Reflectie 8(1) voorjaar 2011.vp
Zich herinneren, de zesde stap: actie. Een kleine, vriendelijke daad kan een om- mekeer in iemands leven betekenen, zegt Karen. Belangrijk is dan ook om alle positieve momenten waarop iemand moeite deed om te helpen, zich te her-inneren. Woorden, zowel snij- dende als opbeurende, die we allemaal wel eens hebben ge- hoord, kunnen een vérdragend effect hebben. Reden dus om ons te bedenken waar wij ons gesteund, en waar wij ons ge- krenkt voelden. We beschermen de ander tegen onze eigen destructieve neigingen door ons dit te herinneren. Zijn wij im- mers niet in de kern allemaal hetzelfde? Ruimte bieden In de zevende stap krijgen we aanwijzingen hoe ruimte te bie- den aan de ander, zodat we tot een “nieuwe authentiekere per- soonlijkheid kunnen komen.” Door ‘leegheid’ ervaren we em- pathie. Op het moment dat we even niet bezig zijn met onszelf of de directe wereld om ons heen, zien we hoe we open komen te staan voor een ander, in feite.. hoe we ruimte maken voor een ander. Als we dit niet kunnen toepassen, zullen we de an- der nooit echt kunnen begrijpen. Karen haalt aan dat het grootste inzicht van de religies is geweest dat de kern van elke man en elke vrouw buiten ons bevattingsvermogen valt en transcendent is. Op het moment dat wij ons dat realiseren, geldt de uitspraak: “Ken Uzelf”. Wat een wonder is de mens. Dialoog om vrede te bereiken De achtste stap handelt over ‘dialoog’, waarmee wij in deze tijd steeds trachten Vrede te bereiken of te bewaren, óf we gaan over tot competitieve debatten om iets af te dwingen. Tegenwoordig is het voor bepaalde functies vereist een goed “debater’ te zijn. Er zijn zelfs opleidingen voor. Ogenschijn- lijk wordt een ‘overwinning’ behaald, maar degene die deze vaardigheden niet bezit, word ondermijnd. Is dit de bedoeling van een dialoog? Is een dialoog niet een onderzoek waarin boze opzet geen plaats heeft en partijen in aandacht en meele- vendheid naar elkaar kunnen luisteren? Om zodoende kennis op te doen? Inzicht te verkrijgen? Is het doel van discussie te winnen, of kiezen we voor waarheid. Zijn wij bereid indien nodig onze opvattingen bij te stellen, of zelfs te herzien? Of zijn wij bang voor vernietigende kritiek van onze achterban? Uit ervaring weet uw recensente hoe moeilijk het is ‘het wes- ten’ uit te leggen aan een land als Iran, en niet minder moeilijk Iran uit te leggen aan het westen. Het vereist ‘leegmaking’ van de toehoorder. Een ‘leegmaking’ ook voor een situatie in onze eigen omgeving, als de ander iets uit te leggen heeft, hoe pijn- lijk dat ook kan zijn. Welwillendheid, de bereidheid een ander te horen, niet alleen de woorden, maar ook de verholen bood- schap, helpt ons een vruchtbare discussie te leveren. Zorg voor iedereen is stap negen, binnen onze eigen omgeving, maar zeker ook daarbuiten. En we zullen ons moeten instellen op het principe dat er absolute gelijkheid van mensen is. Wij leven in een we- reld van verscheidenheid, en vormden groepen om eenheid te ervaren. Zoals al eerder is gesteld, leven we vandaag in een ‘werelddorp’. We zijn niet meer verstoken van informatie over hoe het andere bevolkingsgroepen vergaat. Deze andere bevol- kingsgroepen met hun eigen culturele achtergrond en/of religie bevinden zich zelfs in ons eigen land. Velen ervaren dit als een ‘gevaar’. Een gevaar voor eigen identiteit, normen en waarden. Maar Karen zegt niet te vergeten dat andere bevolkingsgroepen net zo naar ons gekeken hebben, toen wij op onze