Reflectie 8(3) herfst 2011.vp

heid. Onder het persoonlijke onbewuste, de opslagplaats van alle verdrongen en niet geaccepteerde ervaringen, ging nóg een laag schuil, het collectief onbewuste, de gemeenschappe- lijke woonplaats van de oerbeelden, de zogenaamde archety- pen van het collectieve onbewuste, krachten met onberekenba- re potentie. Christus-in-ons Jungs onderzoek mondde uit in zijn leer van de individuatie, de zelfreflectie die zou moeten leiden tot de verwerkelijking van het Zelf-archetype, en het onbegrensde Zelf is, volgens Jung, niemand minder dan de Christus-in-ons. Bijna vanzelf- sprekend onderbouwde de profetische psycholoog met zijn on- derzoek de aloude roep om zelfkennis, zoals die in de meeste heilige schriften werd geformuleerd. De scepsis over de Jungiaanse ontginning van de menselij- ke ziel weerhield een klein aantal psychologen er niet van om op het werk van Jung voort te borduren. Tegenwoordig is Jung even volledig geaccepteerd als Einstein op zijn terrein. Dank- zij Jung kunnen we de wijsheid van de oude heilige schriften op waarde schatten. In feite legde Jung een stabiele basis on- der tal van spirituele methoden om het bewustzijn te verrui- men. Het “Ik en de Vader zijn Een” kreeg door het werk van Jung wetenschappelijke steun. In combinatie met de kwantum- mechanica leidde zijn hooggewaardeerde onderzoek tot het moderne concept van het holisme, aangehangen door steeds meer hedendaagse onderzoekers. Terug naar heelheid Opvallend genoeg is de term gelanceerd door de Zuid-Afrikaan- se staatsman, filosoof en geleerde Jan C. Smuts. “Holisme is een theorie die het bestaan van totaliteiten tot een grondtrek maakt van de wereld,” noteerde hij in zijn boek “Holisme en evolutie”, geschreven in 1926. Heelheid is de grondslag van de materiele fragmentatie. Evolutie is de voortgang naar heelheid. Dat inzicht kennen we ook uit het in 1945 herontdekte Evangelie van Thomas, dat 114 aan Jezus toegeschreven ge- dachten bevat. “Wanneer u de twee tot een maakt, zult u zonen van de Mensheid worden.” (log. 106). De wereld gaat nu door de fase op weg naar de beloofde heelheid. Honderden experimenten, uitgevoerd door kritische speci- alisten, bevestigen de profetie over de opheffing van de tegen- stellingen. Een geleerde schrijver formuleerde het aldus: “Onze hersenen construeren wiskundig een objectieve realiteit door frequenties te interpreteren die uiteindelijk projecties vanuit een andere dimensie zijn, een diepere bestaansorde die zich voorbij ruimte en tijd bevindt; de hersenen vormen een hologram dat door een holografisch universum wordt omvat.” (Michael Talbot in “Het holografisch Universum”) In gewone taal wordt hier gezegd dat de heelheid van onze hersenen synchroon loopt met de heelheid van de kosmos. Een gewaagde stelling, die door de feiten grondig is onderbouwd. Elk fragment is drager van het geheel. Iedere cel van ons lichaam weerspiegelt als het ware ons hele lichaam, zoals het brein holografisch lijkt afgestemd op het universum. Het ge- vleugelde woord “Ik en de Vader zijn Een” galmt als een profetie door het heelal. Verdwenen boeken Haast planmatig past in deze ontwikkeling de ontdekking van eeuwenlang verloren gewaande bibliotheken, de ene in de buurt van de Dode Zee en de andere bij de Egyptische plaats Nag Hammadi. Een schat aan boeken rees in 1945 en de jaren daarna uit de duistere spelonken van onbekendheid op en plaatste het door Kerk en theologie overgeleverde christelijke geloof in een totaal ander daglicht. Naast de sekten van Farizeeërs en Saduceeën bestond des- tijds nog een mystieke sekte, de Essenen. Naar velen beweren, is juist uit die sekte het mystieke christendom voortgekomen. Deze Essenen introduceerden een ‘Leraar der Gerechtigheid’ tegenover een leraar van de duisternis. Daar zou heel aanne- melijk de voedingsbodem kunnen liggen, waaruit de gestalte van Jezus is opgewassen tegenover het geweld van de Romeinse vervolgers. Grootser en onverwachter was echter de ontdekking van Nag Hammadi. Op bevel van bisschop Athanasius van Alexan- drië liet Theodorus, abt van een grote kloostergemeenschap in het toenmalige Tabanissi, alle boeken die niet strookten met de canon van Ireneus, uit de kloosterbibliotheek verwijderen. In te- genstelling tot de opdracht vernietigde hij ze echter niet, maar liet ze in kruiken bergen. Enkele van zijn vertrouwelingen gaf hij opdracht de kruiken op een veilige plaats te verstoppen, zo- dat ze na verloop van tijd weer opgegraven konden worden. Deze opgraving liet bijna 1600 jaar op zich wachten, maar toen was de tijd rijp voor een spirituele revolutie. Precies op het juis- te tijdstip begon een Bedouien naar teelaarde te graven op de plek waar de boekenschat verborgen lag. Een gnostische bibliotheek Het stof der eeuwen bedekte niet alleen een dictatoriale poli- tiek van de jonge, zich naar Romeins voorbeeld organiserende Kerk, maar na te zijn weg geblazen, kwam er zicht op een christendom van persoonlijke verantwoordelijkheid en geeste- lijke vrijheid. De boekenschat van Nag Hammadi bevatte, zo- als inmiddels algemeen bekend, de gnostische bibliotheek, waartegen de bisschop van Lyon, Irenaeus, zich in zijn vijfde- lige cyclus “Tegen de ketterijen” zo heftig had gekeerd. Dankzij de vondst kreeg het christelijke geloof voor velen een totaal andere inhoud. En die inhoud paste wonderwel bij de revolutionaire ontwikkelingen in de wetenschap. Haar gno- sis, de kennis van het hart, is van geheel ander karakter dan de dwingende theologie van het intellectueel geformuleerde dog- ma. Eeuwenlang had de Kerk een waar schrikbewind nodig om doctrines die haar gezag ondermijnden de kop in te druk- ken. De gnostici matigden zich geen bijbelse geschiedenis aan, maar wezen voortdurend op de innerlijke gesteldheid van haar navolgers. Haar verwijzing naar de innerlijke Christus sluit beter aan bij de hedendaagse behoefte dan het beroep op een historische figuur die voor onze zonden moest sterven. Mani en Hermes Parallel met de hernieuwde aandacht voor de gnosis stijgt de interesse voor de religie van Mani, een ondergesneeuwde en bruut vervolgde wereldreligie, die destijds van Rome tot Pe- king miljoenen mensen inspireerde. Ook Mani werd slachtof- fer van vervolgingen, maar vondsten in Egypte en Chinees Turkestan (Turfan) maakten vele zoekers naar waarheid tot bewonderaars van poëtische teksten, op schrift gesteld door vredelievende volgelingen van Mani’s mystieke leer. Aan de andere kant van het gnostische spectrum bloeit de bloem van het Alexandrijnse Hermetisme, dat mede door de vondsten een verfrissende aandacht kreeg. Haar axioma “God, 15 Reflectie 8(3) najaar 2011

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=