Refl Herfst 2010 7(3).vp

Een positieve religie Wat is dan gnosticisme? Het antwoord staat helder beschreven in het recente standaardwerk “Gnosis in de Oudheid” van prof. Roelof van den Broek. “De term werd voor het eerst in 1669 gebruikt door Henri More in een commentaar op de ze- ven brieven aan de zeven kerken in de Openbaring van Johan- nes. Hij gebruikte de term ter karakterisering van de leer van een profetes in Tyatira, die haar volgelingen tot ontucht en het eten van offervlees verleidde en hen inwijdde in de zogenaam- de verborgenheden van Satan (Openb. 2:20-25). Deze negatie- ve connotatie is nadien in kerkelijke kringen en in de kerkelij- ke geschiedschrijving aan de woorden gnostiek en gnosticisme blijven kleven.” Modern onderzoek heeft deze verkeerde ge- woonte niet helemaal kunnen wegvagen, hoewel deze bena- ming tegenwoordig een meer neutrale betekenis heeft voor de “gnostische religie”. Een antwoord op de bezwaren van de heer Gies ligt beslo- ten in wat prof. Van der Broek op pagina 22 van zijn studie schrijft. “Wie de term gnostiek (of gnosticisme) wil gebruiken, moet aangeven wat men daar precies onder verstaat. Er zijn dan twee mogelijkheden: een beperkte en een allesomvattende interpretatie. Men kan, zoals gezegd, de term beperken tot de gnostische mythologie van de grote systemen uit de tweede en derde eeuw, waarbij men dan echter wel in het oog moet hou- den, dat er naast dit specifieke gnosticisme ook andere vormen van gnosis bestaan hebben.” Ware gnosis is een positieve religie; met recht kun je spre- ken van theosophia, de goddelijke wijsheid. Deze gnosis staat ver af van “de verduisterde zielen die achterblijven in de duis- tere en kommervolle restanten van de gedoemde schepping” (Jos Gies). Ware Gnosis zingt het lied van de victorie. In de woorden van het Evangelie der Waarheid: “Zo is het gesteld met hen, die iets van omhoog hebben, dichtbij die onmetelijke grootheid, terwijl zij zich uitstrekken naar de Enige die vol- maakt is. En zij dalen niet af in het dodenrijk. Zij ervaren geen begeerte noch geweeklaag en ook is er geen dood meer in hen. Maar in Hem die in rust is, rusten zij, terwijl zij niet sterven of verwikkeld zijn in het zoeken naar Waarheid, want zij zijn zelf de Waarheid en de Vader is in hen.” Ons ketterse imago De zorg van Jos Gies over het ketterse imago van de VKK zullen velen niet delen. “Het Christendom,” schrijft hij, “in al haar verschijningsvormen gaat uit van een gevallen mensheid die niet op eigen kracht kan terugkeren naar haar oorspronk- elijke status, het paradijs (bijbels) of het pleroma (gnostisch). In beide wereldbeelden komt God de mensheid te hulp door het sturen van een verlosser. Volgens Jos Gies schuift de VKK op in de richting van de apostolische leer van het christendom, maar omarmt daarentegen de Nag Hammadi-geschriften. Ogenschijnlijk heeft de schrijver een punt, maar in zijn re- denering schuilt een opvallende fout. Volgens de gnostische mythologie maakt Sophia haar fout goed door berouw te tonen voor haar scheppingsactiviteit zonder haar paargenoot daarin te kennen. God de Vader schenkt haar vergiffenis en samen zorgen zij voor een Zoon, die Christus wordt genoemd en die naar de aarde komt om de mensheid te verlossen. Jezus is dus een halfbroer van Jaldabaoth, de schepper van de boze wereld. Waarschijnlijk ontleende het oude gnosticisme (verwoord in het “Geheime boek van Johannes”) het tweegodendom aan Zarathustra. Deze Iraanse religie