Reflectie 7(4) winter 2010.vp
Bewijzen voor Leven na de Dood? Titus Rivas Jeffrey Long (m.m.v. Paul Perry). Evi- dence of the Afterlife: The Science of Near-Death Experiences. In het Ne- derlands uitgegeven als “Bijna Dood Ervaringen, wetenschappelijke analy- se van ervaringsverhalen. De Arbei- derspers, 2010. Oncoloog Jeffrey Long en zijn vrouw Jody runnen al jaren een zeer uitgebreide website over bij- na-doodervaringen die gekoppeld is aan hun Near Death Experience Research Foundation , www.nderf.org . In het boek Evi- dence of the Afterlife zet Long uit- een waarom hij de ervaringen die door de stichting verzameld zijn beschouwt als goed weten- schappelijk bewijsmateriaal voor een leven na de dood. Nu staan empirische aanwijzingen voor een voortbestaan ook bij schrijver dezes prominent op zijn eigen agenda. Dus ik had gehoopt dat ik een uitputtend overzicht of anders ten min- ste nieuwe bewijskrachtige gevallen zou aantreffen in het boek. Ik ben het zeker eens met de voornaamste conclusie van de auteur, namelijk dat er inmiddels echt overtuigend bewijs- materiaal voor een geestelijk voortbestaan is en dat het ronduit negatief is dat dit nog steeds grotendeels wordt genegeerd. Jeffrey Long en ik brengen echter wel beduidend andere accenten aan en hebben daar zelfs al eens over gemaild met el- kaar. Voor mij geldt dat men zich in het geval van onderzoek naar spontane paranormale verschijnselen op de eerste plaats moet concentreren op casussen die slechts heel moeilijk of he- lemaal niet normaal kunnen worden verklaard. Alleen van daaruit is het intellectueel gerechtvaardigd ook minder ‘sterke’ casussen met eenzelfde basisstructuur serieus te nemen en te bechouwen als aanvullende informatiebron voor het verschijn- sel in kwestie. De harde kern waar ik de nadruk op leg, zet de rest van het bewijsmateriaal met andere woorden in een be- paald licht. Zonder duidelijke anomalieën op een bepaald ge- bied heeft het voor mij geen zin om er meer achter te zoeken dan bijvoorbeeld de naturalistische skeptici doen. Zeker zo- lang een gebied controversieel blijft onder reguliere weten- schappers is het bovendien belangrijk om de harde kern steeds verder uit te breiden. Pim van Lommel heeft weliswaar gelijk wanneer hij (in navolging van William James) stelt dat één witte raaf reeds voldoende is om de stelling te weerleggen dat alle raven zwart zijn. Maar hoe meer witte raven we aantref- fen, des te zwakker de tegenwerping wordt dat het niet echt om raven ging of dat ze niet echt wit waren. Jeffrey Long kiest doelbewust voor een andere strategie. Hij concentreert zich op algemene patronen in de verhalen die de vele bezoekers aan zijn website met een bijna-doodervaring hem hebben verteld. Ook ikzelf vind de speurtocht naar zulke algemene patronen uiteraard waardevol en informatief. Maar dit kan volgens mij niet raken aan de harde kern van bewijsmateri- aal voor een geestelijk voortbestaan na het uitvallen van de cor- ticale activiteit. Juist wat dat betreft, gaat het erom dat je zoveel mogelijk ondersteunende verklaringen van derden vastlegt. Een casus waarbij uitsluitend de BDE-er zelf beweert dat hij speci- fieke gedragingen van artsen of verpleegkundigen heeft gadege- slagen tijdens een vlak EEG, hoort dus niet bij genoemde harde kern. Een casus zoals die van Al Sullivan wel, omdat zijn uit- spraken goed onderbouwd zijn door anderen. Met andere woorden: dit boek heeft mij behoorlijk teleur- gesteld, omdat het m.i. ondanks de titel niet primair draait om het beste bewijsmateriaal voor een leven na de dood dat BDE’s ons kunnen bieden. Voor Long zijn veel voorkomende uitspraken van BDE-ers over uittredingen en verhoogde mentale vermogens bijvoor- beeld al sterk genoeg om ze te mogen beschouwen als bewijs- materiaal voor een voortbestaan. Zelf hecht ik er zoals gezegd wel waarde aan en ik vind ze van belang voor een zo realis- tisch mogelijk beeld van bijna-doodervaringen en van een le- ven na het aardse bestaan. Maar ik zou zelf niet overtuigd zijn van hun relevantie voor een voortbestaan als er geen harde kern van ‘paranormale’ bijna-doodervaringen bestond. Dit be- doel ik trouwens in de ruimste zin van het woord. Dan zou ik eerder aannemen dat er misschien toch zuiver psychologische verklaringen mogelijk zijn voor BDE’s. Overeenkomsten wijzen hoe dan ook op een gemeenschap- pelijke oorsprong. Zonder paranormale kern zou je dan kun- nen denken aan een algemeen menselijk defensiemechanisme. Om ons te verzoenen met ons besef dat we allemaal sterfelijk zijn, zou er in geval van doodsdreiging een aangeboren, ge- ruststellend neuropsychologisch ‘programma’ worden geacti- veerd. In plaats van vernietiging zou de dood volgens zo´n programma een poort zijn naar een betere, liefdevollere en mooiere werkelijkheid. Let wel, in dat geval zou het slechts om illusies of dromen gaan! Long lijkt te weinig te beseffen dat het voornaamste ratio- nele argument om meer te zien in BDE’s dan dergelijke illu- sies berust op ondersteuning van beweringen door andere mensen dan de BDE-er zelf. Overigens is hij zich natuurlijk wel bewust van genoemde harde kern en in hoofdstuk 2 be- steedt hij er zelfs wat meer aandacht aan. Zo noemt hij onder- zoek van Michael Sabom en Penny Sartori naar correcte bui- tenzintuiglijke waarneming en wonderbaarlijke genezingen, het AWARE-onderzoek en een belangrijk literatuuronderzoek van Jan Holden naar alle gepubliceerde uittredingen tijdens een BDE met een verifieerbaar aspect. Ook de man met het gebit en de casus van Maria met de tennisschoen ontbreken niet. Wel valt op hoe summier een en ander steeds door Long wordt behandeld. Hoe dan ook zou men verwachten dat de auteur zelf ook nieuwe gevallen ontdekt heeft temidden van zijn talloze eigen casussen. Dat is dus niet zo, want hij zoekt zelf niet naar be- vestiging van de gemelde verhalen, allthans daar is in dit boek niets van te merken. Is het daarmee een volkomen waardeloos boek geworden? Nee, dat zeker niet. Jeffrey Long geeft een goed overzicht van allerlei aspecten van BDE’s. Tenzij je daar reeds alles van weet, is het boek hoe dan ook een interessante aanwinst. * * * 31 Reflectie 7(4) winter 2010
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=