ontdekkings- reizen landen en bevolkingsgroepen onder koloniaal bewind stelden, of ook poogden te bekeren tot het Christendom. Deze pijn leeft nog steeds. Daden hebben gevolgen op de langere ter- mijn, zegt zij. Tevens wijst zij ons op de herkomst van verschil- lende producten waar wij gebruik van maken en roept ons op hierbij stil te staan. Ook wijst zij ons op de gevaren ‘religieuze exclusiviteit’ en ‘tribaal chauvinisme’. “Kennis” Stap tien brengt ons op het onderwerp ‘kennis’. Als we afstand hebben genomen van een, zoals zij dat noemt tribale wereldvi- sie, kunnen we elkaar leren kennen. Hoeveel weten we van de ‘ander’? En is de informatie die tot ons komt al dan niet ge- kleurd? Is er (democratisch) een politiek leider gekozen op grond van het feit dat hij een fenomenaal ‘debater’ is waardoor hij in staat is opponenten te overtroeven? Of worden wij door een religieus leider om de oren geslagen met een goddelijke wet, waardoor wij misschien wel anders willen maar, uit mis- plaatst schuldgevoel en angst, niet anders kunnen. Dat hier- door en hieruit innerlijke en uiterlijke conflicten ontstaan moge duidelijk zijn. Gezien het feit dat elk land zich in meer of mindere mate ‘schuldig’ heeft gemaakt aan misstappen, oorlogvoering en/of onderdrukking, kunnen wij alvorens kri- tiek te uiten, ons afvragen of wij ergens niet ooit ook een der- gelijke misstap hebben begaan. Deze stap roept ons op onze eigen leiders kritisch te bezien, niet klakkeloos te volgen. Het streven is evenwicht in een huidige wereld vol problemen. Zij wijst op een website van “Search for Common Ground” die re- gelmatig bijgewerkte informatie over diverse landen biedt, waardoor wij veilig tot kennis kunnen komen. Daar komt nog bij dat in Nederland veel mensen wonen uit andere culturen. Wij kunnen ze zelf spreken, in plaats van een ander te horen over deze ontmoetingen. Het werken als vrijwilliger bij Vluch- telingenwerk bijvoorbeeld, zou ook een nieuwe wereld voor ons kunnen openen. Zowel voor ons als voor degene die wij helpen bij integratie. Op deze manier komen wij in direct con- tact met die ‘vreemdeling’ waarover wij via media en anderen horen. Het stelt ons in staat ‘ruimte te maken’ voor de ander in ons zelf en hun nieuwe leefomgeving. Zo kunnen wij doord- ringen in de problematiek van hun land, waarbij wij tevens de houding van ons eigen land kunnen onderzoeken. Op basis van eigen gezond verstand kunnen wij een standpunt innemen. Zo verkrijgen wij ‘Inzicht’, de elfde stap. Er is geen verschil tussen het verdriet van de een of de an- der. Wel de situaties waarin de een of de ander zich bevindt. Als we leren onszelf en de ander niet in een speciale categorie te plaatsen, ontdekken we dat wij het vermogen bezitten ons in de ander te verplaatsen. Hun pijn bijna net zo sterk te voelen als ons eigen verdriet. En als we de ogen sluiten voor ons ei- gen verdriet, sluiten we de ogen voor het verdriet van de an- der. Als we iemand haten, blijft deze ons achtervolgen. “Ze spoken op negatieve wijze in ons hoofd….de vijand wordt onze tweelingbroer op wie we gaan lijken”. Daarom… ”Heb uw vijanden lief”, stap twaalf. Daarin leren we begrijpen dat ons eigen land, onze eigen normen en waarden niet belangrij- ker zijn dan die van andermans eigen land en hun normen en waarden. Karen roept ons op te luisteren naar de onderstroom van de geuite woorden. We moeten ons realiseren dat wat 28 Reflectie 8(1), voorjaar 2011
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=