kende een goede God (Ahoe- ra Mazda) naast een boze God (Ahriman). Door het goede en het boze te personifiëren schiep het Par- si-geloof een tweegodendom dat zijn afspiegeling heeft in de christelijke Satan naast God. Goed en kwaad zijn nu eenmaal twee gescheiden stromen. Zarathustra loste de eeuwige vraag naar de herkomst van het kwaad op door naast Ahoera Mazda de boze Ahriman een plek te geven. De beroemde Neo-Platoonse filosoof Plotinos verzette zich tegen dat tweegodendom. In zijn traktaat “Tegen de gnostici” vuurt hij zijn pijlen af op de duistere kanten van het gnosticis- me, terwijl zijn werk pure gnosis ademt. Het kwaad ontstaat door de individualisering van de mens. Beheerst door zijn ego zet hij zich af tegen de ander. Daardoor ontstaat tweestrijd en uiteindelijk oorlog. Deze tweezijdigheid in het bewustzijn van de mensheid weerspiegelt zich in het door Zarathustra gepropa- geerde tweegodendom en het daarvan afgeleide gnosticisme. “Ik en de Vader zijn EEN” De ware gnosis vinden we terug in de roep om eenwording met het goddelijke bewustzijn. Beroemd zijn de uitspraken in het Evangelie van Thomas over de twee die een moeten wor- den (log. 22 en log. 106). Hetzelfde wordt in het evangelie ge- zegd: “Ik en de Vader zijn EEN”. Het verschil tussen de denk- wijzen van Gnosis en Kerk zit in de interpretatie van het voor- naamwoordje “Ik”. Wie is de “Ik”, die dit zegt? “Jezus!”, ant- woordt de Kerk vol overtuiging, terwijl de aanhanger van de Gnosis op zichzelf zal wijzen. “Want”, zal hij zeggen, “Chris- tus bewoont mij”. De Zoon leeft in de ziel van de mensheid. Hij maakt deel uit van het collectieve onbewuste en werkt in de wereld als een actief archetype. Wij zijn als de berouwvolle Sophia die dankzij haar gerichtheid op de Algeest de Zoon doet ontstaan. Sophia, de wereldmoeder, belichaamt de mate- rie. In haar (materie = moederstof) wordt de Zoon geboren. Als de Kerk aanstoot neemt aan deze aloude mystieke in- zichten, ja dan onderstreept de Kerk van de gnosis, de VKK, haar ketterse imago. De VKK komt er rond voor uit de ge- schriften van het verketterde christendom te omarmen. Het oordeel van de grote institutionele Kerken is niet het probleem van de VKK. Zij gelooft in haar beginselen en probeert die zorgvuldig na te leven. Geestelijke vrijheid Toen de Kerk van Rome besloot een groot deel van de christe- lijke geschriften overboord te werpen en alleen de vier evang- eliën en de brieven van Paulus te omarmen, nam zijn een be- sluit op subjectieve gronden. De oudheid kende vele christen- dommetjes. Dat de Kerk daarin enige lijn probeerde aan te brengen, was heel legitiem, maar daarin ging zij te ver. Zij dient te erkennen dat het christendom veel breder is dan de ge- dogmatiseerde leer en dat de Bijbel multi-interpretabel is. Het is bekend dat talrijke aanhangers van de katholieke en protestantse Kerken geboeid worden door de Nag Hammadi- geschriften. Maar de huiver om daar rond voor uit te komen is na de bloedige middeleeuwen nooit helemaal verdwenen. De Vrij-Katholieke Kerk staat voor geestelijke vrijheid. De haat van de grote Kerk tegen wat zij ervaart als “ketterij”, buigt de VKK om in liefde, de oerkracht van het universum. Naar eer en geweten baseert deze kleine Kerk zich op de bij- belse zekerheid dat God in elk mens leeft, dat het Christusbe- wustzijn voor iedereen bereikbaar is en dat de ware Gnosis ie- 6 Reflectie 7(3) herfst 2010

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=