Reflectie 7(4) winter 2010.vp

Kerstnacht Mijn Hart gevuld met Vreugd. Ondanks de siddering rondom. Verstomd de vragen of het deugt, Het Lichtekind zegt: KOM. Want Christus Is vóór mij. Genezer van alle vrees en pijn. Wie kan er dan nog tegen zijn? Hij heeft de angel uit gehaald. Deze nacht is ‘t Lichtekind in mij gedaald. Strijder van de strijdloze strijd, ontwapend in Zijn Glorievolle Schoonheid. Onbevreesd sla ik gade het tumult…. De mooi verpakte leugen, in nevelen gehuld. U roept mij, mag ik U horen. Ik Ben die Ik Ben, uit Eeuwigheid geboren. De wereld is ‘t niet gewend. Zij voelt nochtans geen barenswee. De Aarde Moeder heeft U wel herkend. Vanuit Haar oneindige Liefdeszee, stoot Zij met kracht uit Hare Schede, de vliezen en het vruchtenwater. En met Haar Ogen ziet zij lede, het grijpen en ‘s werelds goud geklater. Onwetend draait de wereld nog ‘t wiel in ‘t rond. Zuigend aan lege borsten met onlesbare mond... En toch: De rups ontpopt zich als een vlinder van weerstand en druk ondervindt zij geen hinder op vrije vleugelen van Licht wiekt zij naar het meest verheven vergezicht. Laat vloeien Haar Liefde over ‘s werelds akker zo rijk, zo zoet, zo teder en volmaakt en zegt: Stil maar, wacht maar, ‘t is nog maar even dan zal Alles door Haar Liefde worden aangeraakt.... Lydia Schaap Reflectie 7(4) winter 2010 33

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=