Reflectie 8(3) herfst 2011.vp
Een Spirituele Revolutie Johan Pameijer Ons bewustzijn verschuift in een rap tempo. De veranderingen zijn haast niet bij te houden. Wat gisteren een revolutionaire vernieu- wing was, is vandaag achterhaald en ouderwets. In sneltreinvaart groeien wij van geloven naar weten. De gezaghebbende theologie dreigt op te lossen in een onafhankelijke spiritualiteit. Oude en beproefde rituelen verliezen hun greep op de mensheid. Kerken slui- ten hun deuren, terwijl spirituele groeperingen groeien als kool. Het vereren van een goddelijk persoon is voorbij. Men wil God in al zijn grootsheid en diepte zelf ervaren. Op weg naar een hoger niveau van bewustzijn is een toenemend aantal mensen op zoek naar de Christus-in-zichzelf. De naam van de historische Jezus wekt onder talrijke jongeren nauwelijks enige weerklank op. Zijn be- tekenis verdwijnt achter de lichtende Christus-gestalte die niet ergens buiten ons verblijft, maar in ieder van ons woont. “Het pad van de mens gaat niet alleen voorwaarts, maar ook omhoog, niet alleen naar de toekomst maar ook naar het licht,” schreef Manly P. Hall in zijn bekende boek “The mystical Christ”. Met vallen en opstaan heeft de mensheid zich de vori- ge eeuw op de stijgende weg begeven. Bestormd door onstuit- bare vernieuwingen op technisch en maatschappelijk gebied laten wij ons meeslepen naar een hoger doel, dat volgens de Maya-verwachting op 21 december 2012 een scherp marke- ringspunt bereikt. “Klaarblijkelijk is er iets opmerkelijks aan het gebeuren – iets groots op wereldschaal,” constateert Ken- neth Ring, een gerespecteerd onderzoeker van de bijna-dood- ervaringen. En dat opmerkelijke kan in het beste geval de mensheid omvormen tot een broederschap in waarheid. Kwantummechanica Er gebeurde van alles in die turbulente, fascinerende en in veel opzichten gruwelijke 20ste eeuw. Vele miljoenen mensen ver- loren hun leven in de absolute waanzin van verwoestende oor- logen, maar daar omheen werkten duizenden geleerden koortsachtig aan een wereldbeeld dat na de oorlog alles en ie- dereen bevrijdende perspectieven zou bieden. De gaslantaarns van de eeuwwisseling waren nauwelijks gedoofd, toen Wolfgang Pauli de grondslag voor de kwantum- mechanica legde. Honderden natuurkundigen konden voort- bouwen op zijn werk, waaruit de verleidelijke technologie van onze jaren is voortgevloeid. Zonder kennis van de subatomaire wereld met zijn onzekerheden en waarschijnlijkheden zouden de computer, internet, mobiele telefonie en de talloze verworvenheden op medisch gebied ondenkbaar zijn geweest. Bijna argeloos maken we gebruik van de meest geavanceer- de apparaten zonder te beseffen dat zij tijd en ruimte transcen- deren. Een minuscule chip is drager van een gigantische stroom informatie. In een mum van tijd overbruggen wij duizenden ki- lometers en wij zijn op hetzelfde moment ooggetuigen van ge- beurtenissen in verre werelddelen. Wonderen stapelen zich op, maar wij zien ze niet, eenvoudig omdat wij te gefixeerd blijven op het gebruikersnut. Wolfgang Pauli en zijn navolgers ontmas- kerden niet alleen de vaste materie, maar toonden onweerleg- baar de betrekkelijkheid van ruimte en tijd aan. Relativiteit Daarom is het niet toevallig dat omstreeks 1905 Albert Ein- stein zijn eerste relativiteitstheorie publiceerde, een zevental jaren later gevolgd door een tweede. De vaste en harde mate- rie, zo leerde hij, is niets anders dan energie. In wiskundige taal E = MC². Licht, zo toonde hij aan, is pure energie, die zich met een snelheid van 300.000 kilometer per seconde door de ruimte beweegt, de maximaal mogelijke snelheid. Sneller kan niet en dat heeft overweldigende gevolgen voor de bepalende fenomenen van tijd en ruimte. Beide krimpen bij nadering van de lichtsnelheid en als die snelheid eenmaal is bereikt, zijn zo- wel tijd als ruimte tot nul gereduceerd, dus in feite opgelost in het alomvattend Hier en Nu. De filosofische implicatie van dit feit is enorm. Onze tijdschaal en de ruimtewaarneming bestaan alleen en uitsluitend in ons hoofd en ze bezitten geen objectie- ve standaard. Zowaar de toestand die door Boeddha het “Nirvana” is ge- noemd, het oosterse equivalent van het christelijke “Konink- rijk der Hemelen.” Ook Jezus relativeerde de tijd, toen hij op- merkte: “Eer Abraham was, ben ik.” Met Einsteins wetenschappelijke inzichten verdween de macht van het mechanistische wereldbeeld, dat door het werk van de Britse alchemist en natuurkundige Newton in werking was gezet. Voortaan diende de wetenschap met andere wetten rekening te houden. Nu het hek van de dam was, bestormden beoefenaars van uiteenlopende wetenschappen met succes talrijke nieuwe ter- reinen. Radio, televisie, wasmachines en magnetrons maakten ons leven gemakkelijker, maar de spirituele implicaties van de nieuwe techniek bleven lang onderbelicht. Psychotherapie Intussen speurde in het schilderachtige decor van de Zwitserse bergen een gedreven onderzoeker in de psyche van de mensen. Voortbouwend op de kennis van zijn leermeester Sigmund Freud en steunend op eigen ervaringen analyseerde Carl Gus- tav Jung het droomleven van duizenden patiënten. Met het ontleedmes van zijn scherpe intellect drong hij door in de die- pe lagen van hun persoonlijkheid. Geholpen door zijn kennis van alchemie, tarot, oosterse wijsheid en de mythologie ont- dekte Jung de synchroniciteit tussen droomsymbolen en de mythologische beelden uit oude culturen. De taal van het on- bewuste verleende toegang tot de diepste roerselen in de men- selijke ziel. Jung onderscheidde meerdere lagen in het niet bewuste deel van de persoonlijkheid en constateerde dat het onbewuste grote invloed uitoefent op het alledaagse bewustzijn van ons allen. Zelfs in het onbewuste onderscheidde hij een gelaagd- 14 Reflectie 8(3) najaar 2011
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=