheel diepgaand te ervaren en te leren kennen. Hierin ontwikkelen we krachten en kennis in ons indi- vidu-zijn. Juist door het gemis aan het ervaren van onvoor- waardelijke eenheid en liefde, komen er krachten in ons vrij die onze menselijke en spirituele groei dienen. We moeten angsten overwinnen en we ontwikkelen moed en doorzettings- vermogen. We moeten met onveiligheid omgaan en ontwikke- len ondernemingszin en creativiteit om veiligheid te leren creëren. We moeten met afgescheidenheid omgaan en leren sa- menwerken en maatschappelijke structuren opbouwen. We le- ren zelfstandige, creatieve, ondernemende individuen te zijn. Al lukt het ons niet werkelijke harmonie in ons leven en onze wereld te brengen, we groeien wel enorm. Het leven in dualiteitsbewustzijn zie ik dan ook niet als een zondeval, maar als een kans. Een kans voor groei van bewust- zijn en liefde, juist omdat we eenheid en liefde missen. We kun- nen het leven in polariteiten zien als een mogelijkheid die God in het universum heeft opgenomen. We zijn nooit verbannen. We zijn slechts een wereld binnengegaan die de mogelijkheid biedt om niet-liefde, niet-eenheid en niet-Goddelijk te ervaren. Deze wereld is volledig opgenomen in liefde, eenheid en God- delijkheid. Het idee dat we afgescheiden geraakt zijn van God door onze zonde, is een idee dat typerend is voor het dualiteits- bewustzijn. Spiritueel gezien is er geen afgescheidenheid en is er geen zonde. Het Goddelijke is altijd en overal aanwezig. Het Goddelijke heeft altijd en overal lief. Het ís de onvoorwaardelij- ke liefde en het ís de onvoorwaardelijke eenheid. Wanneer we zien dat onze manier van denken en ervaren een illusie is binnen de waarheid van het Goddelijke, opent zich een nieuw perspectief. Al ervaren we de illusie als waar, het is een wereld binnen de goddelijke waarheid en niet de goddelijke waarheid zelf. Zonde, schuld, en boete bestaan in die illusionaire wereld en zijn op goddelijke niveau niet waar. Ze bestaan in onze wereld en dienen het doel van groei. Natuurlijk moeten we wel leren omgaan met onze ideeën en gevoelens van schuld en boete. We kunnen onszelf er echter nooit van bevrijden, als we niet bereid zijn om te zien dat de waarheid groter is dan dat. Dat wij schuldig zijn, is een mense- lijk bedenksel om onze wereld te verklaren. Het is een psycho- logisch proces om te overleven met angst en pijn. Spiritueel gezien leven we in een wereld die de illusie in zich draagt van afgescheiden zijn van Goddelijke liefde en eenheid. Het doel hiervan is groei van bewustzijn en liefde. Een groei die ons mensen dient en die het Goddelijke dient. God drukt zichzelf uit in menselijke individuen. In ons kan het Goddelijke zichzelf er- varen. Het is ook in en door ons dat het Goddelijke kan groeien. Al onze ervaringen keren terug naar God en voegen iets toe aan de intensiteit van God. Hoe perfect het Goddelijke ook al is, het neemt toe in intensiteit door alle ervaringen die wij hebben. Zo dienen wij God door ons menselijke pad te gaan. We hoeven dus niet meer te doen dan onszelf te zijn, ons- zelf te leren kennen en lief te hebben, onvoorwaardelijk. Hier- in doen we precies wat bedoeld is en hierin dienen we onszelf én God. Als we werkelijk onszelf leren kennen en liefhebben, leren we God kennen en liefhebben. We zijn uit God voortge- komen, God bestaat ín ons en wij bestaan in God. De afge- scheidenheid mens-God is een illusie. Als we onszelf en God bezien vanuit eenheid tussen mens en God, is het duidelijk dat we door onszelf te leren kennen, God leren kennen. Door onszelf lief te hebben, God lief hebben. Herinner jezelf aan het bestaan van eenheid, van liefde Weet dat al je ervaringen opgenomen zijn in eenheid en liefde Ervaar dat je een kind van God bent, altijd en overal.
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=