Reflectie 8(1) voorjaar 2011.vp

verteld wordt geen dor, feitelijk verslag is, maar dat gevoelens meespreken. Tot slot Het leven zelf is de ware religie. En als we kijken naar de be- tekenis van religie (religare), betekent het: Verbinden. En ie- der individu heeft zijn eigen ideaal om zich mee te verbinden. Een mens die zich bewust is van eergevoel, schaamte en me- deleven, een gevoel heeft van oprechtheid, die mens leeft, die mens is religieus. Hazrat Inayat Khan zegt in zijn Soefi-boodschap: “Als er een komende religie is, een nieuwe religie van de toekomst, dan zal het deze religie zijn, de religie van het hart. Naarmate de tijd vordert, zal men zijn ogen verder openen, zodat men weet en begrijpt dat de ware religie bestaat in het openen van het hart, in het verruimen van onze blik en in het beleven van die religie, die de enige religie is”. Karen Armstrong mag dank gezegd worden. Zij heeft een voorbeeld gesteld. In duidelijke, krachtige taal geeft zij ant- woord, op haar manier, met haar mogelijkheden. Zij reikt ons handvatten aan ook iets te doen. Ieder op zijn wijze. Rachel Sonius is altaardienaar in de VK-kerkgemeente te Raalte. Ook is zij ingewijd in de Soefi-Orde. Noten ¹). Een geschiedenis van God (1995), De Strijd om God (2000), Islam (2001), De Grote Transformatie (2005) en De kwestie God (2009). ²). ‘Technology, Entertainment and Design’, een kleine, particuliere non-profit organisatie. ³). Naast de verwijzingen door Karen Armstrong, zocht uw recensente nog een aantal uitspraken (uit vele), zoals: Uit het Hindoeïsme: “Breng me een vijg.” “Hier is hij, heer,” “Splijt hem doormidden”. “Het is gedaan, heer”. “Wat zie je daar?” “Heel kleine zaadjes , heer.” “Splijt een daarvan doormidden”. “Het is gedaan, heer.” “Wat zie je daar?” “Helemaal niets, heer.” Toen zei hij tegen hem: “Waarlijk, m’n jongen, die allerfijnste essentie die je niet kunt waarnemen, waarlijk, m’n jongen, uit die allerfijnste essentie ontstaat deze grote heilige vijgenboom. Geloof me, m’n jongen’, zei hij, “de hele wereld heeft die fijnste essentie als ziel. Dat is de werkelijk- heid. Dat is Atman. Dat ben jij.’ (Chandogya Oepanisjad, 6.12.1-3) “Zoek je God? Zoek Hem dan in de mens! Zijn goddelijkheid openbaart zich in de mens meer dan in wat dan ook. Zoek naar een mens met een liefde voor God die overstroomt, een mens die hunkert naar God, een mens die is bedwelmd door Zijn liefde. In zo iemand heeft God zich geïncarneerd. (Sri Ramakrishna (1836-1886). Moge de wereld vredig zijn. Mogen de slechten zachtaardig worden. Mogen alle schepselen denken aan aller welzijn. Moge hun geest zich bezig- houden met wat weldadig is. En moge ons hart worden ondergedompeld in onzelfzuchtige liefde voor de Heer. (Bhagavata Puruna 5.18.9) Uit het Boeddhisme “We zijn wat we denken. Ons hele bestaan is het product van gedachten. Met onze gedachten scheppen we de wereld”. “De zoeker die zijn waakzaamheid koestert en verwarring geen kans geeft, zal nooit vallen. Hij heeft de weg naar vrede gevonden.” “Aarzel niet het goede te doen. Wie aarzelt, brengt het denken in de verleiding naar het kwade over te hellen.” “Elk wezen is bang voor geweld. Elk wezen vreest de dood. Elk wezen houdt van het leven.” “Wie in anderen zichzelf ziet, zal niemand kwaad doen of schade berokkenen.” “Voordat u een ander kunt vormen, dient u eerst uzelf te vormen. Dit is moeilijker dan anderen de weg te wijzen.” Uit de “Bezinning op de Wijsheid” van de Vrij-Katholieke Kerk: “Leer ons dat Woord te verstaan dat in de mysteriën van ons geloof door de schepselen van deze wereld tot ons gesproken wordt. Open onze harten voor elkaar! Want wij wensen niet slechts te horen, maar met elkaar de grondslag te leggen voor de gemeenschap met Uw Zoon. Door U, onze goddelijke Moeder”. || 29 Reflectie 8(1), voorjaar 2011 Aan Jejosjoea ben Josef Kind van Mirjam en Jozef, joodse man uit Nazaret, levend uit het Godsbesef dat Jahweh ten leste redt, U doorzag elk leeg gebod, telde rijkdom, rang noch stand, Gij hielp zieken in hun lot, had zelfs niet, geen huis, geen land. ~ Na Uw dood en Uw verrijzen groeide een gemeenschap groots: ambten, kerken en paleizen, Grieks, Romeins maar weinig joods. ‘k Wil U om Uw voorbeeld eren, joodse man uit Nazaret, die ons liefde wilde leren: ja, ook zonder straf en wet. Breek de schellen van mijn ogen, – U, die blinden weer deed zien – dat ik U meer volgen moge, dat ik Jahweh vrijer dien. (Theo van Reen) De gedichten van Theo van Reen, die zijn geplaatst in dit nummer van Refectie, werden genomen uit zijn bundels "Hij preekte in een paar gehuchten" (2009, uitg. Skandalon) en "Een schuivende horizon" (2008, uitg. Free Musketeers)

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=