Reflectie 8(1) voorjaar 2011.vp
Bisschopszegel van mgr. Gert Jan van der Steen Op 20 september 2010 werd priester Gert Jan van der Steen gewijd tot bisschop van de Vrij-Katholieke Kerk. Elke bisschop heeft een bisschopszegel. Daarin wordt op symbolische manier uitgedrukt aan welke waarden de bisschop gedurende zijn ambtstermijn in het bijzonder aandacht wil geven, wil “verdedigen”. Hieronder kunt u kennismaken met het bisschopszegel van mgr. Gert Jan. Het zegel is ontstaan in samenspraak met J.F.van Heijningen, wapenkundige te Utrecht. De afbeelding van het zegel zal binnenk- ort nog iets meer gestileerd worden. Gebruikelijk is om een formele beschrijving van een zegel te maken die ook in de vaklitera- tuur gepubliceerd kan worden. Hieronder volgt eerst deze formele beschrijving, gevolgd door een verdere uitleg van X Gert Jan . Formele beschrijving van het bisschopszegel Het belangrijkste onderdeel van een bisschopszegel bestaat uit een schild met daaronder een spreuk. Achter het schild zijn een staf en soms een mijter opgenomen. Rondom zijn een plat- te hoed en kwastjes gedrapeerd. De spreuk ‘PLENI SUNT CAELI ET TERRA GLORIA TUA’ (‘Hemel en aarde zijn vervuld van uw glorie’) is ontleend aan de het ‘Sanc- tus’ dat in de H. Mis wordt gezongen. Op het schild staat een aantal symbo- len, in dit geval een viertal lelies verbon- den door een cirkel met daarbinnen een hart. Iconografisch staan de lelies voor de Heilige Drievuldigheid. Ook heeft Gabriël lelies in handen tijdens de annunciatie. De blauwe cirkel verbeeldt de focus van de Moeder, verbonden met de blauwe lelies van de Heilige Drievuldigheid die zich naar alle windstreken uitstrekt. Hun ver- enigde kracht brengt het wereldhart voort. Het gouden veld symboliseert de ‘glorie’ uit de spreuk. PLENI = ‘vervuld, vol’. Om dat ‘vervuld’ te verbeelden, is in het gehe- le schild goud genomen. Ook binnen de ring is het veld goud. Zo straalt de heerlijkheid vanuit het kloppend hart over de hele schepping (het schild). De krul van de staf staat mede voor het mysterie van inwaartse ontwikkeling, ondersteund door de Wijsheid van de Moeder. De hoed met tweemaal zes groene kwasten is binnen de VKK het teken van een wijbis- schop. Een regionair bisschop heeft vier rijen kwasten en een voorzittend bisschop vijf rijen. De staf is het algemeen heral- disch teken van een bisschop binnen de VKK. Verdere uitleg In de Missie en Visie van onze Kerk wordt gesproken over een verdere integratie van christendom, esoterie, mystiek en gnos- tiek. Deze integratie houdt mij erg bezig. Vragen die ik mijzelf stel zijn: welke ideaalbeelden zijn hier werkzaam, hoe kunnen zij geïntegreerd worden en hoe kan hieruit iets nieuws ontstaan? De symboliek van het bisschopszegel kwam tot stand van- uit een aantal innerlijke beelden, die zich voor mij voegden tot één totaalbeeld. Het volgende is daarvan een interpretatie. Persoonlijke voorkeuren staan integratie vaak in de weg. Zo is de één meer geneigd tot een kosmologische, objectieve bena- dering en een ander meer tot een innerlijke, subjectieve benade- ring. Echter, beide benaderingen kunnen gecombineerd worden. Wij zeggen dan: God is zowel transcendent als immanent. Deze benadering komt in het bisschopszegel tot uitdrukking. Ook het vrouwelijk aspect wordt tot uitdrukking gebracht. Eerst het transcendente beeld van God, in openbaring vol- gens het beeld van de Heilige Drievuldigheid. Het transcendente is vooral het kenmerk van de esoterie en van het kosmologische gedeelte van de gnostiek. Zoals gezegd staat de lelie met haar drie bladen iconografisch voor de Heilige Drievuldigheid. Deze is universeel aanwezig: zij openbaart zich vanuit het pleroma naar alle vier windstre- ken. “Hemel en aarde zijn vervuld van uw glorie”. Hemel en aarde duiden ook meer- dere niveaus aan. Zij vormen door de open- baring echter een diepere eenheid. Zij zijn álle doortrokken van de eigenschappen van God: liefde, waarheid, licht, goedheid enzo- voort. Dit lijkt een eindbeeld, het ideaal waarnaar de schepping streeft, een schep- ping in wording. Maar het ideaal is reeds aanwezig, het wordt ons geopenbaard en wij verwerkelijken dat. In de prefatie van de Heilige Mis stemmen de engelen met ons in. Gezamenlijk vormen wij een een- heid, alles doordringend en verbindend, in lof tot God. God immanent vinden wij in het hart. De mystiek en de innerlijke gnosis zeggen: “in het hart is Hij te vinden”. De plaats van het hart is ook de plaats van de Moe- der: “Zij bewaart alles in haar hart.” Alle ervaring, op alle ni- veaus, wordt door Haar bewaard, wordt geïntegreerd en komt als Wijsheid ter beschikking. De Wijsheid wordt in Liefde ge- geven. De Moeder steunt en compenseert alles. Als nodig ver- zoekt Zij de Zoon om de Geest te zenden en een nieuwe schepping mogelijk te maken, in Haar Wijsheid. Hier gaat immanentie weer in transcendentie over. Duali- teiten worden door schepping en ontwikkeling overwonnen. Beide zijn in wezen vormen van compensatie, ter handhaving van de eenheid. Het werk van de Moeder. De cirkel verbindt het immanente met het transcendente. Zoals gezegd in onze Meditatie op de Wijsheid: het is de kring die over de afgrond wordt getrokken. Geen statische cirkel, maar een vibrerende cirkel van leven. Godsbeelden zijn niet statisch. Zij vloeien in elkaar over, zoals het leven in zichzelf overvloeit. Gegeven deze uitleg zijn er zeker andere, persoonlijke in- terpretaties en verbindingen mogelijk. Voor mijzelf werkt de symboliek meditatief: er wordt meer in uitgedrukt dan met woorden valt te vertellen. X Gert Jan 3 Reflectie 8(1) voorjaar 2011
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=