Reflectie 6(3) herfst 09.vp

Waarom die moderne natuurkunde? Omdat die wetenschap de ‘werkelijkheid’ niet meer alléén als stoffelijk ziet, maar ook, en wezenlijker, als immaterieel. Daarmee kunnen theologische uitspraken over God, Christus en mens wezenlijker worden verstaan. Misschien klinkt dit allemaal wat fantastisch. Maar het loont de moeite na te gaan of die wetenschappelijke in- zichten theologische uitspraken kunnen verhelderen en verbre- den, al zou dat allen maar zijn op grond van analogie; de ge- lijkstelling van geloofs- en rationele begrippen en visies be- hoeft niet te worden erkend. Omdat velen onder ons niet bekend zijn met de moderne na- tuurkunde, wordt in de studie daaraan eerst veel aandacht be- steed – een vrijwel onbegonnen werk, omdat het zo ingewikkeld is en buiten eigen ervaring ligt. Die natuurkundige bevindingen zijn eigenlijk alleen goed te ‘begrijpen’ door middel van de wis- kundige formuleringen. Zoals een hoogleraar astronomie tegen zijn studenten zei: ‘Ik zou u ervan willen weerhouden u af te wenden alleen omdat u het allemaal niet begrijpt. Mijn natuur- kundestudenten begrijpen het evenmin … omdat ik het niet be- grijp. Niemand begrijpt het’. En dat terwijl astronomie toch minder ‘moeilijk’ is dan de moderne natuurkunde. Die natuurkunde houdt onder meer de kwantummechanica en -velden, complementariteit, en het onzekerheidsprincipe in, en ontdekt dat waarneming het waargenomene beïnvloedt; dat hogere dimensies dan de vier van onze ruimte-tijd bestaan, waarin verleden, heden en toekomst geen bindende betekenis hebben, want plaats of ruimte en tijd bestaan daarin niet; al- omtegenwoordigheid en eeuwigheid wel. Dan kan ook sprake zijn van onze ziel als een multi-dimensionale persoonlijkheid die tegelijkertijd in vele tijdsperioden of na elkaar, en vele plaatsen, werkzaam kan zijn, en waartoe onze persoonlijkheid bij incarnatie op aarde behoort. Naast de moderne natuurkunde – waarvan een degelijke uit- leg wordt gegeven – gebruikt de auteur ook de analogieën van de PC met z’n fraaie en wonderlijke tekstverwerkingsprogram- ma’s. Zij gebruikt die analogieën, onder meer waar het gaat over het menselijke geheugen en herinnering en over het vast- leggen, opslaan, oproepen en wissen van al het bestaande (Aka- sha) in het wereldgeheugen. Niets zou verloren gaan van dat wereldgebeuren. Dat is ook het geval voor alles dat direct sa- menhangt en verbonden is met de mens in diens gang door de talrijke en verscheidene incarnaties heen. Ook niets daarvan uit het persoonlijke of zielengeheugen van ieder mens gaat verlo- ren: niets wordt ‘gewist’, en kan bovendien worden opgeroe- pen, hoe ver in het verleden ook ontstaan.. Het is een gegeven dat verassend, maar ook benauwend kan worden bevonden. De huidige studie[1] richt zich op de Kerk in haar eeuwen- oude leer. Die Kerk erkent één God, maar in drie ‘personen’: Vader, Zoon en H. Geest. Die geloofsvisie van de Drievuldig- heid krijgt in het licht van de moderne natuurkunde een nieu- we interpretatie. De Zoon en de H. Geest gaan uit van de Vader, samen vormen Zij de drie-eenheid. Als dit de drie as- pecten of eigenschappen zijn van God, wat is dan (de beteke- nis van) God zelf, zonder te verwijzen naar die drie aspecten? God brengt uit zichzelf – uit eigen wezen – de Zoon voort. Daarmee is de Zoon ook eeuwig, is nooit geschapen, maar is deel van en gevormd uit de Vader. De