Reflectie 6(3) herfst 09.vp
Van God Los Over de kennis van goed en kwaad Ojas Th. de Ronde ‘Gelooft u dat het lijden en kwaad in de wereld kwam, omdat Eva naar de slang luisterde?’ Dat was een simpele vraag die de Amerikaanse acteur-presentator Bill Maher vorig jaar stelde aan senator van Arkansas, Mark Pryor. Maher had verwacht dat de senator ontkennend zou antwoorden, maar tot zijn verbijstering antwoordde de senator: ‘De Bijbel is het woord van God. Daarin lezen we dat Adam en Eva de eerste mensen waren. En dat Eva verleid werd door de slang. Hoe zou ik aan Gods woord kunnen twijfelen? Zo moet het lijden en het kwaad in de wereld zijn gekomen. De zonde van Eva was daarvan de oorzaak.’ Maher was verbaasd en geschokt door dit antwoord van een bestuurder van een groot, rijk, modern land en besloot over dit the- ma een documentaire te maken. Die gaf hij de naam ‘Religulous’, daarmee spelend met de termen ‘religious’ (gelovig) en ‘credulous’ (goedgelovig). Deze video wordt nog steeds over de hele wereld bekeken . Senator Pryor is niet de enige. Veel conservatieve christenen over de hele wereld denken nog steeds als Pryor. Maar een steeds groter wordende groep mensen staat hier verbaasd over en vraagt zich af hoe mensen zo gespleten kunnen denken. Van de ene kant de feiten die de wetenschap levert over de evolutie van het leven op aarde en die, in het huidige Darwin- jaar, uitvoerig aan de orde komen. Van de andere kant de my- thische verhalen over Adam en Eva die aan het begin van onze mensheid zouden hebben gestaan en de oorzaak zouden zijn van al ons leed. Was het eten van de appel door Eva zo fataal? Moeten daarom de vrouwen nog steeds de schuld blijven krij- gen van het lijden in de wereld? Ieder voelt dat deze letterlijke, conservatieve interpretatie van de Bijbelverhalen niet meer klopt. De twijfel daarover groeit alom. Ook binnen de Islam, waar Adam en Eva ook als het eerste mensenpaar gezien wordt. Uit het zojuist verschenen rapport van de CBS ‘Religie aan het begin van de 21 eeuw’ blijkt dat de jonge generatie steeds minder ‘strak in de leer’ is. En dat de conservatieve uitleg van de geloofsleer ook steeds minder als bindmiddel van de samenleving geldt. We worden gevoelig voor andere interpretaties van dit beroemde verhaal dat 2500 jaar in de Joodse Thora is opgetekend en dat sindsdien zijn invloed heeft doen gelden in alle Abrahamitische tradities. Wat zijn de alternatieven? Hebben wij in onze dagen, nu tradi- ties van alle volkeren binnen ons gezichtsveld komen, een beter zicht op de oorzaak van goed en kwaad? Wezenlijke vragen Want dat is nog steeds een wezenlijke vraag, ook in onze se- culiere wereld: wat is de oorzaak van leed en het kwaad in de wereld? Dat we lijden door het kwaad in de wereld lijkt duide- lijk. Een avondje tv is genoeg om je daarvan te overtuigen. Maar wat is de oorzaak daarvan? Toeval? Heeft iedereen die lijdt gewoon pech? Zijn het de genen of de opvoeding? Moe - ten we het zoeken in ieders verleden, toen karma werd opge- bouwd? Zijn wij betrokken, zoals anderen zeggen, bij een strijd tussen de machten van goed en kwaad? Of is het moge- lijk een systeemfout in ons, die ons allen raakt? En, wat de oorzaal ook is, hoe kunnen we daarvan bevrijd raken? Is de ‘kennis van het hart’ voldoende om het kwaad te overwinnen? Wat mijzelf betreft ben ik al lang geleden geboeid geraakt door de opvattingen die het boeddhisme heeft over de oorzaak van het kwaad en leed in de wereld. Volgens de Kleine Weg (Theravada) heeft Boeddha eens in de Vier Edele Waarheden de oorzaak van het kwaad en het leed (doekkha) in de wereld helder uiteengezet en daarbij ook aangegeven hoe het inzien van deze waarheden het einde van het leed kan betekenen. Deze Vier Waarheden zijn proefondervindelijk door ieder- een vast te stellen. Zij vragen geen geloof en zijn ook niet in strijd met nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen. Daarom alleen al verdienen zij aandacht in onze huidige, seculiere we- reld. Maar er is meer. Zij laten ruimte voor wat werkelijk is in elke godsdienstige stroming. Zo kunnen zij daarom wonderlijk genoeg ook een bijdrage leveren om onze joods-christelijke wortels te verhelderen. Zo hebben zij ook mij geholpen om het waarheidsgehalte in het verhaal van Eva en de slang opnieuw te beseffen. Maar dan totaal anders dan de christelijke dogma- tiek me heeft willen doen geloven. Boeddha kende geen dog- ma’s, evenmin als Jezus. Zij waren mensen als wij, ontdekten het ondoorgrondelijke mysterie van het leven en probeerden ons duidelijk te maken dat dit ook ons geboorterecht is. Spiltijd De ontdekking van Boeddha is nog steeds een bron van inspi- ratie voor miljoenen mensen, in en buiten het boeddhisme. Je hoeft geen boeddhist te zijn om de diepe wijsheid van de Vier Edele Waarheden te onderkennen. Zij zijn, met alle mogelijk variaties, onderdeel geworden van de spirituele erfenis van de hele mensheid. De tijd waarin Boeddha leefde, nu 2500 jaar geleden, blijkt een zeer bijzondere tijd. Over de hele aarde zat verandering in de lucht. Deze periode wordt dan ook, naar de term Achsenzeit van Karl Jaspers, de Spiltijd genoemd. In alle belangrijke re- ligies van de toenmaals beschaafde wereld ontstonden nieuwe ideologieën die sindsdien cruciaal en vormend zijn gebleven. Deze nieuwe, religieuze systemen waren een afspiegeling van de veranderde economische en sociale omstandigheden. Nieu- we rijkdom leidde tot intellectuele en culturele bloei en stimu- leerde ook de ontwikkeling van het individuele bewustzijn. Ook werden sociale ongelijkheid en uitbuiting manifester en ging men zoeken naar oorzaken en oplossingen. Men deed
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=