Reflectie 8(1) voorjaar 2011.vp

In deze rubriek vertellen mensen over hun eigen ervaringen. Religie en spiritualiteit zijn heel persoonlijk en beleeft een ieder op de eigen manier. Het beschrijven daarvan kan anderen treffen en inspireren. Wij nodigen u uit uw ervaring met de lezers van Reflectie te delen. Hier twee nieuwe bijdragen. Dus daarom ben ik gedoopt Peter van der Wurf Mijn moeder werd in 1905 geboren in Maartensdijk, onder de rook van Utrecht. Aan een landweg met een sloot erlangs stond een rij van zeven of acht arbeiderswoningen. In de naas- te omgeving, die bestond uit grasland, was verder geen bebou- wing, alleen verderop een paar boerderijen. In die omgeving groeide mijn moeder op, samen met haar twee broers en zes zussen. In het gezin werd niets aan godsdienst gedaan. Als klein meisje was mijn moeder vaak te vinden op de na- burige boerderij. Daar deed ze kleine werkjes als koperpoetsen en klompen schuren. Ze verdiende er een bescheiden zakcentje mee. Op de boerderij waren ze rooms-katholiek en het kleine meisje heeft onder het schuren en poetsen een heleboel roomse onzin opgepikt. Zo leerde ze dat kindertjes, die ongedoopt sterven, niet bij “Onze-Lieve-Heer” in de hemel komen en moeten verblijven in het voorgeborchte. Jaren later, tijdens de oorlog, woonde mijn moeder in Amsterdam met mijn vader, mijn vier jaar oudere broer en met mij. Daar voltrok zich in 1943 de tragedie dat mijn zevenjarige broer overleed aan complicaties bij mazelen. Na zijn sterven herinnerde mijn moeder zich wat ze op de boerderij in Maar- tensdijk had geleerd: mijn ongedoopte broer kon niet bij “Onze-Lieve-Heer” in de hemel komen! Bij het verdriet om het gestorven kind én de ellende van de hongerwinter in Am- sterdam, kwam ook nog eens dat haar de troost werd onthou- den van de gedachte aan haar kind in de armen van Jezus. Nog voor de oorlog was afgelopen werd ik als vierjarige meegenomen naar een Nederlands hervormde kerk om daar gedoopt te worden. Ook bezocht ik later de zondagschool en ging op catechisatie, maar ik heb mij nooit met het geloof kun- nen verbinden en heb ook nooit geloofsbelijdenis gedaan. Wat mij – als kind al – tegenstond, was dat het geloof van mij een kleine zondaar maakte, die op zijn knietjes moest om vergiffe- nis te vragen voor zijn zonden. Nu wist ik wel dat ik niet in alle opzichten deugde, maar een zondaar…? Als mij toen ver- teld was dat mijn broer niet naar de hemel mocht, dan zou ik boos geroepen hebben dat ik dan later ook niet naar de hemel hoefde. In mijn studententijd noemde ik mij zelfbewust een atheïst. Pas veel later, toen ik via de Vrije School van mijn kinderen in aanraking kwam met de antroposofie, kon ik mij verdiepen in een geesteswetenschappelijk mensbeeld, waarbij mijn diep weggestopte religieuze behoefte bevredigd werd zonder dat ik daarbij mijn verstand hoefde uit te schakelen. En het voorgeborchte? Een paar jaar geleden las ik in de krant dat de Roomse Kerk het wrede en onzinnige dogma van het voorgeborchte had afgeschaft. Lang heb ik mij nog afge- vraagd waarom die Kerk nooit vergiffenis heeft gevraagd aan de ouders van ongedoopt gestorven kinderen, die – op gezag van de Roomse Kerk – hebben moeten leven met de gedachte dat door hun nalatigheid hun kind nooit bij God in de hemel kon komen. Heerenveen, december 2010 Peter van der Wurf: Was een aantal ja- ren wetenschappelijk onderzoeker na zijn studie elektrotechniek (Delft). Ver- volgens 10 jaar docent aan het HBO te Eindhoven en daarna stafdocent aan het Philips International Institute. Kwam als aanvankelijk atheïst (alhoewel Ned. Her- vormd) in aanraking met de antroposo- fie, waardoor er een verandering in le- vensvisie ontstond. * * * * 23 Reflectie 8(1) voorjaar 2011 ... O V E R H E T L E V E N V A N ... Mijn angst is niet alleen van dit leven Dianne Bosch Sandra ¹) wordt dit jaar 40 en ze is op haar leven aan het terugkijken. Ze is haar hele leven al heel angstig, haar moeder trouwens ook, en ze wil ernaar kijken en dat verminderen. Ze heeft het idee dat deze angst niet alleen van dit leven is. Ze heeft wat flarden van vorige levens gezien. Haar angst gaat vooral over ‘afgewezen worden’; moeite om haar moeder los te laten; en ze is schrikachtig. Ze voelt ook snel de angst van anderen. Dat speelt niet op haar werk, maar vooral in de privésfeer. Ze gaat bepaalde contacten niet aan en is bang om ‘teveel’ te zijn. Ze is ook te bezorgd voor haar kin- deren. Ze is snel gestrest, overgeprikkeld. Ze heeft gemakke- lijk last van eczeem.

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=