Reflectie 8(3) herfst 2011.vp
Fantaseren over 2012 Over krantenberichten, de Apocalyps en het aanbreken van het Gouden Tijdperk Ojas Th. de Ronde Er staat momenteel veel op het spel voor de mensheid. Je kunt spreken van een diepgaande crisis in de hele wereld die onbeheersbaar dreigt te worden. De media spreken er dagelijks over. De problemen zijn zo com- plex geworden dat de traditionele oplossingen niet meer werken. Is er nog een uitweg? Ik aarzel even als ik deze zinnen opschrijf. Het is nog zomer 2011, maar dit wordt gelezen in de herfst 2011. Wat kan er ondertussen in die paar maanden gebeurd zijn? En wat gaat er gebeuren in 2012? En is er dan nog een uitweg mogelijk? Sommigen proberen met rationele oplossingen de wereld in het gareel te houden. Anderen zien dreigende, apocalyptische beelden en verwachten een definitief ingrijpen van God, weer anderen zien het aanbreken van een Gouden Tijdperk. Voor mij ligt dat anders. En voor velen met mij. Wij zien inderdaad dat de wereld aan de rand van een totale catastrofe staat. Maar we kunnen de oorzaak ervan in onszelf zoeken: in ons ego-gerichte bewustzijn. En dat kan, eventueel gezamen- lijk, transformeren. Eckhart Tolle formuleerde dat onlangs in zijn wereldbestseller ‘Een nieuwe Aarde’ als volgt: ‘De we- reld is op een belangrijk kruispunt aangekomen. Het ego-ge- richte bewustzijn heeft de aarde aan de rand van de totale ca- tastrofe gebracht. Het is dan ook tijd voor een collectieve be- wustzijnstransformatie.’ (1) Het dagelijkse nieuws De media spelen momenteel een grote rol om dit ego-gerichte bewustzijn juist te voeden. Niet alleen de talloze tabloids-met- een-miljoenenoplage, ook de meer serieuze kranten lijken het er over eens te zijn. De problematiek is wereldwijd als een angstaanjagend,veelkoppig monster dat overal opduikt en dat maar niet te temmen lijkt. Iedere dag, als je de krant opent, naar het nieuws kijkt of met vrienden praat over wat er in de wereld gaande is, heb je de neiging te zeggen: ‘Vreselijk. Hoe is dit mogelijk?’; ‘Hoe lang houden we dit nog?’; ‘Waar gaat het naar toe?’; ‘Wat ge- beurt er met de aarde en onze biosfeer in de komende jaren?”; ‘Hoe ziet onze financiële, politieke en sociaal-economische si- tuatie er over vijf jaar uit?” Er gebeurt zoveel, en zoveel tege- lijkertijd en onverwacht, dat het moeilijk is daarover iets concreets te zeggen. Heeft de verziekte wereld van de banken en financiële ma- nagers over een jaar haar datum van uiterste houdbaarheid be- reikt? Zal de aarde geraakt worden door een Photon Belt, een gordel van fotonenenergie uit de kosmos, die het leven op aar- de een tijd ontregelt? Welke aanslagen zullen worden ge- pleegd door terroristische groepen of losgeslagen individuen die het spoor bijster zijn geraakt? En welke gevolgen zal dat hebben? Wie zal het zeggen? En hoe verschuiven in de ko- mende jaren de politieke machtsverhoudingen op onze pla- neet? Waar blijft Europa dan? Waar Nederland? Hoe zit het dan met ons pensioen? De ‘onvoorzienigheid’ van de toekomst Uniek voor de situatie nu is dat het bijna onmogelijk is voor- spellingen te doen over de komende jaren. Dat creëert in onze dagen grote onzekerheden en angsten, want zonder deze ‘gezonde planning’ weten we niet goed wat te doen. Moeten we nu al een huis kopen of nog niet? Nu die goede baan kie- zen in het buitenland of hier blijven? Nu nog een kind of is het toch maar beter te wachten? Voorspellingen doen over onze toekomst is net zo moeilijk als exacte voorspellingen doen over het weer van het komende half jaar. Ook dat blijkt onmogelijk. Ondanks de rekenkracht van computers blijft het voorspellen van het weer op langere termijn onmogelijk, niet alleen omdat er een steeds groter wor- dende hoeveelheid data moet worden geïnterpreteerd, maar vooral vanwege de talloze toevalligheden die exacte voorspel- lingen onmogelijk maken. Hetzelfde princiep van ‘contingentie’ blijkt ook op te gaan voor ecologische, politieke of sociale processen. Zoals het weer blijkt ook het leven vol toevalligheden en ‘onvoorzienig- heden’ en is met name de toekomst – ook in de ogen van de wetenschap – grotendeels open, onvoorspelbaar, contingent. De middeleeuwse theoloog Thomas van Aquino ontdekte dit overigens al, toen hij zei dat elke ding of gebeurtenis een ele- ment van toeval, van ‘contingentia’ heeft, en daarom ook an- ders had kunnen zijn. In de hindoeïstische filosofie wordt deze ‘onvoorzienigheid’ ‘samanadhikaranam’ genoemd, het ‘toe- vallige’ in een samenloop van gebeurtenissen. Deze ‘onvoorzienigheid’ van het leven kan ons angst in boezemen. Daardoor is het leven immers niet te beheersen. De ‘maakbaarheid van het leven’, waar we de laatste vijftig jaren in het Westen zo trots op waren, valt in duigen. Het leven blijkt niet voorspelbaar, beheersbaar, maakbaar. Als deze troef van de Westerse mens wegvalt, hoe dan om te gaan met de chaotische, gewelddadige omstandigheden waarin we terecht zijn gekomen? Utopieën ‘wie’ nooit gebeuren Al is de situatie momenteel dreigender dan ooit, het is niet voor het eerst in de Westerse geschiedenis dat we met een on- zekere toekomst geconfronteerd worden. In dergelijke situaties zijn wij mensen geneigd ons een ideaalbeeld van de werkelijk- heid te vormen. Dan fantaseren we graag een situatie, waarin alles anders en beter is dan het huidige moment. Sir Thomas More is in het Westen de eerste die deze term ingang deed vin- den, toen hij in 1516 zijn beroemde boek ‘Utopia’ uitgaf. In dit boek vertelt een reiziger over een samenleving waar- in de basisbehoeften voor ieder vervuld zijn en waarin de be- 6 Reflectie 8(3) najaar 2011
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=