Zoon en de Heilige Geest, als zuiver bewustzijn, zijn dan niet twee aspecten van de Vader; maar vormen met de Vader de drie ‘aspecten’ van God, nader omschreven: de Vader – de hoogste ‘dimensie’ van de schepping, de Zoon – ons heelal(bewustzijn), en de H. Geest – de verbinding tussen beiden. Hierbij komen al – ver- borgen – moderne natuurkundige visies aan de orde over tijd, ruimte, eeuwigheid en alomtegenwoordigheid. Dan wordt in [1] met veel instemming geciteerd uit de (pseudo-) Paulusbrief, en nader van commentaar voorzien: Beeld van de onzichtbare God, is hij, eerstgeborene van heel de schepping: in hem is alles geschapen, alles in de hemel en alles op aarde, het zichtbare en het onzichtbare, … , alles is door hem en voor hem geschapen. Hij bestaat vóór alles en al- les bestaat in hem. (Kol 1:15-17) Deze visie kunnen wij dan vergelijken en aanvullen met de proloog van het evangelie van Johannes: In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. (Joh 1:1-4) Zo komen verder ter sprake … - God: het Gods bewustzijn; Vader, Zoon en H. Geest; alom en gelijktijdige tegenwoordigheid; eeuwigheid, tijdloosheid. - Het Heelal: oneindig en begrensd, de complexiteit van het Heelal, het multiversum; meervoudige dimensies. - De mens: de onsterfelijkheid van de mens, het complexe ik, het groeiend bewustzijn; het complete ik in imaginaire tijd; toegang tot de kosmische geheugenbank; (re)incarnatie in het verleden, het heden, de toekomst; en parallelle realiteiten. - Jezus en Christus: Christusbewustzijn, de Incarnatie van Christus; de volheid der tijden; opstanding en onsterfelijkheid, de eindontwikkeling. Het boek is een studie die je voortdurend bezig houdt en deze wonderlijke en grootse schepping doet overdenken met al het leven dat daarin is ontstaan en tot ontwikkeling komt, over eindeloze tijdsperioden en ruimten. En kennis te nemen van nieuwe interpretaties van sommige, maar essentiële gedeelten uit het Nieuwe Testament , en van enkele, eveneens essentiële dogma’s of kerkelijk leerstellingen; ook de Apostolische Geloofsbelijdenis . De enige weg om de christelijke theologie te vernieuwen, en relevant te doen zijn voor deze tijd, kan mogelijk worden ingeslagen door de inzichten van de moderne natuurkunde en kosmologie daarbij te betrekken. En dat gebeurt ook in deze studie die daarom veel betekend de ondertitel draagt Theolo- gie als onderdeel van de natuurkunde. De huidige natuurkun- digen immers bereiken, met hun fundamenteel onderzoek, steeds meer de grenzen van het denken, en komen daardoor in aanraking met een (spirituele) werkelijkheid die met de ratio en met het analytisch denken (van de orthodoxe theologie) niet is te bereiken en te kennen. Noten 1. Zie: Ojas Th. de Ronde, De Geest waart waar Hij wil, Reflectie 6(2) zomer 2009, p 6-10. 2. Hoewel natuurlijk de kwantumfysica in [1] duidelijk ter sprake komt, is het mogelijk hierover in kort bestek te worden geïnformeerd in een drietal bladzijden (p.249-252) uit Pim van Lommels boek Eindeloos bewustzijn – een wetenschappelijke visie op de bijna-dood ervaring *), 14e druk 2009. Het is te vinden, in het hoofdstuk Kwantumfysica en bewustzijn (p 237-269), daarin de delen over het klassieke wereldbeeld en het wereldbeeld op basis van de kwantumfysica (p. 249-252). *) zie ook over deze publicatie in Reflectie 6 (2), zomer 2009, p. 3-5.||

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=