Reflectie 6(3) herfst 09.vp
overal op aarde nieuwe pogingen de werkelijkheid te begrij- pen. En daarbij had men een praktisch doel voor ogen: men wilde de oorzaken van ongemak en lijden opsporen en onge- daan maken. Men kreeg toen de eerste glimpen van het onwe- tende ‘ik’ als oorzaak van het lijden en zocht wegen om deze stoorzender te controleren of te neutraliseren. Elk gebied op onze planeet ontwikkelde zijn eigen ideolo- gie. Om redenen die we niet helemaal begrijpen, maakten daarbij alle belangrijke beschavingen een parallelle ontwikke- ling door, zelfs wanneer er geen handelsbetrekkingen tussen hen bestonden. Zo ontstond in deze Spiltijd in China het dao- ïsme en confucianisme, in India het boeddhisme naast het hin- doeïsme en in Europa het filosofisch rationalisme. En in het Midden-Oosten? Daar ontwikkelden Zarathoestra en de He- breeuwse profeten elk een eigen visie op de oorzaak van het lijden en de oplossing daarvan. Hun samenhang is verrassend. Gautama de Boeddha Boeddha, een titel die letterlijk ‘ontwaakte’ betekent, werd ongeveer 2500 jaar geleden geboren als prins Siddhartha Gau- tama in een koninklijke familie aan de zuidrand van de het huidige Nepal . Hij leek totaal niet voorbereid om in zijn le- ven het leed van de wereld te doorgronden. Maar zijn leven zou anders verlopen. Historisch onderzoek heeft uitgewezen dat het de geboorte van zijn eerste zoon was die hem confron- teerde met lijden en dood. Hij zag dat zijn zoon ziek zou kun- nen worden en zou kunnen sterven. Dat kon zijn hart niet ver- dragen en hij besloot de vragen die dit opriep op te lossen. Vanaf dat moment interesseerde hem niets anders meer. Zijn zoon, zijn rijkdom, roem, vreugde, eer – alles zou eens ver- dwijnen. Niets was werkelijk, waarachtig en blijvend aanwe- zig. Hij voelde zich gescheiden van dat wat blijft. Het lijden daarover was voor hem onverdraaglijk en hij wilde zich voor eens en voor altijd hiervan bevrijden. Siddharta Gautama werd een ascetische yogi, mediteerde en bezocht zes jaar lang verschillende leraren in Noord-India, maar niets bevredigde hem. Hij bleef de pijnlijke scheiding met het alomvattende bestaan ervaren. Tenslotte kwam hij uitgeput aan in een plaats die tegenwoordig Bodhgaya heet. Zodra hij daar aankwam, ontwaakten de beloften die hij gedurende vele levens gedaan had. Hij ging onder een boom zitten met het vaste be- sluit zo lang in meditatie te blijven, totdat hij in staat zou zijn het leed van de wereld te doorgronden en er van verlost te wor- den. Na zes dagen en nachten gebeurde het. Hij ontdekte de ‘dhamma’ , de natuurlijke ordening der dingen. Hij kon de pijn- lijke illusie van afscheiding afleggen. De laatste voorstellingen van scheiding losten op, de sluiers die zijn geest verhinderden de werkelijkheid te zien zoals die was verdwenen; zijn geest werd helder en de levensenergie begon ongehinderd in hem te stromen. Hij werd niet meer gehinderd door het objectiverende denken en door de gehechtheid of afkeer die dat meebracht. Het ego, de pijnlijke en zelf gecreëerde illusie van de afscheiding, was doorzien en de identificatie daarmee was doorbroken. Hij was een ‘boeddha’ , een ‘ontwaakte’ geworden. Er is leed De stralende kracht die van Boeddha uitging, moet de spiritue- le zoekers opgevallen zijn. Zij kwamen tot hem, maar Boed- dha bleef in diepe stilte zwijgen. Tot hij besefte dat hij nu ook anderen aan zijn ‘ gerealiseerde boeddha-natuur’ deel kon la- ten hebben. Zeven weken na zijn verlichting stond Boeddha daarom op en ging naar het nabijgelegen Sarnath. Daar, in het vriendelijke hertenkamp, gaf hij zijn eerste les, die bekend zou worden als de toespraak over de Vier Edele Waarheden. Boeddha’s eerste uitspraak luidde: ‘Er is leed.’ Ja, natuurlijk, dat geldt nog steeds denk je als je dit hoort. En dan komen de frustraties en pijnlijke levenssituaties van jezelf naar boven, de stress van het dage- lijkse leven, ziekte in je naaste omgeving, armoede, oorlogen, milieuvervuiling en ge- weld op onze planeet. Het leed ligt overal op straat en de media rapporteren er dage- lijks over. Is dat wat Boeddha bedoelde? Misschien. In ieder geval is dit een as- pect van het menselijk leven dat zo oud is als de mensheid. De filosoof Rousseau heeft ons mogelijk nog het romantische beeld kunnen geven van de ‘edele wilden’ die eens in vroeger tijden in blanke onschuld in eenheid met de natuur leefden. En in een Volkeren-kundig Museum kun je soms nog een blik werpen op dansende, naakte noma- den met forse peniskokers en stippeltjes schilderingen op hun lichaam. Maar on- schuldig, één met alles en zonder lijden? Ook zij hebben pijl en boog en schilden om zich te beschermen. Het was toen ook oor- log, al werd er nog niet gevochten met straaljagers en atoombommen. Een Boeddhabeeld in Thailand
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=