Refl Herfst 2010 7(3).vp

Gnosis versus Gnosticisme Johan Pameijer Bijbelse gnostici zeiden het al: “Gij zijt goden” en nog duidelijker verwoord: “Het koninkrijk van God is binnenin u.” Beide grondregels van het Christelijke denken zijn nogal eens miskend door theologen, die God naar de hemel verwezen. Hun God leef- de ver boven ons en keek neer op een zondig volk. Die god boezemde vrees in. Hij zette Sodom en Gomorra in vuur en vlam en overstroomde de aarde met zijn gezegende zondvloed. Eeuwenlang voerde de Kerk in naam van deze god een schrikbewind. De vroegchristelijke mythologie kende maar één woord voor deze afschrikwekkende godheid: demiurg, de wereldschepper. De Kerk plakte later de naam “gnostici” op deze oude verhalenvertellers. En dat was onterecht. Met ware gnosis heeft de afgod van het gnosticisme helemaal niets te maken. Hiermee zitten we meteen midden in het probleem, dat in het vorige nummer van Reflectie door Jos Gies in zijn artikel “Gnosis versus Gnosis” werd geconstateerd. Terecht hekelt hij de ongeoorloofde scheppingsdaad van Sophia, de moeder van de demiurgische afgod Jaldabaoth, die een zondige wereld schiep, een ware gevangenis voor de ziel. Jos beroept zich op de reïncarnatieleer van de theosofie, waarin zielengroei de ziel verheft uit het domein van het kwade. Volgens de Vrij-Katho- lieke bisschop Leadbeater mag de ziel reïncarneren om te groeien, hetgeen volgens de gnosis moet om te kunnen ont- snappen aan deze schepping. Blijkbaar heeft de schrijver van het artikel niet veel op met wat hij noemt de NH-(Nag Ham- madi)-gnostiek. Daarom zet hij vraagtekens bij het Vrij-Kat- holieke besluit om gnostische lezingen in de diensten te hou- den. Dat vraagt om een reactie, of beter gezegd, een correctie. Wijsheid van het hart Het misverstand schuilt in de benamingen “gnosis” en “gnosti- cisme”. Onze Vrij-Katholieke Kerk wil de gnosis vertegen- woordigen, gnosis in de betekenis van de “wijsheid van het hart”. Nadrukkelijk is zij geen aanhangster van de ingewikkel- de mythologie van het gnosticisme. Daarom werden schriftde- len (na een zorgvuldige selectie) uit de Nag Hammadi-collec- tie gekozen, die het verlossende opwekken van het goddelijke in de mens als oogmerk hebben. Iedereen weet, dat de VKK het dogma van de traditionele Kerk van de “zondeval” verwerpt. Deze bijbelse zondeval (Eva die van de verboden boom eet) verklaart iedere boreling schuldig en dat is in de ogen van elke Vrij-Katholiek een gru- wel. De “zondeval” van Sophia, die zich aan een ongeoorloof- de scheppingsdaad bezondigde, maakt in geen enkele ver- momming deel uit van het VK-gedachtegoed. Dat houdt niet de totale verwerping in van de 52 bij Nag Hammadi terugge- vonden gnostische boeken. Gnosis is evenals christendom, hindoeïsme en boeddhisme een verzamelnaam voor talrijke stromingen. In feite is Gnosis, in de zin van wijsheid van het hart, de mystieke onderstroom van alle grote religies in de wereld. Het Jodendom heeft de Kabbala, de Islam het Soefisme en het Christendom de Gnosis. Een verwarrende mythologie Zoals ik in een eerder artikel uiteenzette ¹), kreeg de haat tegen de andersdenkende gnostici al vorm onder bisschop Ireneaus. Deze geleerde prelaat verzette zich niet tegen het inwonende koninkrijk van God, maar tegen de inderdaad verwarrende mythologie van talrijke gnostische sekten. In zijn streven orde in de chaos aan te brengen, gooide hij het kind met het badwa- ter weg. Tijdens zijn leven in de tweede eeuw floreerde in het Griekse Egypte, onder de rook van het gnostische bolwerk Alexandrië een grote kloostergemeenschap. Haar woestijnbi- bliotheek bevatte alle manuscripten met het predicaat “christe- lijk”. Daaronder viel ook de reeks geschriften die in 1945 bij Nag Hammadi door een Bedoeïen werd teruggevonden. Op last van de metropoliet van Alexandrië, een vertegenwoordi- ger van de bisschop van Rome, moest hij deze “heidense” tek- sten verwijderen. Pachomius, de Egyptische kloosterabt, ge- hoorzaamde, maar vernietigde de manuscripten niet. Hij liet ze in kruiken stoppen en verbergen op de plaats waar zij 1600 jaren later werden opgegraven. Innerlijke verzoening De NH-vondst is niet puur gnostisch. Ze bevat een zeer uit- eenlopende reeks boeken, waarvan het merendeel met geen woord rept over de ongeoorloofde scheppingsdaad van Sop- hia. De meeste manuscripten zoals het Thomasevangelie, het Evangelie van Philippus en het beroemde Evangelie der Waar- heid zijn gnostisch in theosofische zin. De mens is drager van een goddelijke kern. De zin van zijn bestaan ligt in het afpel- len van deze kern, zodat zijn licht de hele entiteit kan bestra- len. Het beeld van de “verheerlijking op de berg” is in feite puur gnostisch, ook al heeft de Kerk deze mystieke gebeurte- nis tot geschiedenis verklaard. De officiële kerkleer en het gedachtegoed van de gnosis (niet van het gnosticisme) liggen veel dichter bij elkaar dan wordt beweerd. De Kerk propageert het zoenoffer van Jezus Christus, waardoor de erfzonde ongedaan wordt gemaakt, ter- wijl het bij de ware gnosis gaat om de innerlijke verzoening. Het Evangelie van Philippus is daar duidelijk in. De op- standing van Christus is een innerlijke gebeurtenis, die al tij- dens het aardse leven bereikt kan worden. Daarin verschilt de gnosis van de officiële kerkleer. Volgens de Gnosis is de we- reld geen broedplaats van het kwaad, maar heerst er onwe- tendheid, omdat de mens zijn goddelijke oorsprong vergeten is. Het grote vergeten en de onwetendheid tekenen de bewust- zijnstoestand van deze wereld. Door een zinvolle leefwijze, weergegeven in meerdere NH-boeken, komen we tot kennis (gnosis). In mystieke zin betekent dat: opstanding. Wij kunnen verrijzen uit onwetendheid en dragen in geen geval de doem met ons mee van de erfzonde, die alleen door de verzoenings- dood van Jezus zijn kracht verliest. 5 Reflectie 7(3) herfst 2010

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=