7(1)10

Bij terugkerende patronen moet men denken aan overeenkom- sten tussen via regressie opgeroepen herinneringen van ver- schillende proefpersonen. Bijvoorbeeld indrukken van een he- mels licht, contacten met hogere wezens of het maken van een levensplan. Mits de proefpersonen hier van tevoren niets over gelezen of gehoord hebben, is het opmerkelijk dat hun herin- neringen in allerlei opzichten met elkaar overeenkomen. Het is bij preëxistentieherinneringen momenteel nog steeds goed mogelijk dat men er ook als volwassene (vóór het experi- ment) nog nooit van gehoord had. Dit in tegenstelling tot bij- voorbeeld het thema bijna-doodervaringen, dat de laatste jaren terecht bijzonder veel publiciteit heeft gekregen. Het is overi- gens wel zaak om op zoek te gaan naar naïeve proefpersonen die bij voorkeur geen ‘spirituele’ achtergrond hebben. De ‘harde kern’ van het bewijsmateriaal voor preëxisten- tieherinneringen moeten we echter zoeken bij spontane uit- spraken van jonge kinderen. Normale voorkennis over gebeur- tenissen voor de conceptie speelt bij hen meestal geen rol. Wanneer jonge kinderen concrete dingen weten te noemen die vóór hun verwekking gebeurd zijn, legt dat dus extra veel ge- wicht in de schaal. Hetzelfde geldt ook voor vaste patronen in hun herinneringen, die bij jonge kinderen bijna nooit verklaard kunnen worden doordat ze erover gelezen hebben of er een documentaire over hebben gezien. Spontane preëxistentieherinneringen met paranormale aspecten Jonge kinderen kunnen spontaan beginnen over gebeurtenis- sen die men hun in dit leven nooit verteld heeft. Op het eerste gezicht zou je misschien nog kunnen denken dat de uitspraken berusten op telepathie met hun ouders. Maar dat verklaart niet waarom de kinderen de gebeurtenissen verwerkt zouden heb- ben in een soort pseudoherinneringen die niet overeenkomen met het referentiekader van hun ouders. Sommige herinneringen worden trouwens pas opgetekend nadat het kind inmiddels volwassen is, maar dat is weten- schappelijk beschouwd niet zo erg, omdat het thema, zoals ge- zegd, nog steeds grotendeels onbekend is gebleven onder westerlingen. Twee voorbeelden van paranormale herinneringen aan een geestelijk voorbestaan: Mevrouw Henny van Sleeuwen moest tijdens haar preëxisten- tie een moeilijke keuze maken. Ze kreeg onder meer haar aan- staande moeder te zien en wel als een jonge vrouw met lange krullen en een brilletje. De vrouw droeg een opvallende jas, camelkleurig met heel grote knopen. Een geestelijk wezen vroeg haar herhaaldelijk of ze wel zeker wist of ze bij deze vrouw geboren wilde worden, omdat haar leven in dat geval erg moeilijk zou worden. Toen Henny haar preëxistentieherinneringen op zevenjari- ge leeftijd met haar moeder deelde, bevestigde deze dat ze er echt zo uit had gezien voordat Henny verwekt was. Het meisje had dit volgens haar moeder niet kunnen weten. Bovendien heeft Henny inderdaad geen gemakkelijk leven gehad, zoals haar geestelijke begeleider haar al had voorspeld. Een andere vrouw, Anne-Marie, die inmiddels volwassen is, herinnerde zich als kind dat ze tijdens haar verblijf in een spiri- tuele wereld niet geboren wilde worden. Dit lag aan angstaanja- gende beelden die ze van haar toekomstige aardse leven te zien kreeg. Een vriendelijke, oudere man met een baard probeerde haar over te halen om toch naar de aarde te gaan. Hij beloofde haar dat ze altijd zou worden bijgestaan door geestelijke wezens, zodat ze nooit alleen zou zijn. Uiteindelijk liet ze zich toch over- halen. Volgens Anne-Marie is alles wat ze te zien kreeg uitgeko- men en heeft de man tot nu toe zijn belofte gehouden. Preëxistentieherinneringen en reïncarnatieherinneringen Spontane herinneringen aan een spiritueel vóórbestaan kunnen op zichzelf staan, maar ook gepaard gaan met herinneringen aan een vorig aards leven. In het laatste geval heten ze ook tussen- periodeherinneringen of in het Engels memories of an interme- diate states of memories of an intermission period. Soms komen de herinneringen terug in dromen van het jonge kind. Sietske, een meisje van twee, kreeg volgens haar moeder bijvoorbeeld een droom over de manier waarop ze overleden was in haar vorige leven en wat ze daarna had gezien. Als meisje van 16 had ze achterop een brommer gezeten toen ze werd overreden door een vrachtwagen. Sietske wist nog hoe ze daarna in een “zak” werd gelegd achterin de auto, en hoe ze later in een “doos” werd gedaan. Uiteindelijk werd ze begra- ven in de “tuin”. De Engelstalige Laura was een jaar of drie oud, toen ze tij- dens een autorit spontaan tegen haar moeder zei: “Weet je wel, de engelen nemen je mee naar boven en dan brengen ze je weer naar beneden”, en: “Mam, ik heb nog andere mamma’s gehad voor jou en ik zal ook weer een andere moeder krijgen na jou.” Veel tussenperiodeherinneringen zijn op zich al heel moei- lijk weg te verklaren, maar soms bevatten ze ook nog eens pa- ranormale informatie. Zo schrijft de Engelstalige Shelle op een website over pre- ëxistentieherinneringen dat ze als kind nog wist dat ze voor haar geboorte onzichtbaar was, terwijl ze zich bij een huisje met lavendelstruiken en klimop bevond. Ze zag een vrouw op bed liggen met donker haar die aan het bevallen was. Merk- waardig genoeg betrof het haar eigen geboorte! Jaren later deelde ze deze herinneringen met haar vader. Hij vertelde haar dat wat ze gezien had echt overeenkwam met de omstandighe- den van haar geboorte. Het gezin had het huis in kwestie al verlaten toen Shelle anderhalf was en haar vader was heel ver- baasd dat haar beschrijving ervan zo goed klopte. De Nederlandse Christina (pseudoniem) kreeg volgens haar moeder op driejarige leeftijd een droom over een brand in een vorig leven. Nadat ze gestikt was door de rook, zag Chris- tina een vrouw in het wit die haar vertelde dat ze overleden was. Zij liet haar ook een aantal ‘kandidaat-moeders’ zien. Christina koos voor een jonge vrouw met blond haar die zat te typen. Het wezen in het wit vertelde haar dat ze in dat geval nog wel enige tijd moest wachten voordat ze weer geboren kon worden. Deze herinneringen komen overeen met een peri- ode voor de conceptie van Christina, toen haar moeder als ty- piste bij een houthandel werkte en haar haar blondeerde. Christina was daar als driejarig kind niet van op de hoogte. Terugkerende patronen Kinderen die zich een preëxistentie herinneren, hebben het al- gemeen over een bestaan als geestelijk wezen dat dingen kan waarnemen, gevoelens ervaart en beslissingen moet nemen. Ze 21 Reflectie 7(1) voorjaar 2010

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=