Reflectie 9(1)vj2012.vp
Bijna-doodervaringen bij kinderen soms verborgen oorzaak van problemen Gerarda van der Veen In 2009 voltooide ik mijn boek ‘Ineens geen kind meer’, over de gevolgen van een bijna-doodervaring (BDE) bij kinderen. Het boek zocht zijn plek in de wereld en ik vroeg mij af hoe de respons zou zijn. Hoeveel kinderen ondervonden problemen door een BDE en hoe konden zij gesignaleerd worden? Dat ouders zich zouden melden met de mededeling ‘Mijn kind heeft een BDE gehad’ bleek een naïeve gedachte. Ik ontdekte dat áls er sprake is geweest van een BDE, dit in de meeste gevallen een verborgen oorzaak is van allerhande problemen en dat een hulpverlener zeer alert moet zijn om een BDE als oorzaak te achterhalen . Reinier (1) wordt bij ons aangemeld met leerproblemen. Hij is 8 jaar, zit in groep vijf en heeft grote moeite met het automatise- ren van de tafels. Uit de intake komt Reinier naar voren als een zeer gevoelig kind, dat de wereld om hem heen zeer intens beleeft. Hij heeft een grote fantasie en kan goed visualiseren. Dit, gekoppeld aan het gegeven dat hij niet erg sterk is in reke- nen en moeite heeft met spelling, leidt al snel tot het vermoe- den dat Reinier een beelddenker is. Veel beelddenkers krijgen problemen op school, omdat de wijze waarop de lesstof wordt aangeboden niet aansluit bij hun manier van leren. Bij Reinier resulteert dit in achterblijvende resultaten, concentratieproble- men en snel afgeleid zijn in de klas. Via de GGZ heeft hij een antipsychoticum voorgeschreven gekregen, maar daar wordt hij volgens zijn moeder ‘zeer druk’ van. In het intakeformulier vragen wij ouders altijd specifiek naar opvallende of ingrijpende situaties in het leven van hun kind. Dit om probleemgedrag eventueel te kunnen herleiden tot een heftige gebeurtenis. Op het formulier van Reinier staat terloops vermeld dat hij tijdens de bevalling kort een hartstil- stand heeft gehad. Voor de ouders iets van lang geleden, zon- der destijds dramatische gevolgen (‘Het duurde maar heel even’), voor ons echter aanleiding om door te vragen. Mensen die door ziekte, een ongeluk of een andere ingrij- pende gebeurtenis dichtbij de dood zijn geweest, berichten soms over een heldere ervaring, die hen diep heeft geraakt. We noemen dit een bijna-doodervaring, kortweg BDE. Alle mensen met een BDE melden eenzelfde patroon van gebeurte- nissen: een gevoel uit het lichaam te zweven, door een don- kere tunnel naar een helder licht gaan, begroet worden door lichtwezens, een terugblik krijgen op het leven, een ander ge- voel van tijd en ruimte ervaren, niet terug willen naar het lichaam en daarom vaak teleurstelling om weer tot leven te komen. Een BDE veroorzaakt een drastische en permanente verandering in iemands karakter en wereldbeeld, zoals geen angst voor de dood meer, een gevoel van verbondenheid en verantwoordelijkheid en een beter ontwikkelde spiritualiteit. Ook kinderen kunnen een BDE krijgen. Uit het weinige onderzoek dat hiernaar is gedaan blijkt dat zij vrijwel eenzelf- de patroon van gebeurtenissen meemaken als volwassenen, maar dat zij anders reageren op een BDE. Juist voor kinderen kunnen de gebeurtenissen rondom een BDE zodanig ingrij- pend zijn dat zij de ervaring niet kunnen verwerken. Dit leidt gemakkelijk tot probleemgedrag, zoals terugtrekken, depres- sief zijn, onhandelbaar zijn en agressiviteit.. Karakteristieke nawerkingen bij kinderen ten gevolge van een BDE die ondermeer kunnen ontstaan, zijn (2) : - in ontwikkeling voorlopen op leeftijdgenoten - bezig zijn met de dood, zonder er angst voor te hebben - een meer dan normale zorg of angst om een dierbare te verliezen - moeite met hechten en aarden - een grote gevoeligheid (mogelijk hooggevoelig) - een paranormale gevoeligheid - een hoge intelligentie (mogelijk hoogbegaafd) en creativiteit - sociaal sterk ontwikkeld ‘En dan is er een probleem geschapen’, zegt Van Schuijlen- burg hierover. ‘Het kind is moeilijk opvoedbaar geworden en moet in behandeling. Psychologen, kinderpsychiaters en or- thopedagogen kunnen worden ingeschakeld, maar of deze ach- ter de werkelijke oorzaak van het probleemgedrag komen, is in hoge mate afhankelijk van de vraag of er iemand bij is die de BDE als uitgangspunt neemt ...’ (3) . Belangrijk is dat hulp- verleners, ouders en leerkrachten de signalen die een kind geeft herkennen en inzicht hebben in de specifieke aard en aspecten van een kinder-BDE. Een hartstilstand tijdens de geboorte, zoals Reinier heeft meegemaakt, kan leiden tot een bijna-doodervaring. Dat het moment zelf maar even duurde is daarbij niet relevant. Een hartstilstand van vijf seconden kan in een BDE ervaren wor- den als vijf uren, of soms wel vijf dagen… Jonge kinderen hebben nog niet de woorden om een BDE uit te leggen. We kunnen echter afgaan op een beeld van nawerkingen om bij een vermoeden van een BDE te achterhalen of er daadwerke- lijk sprake is geweest van een dergelijke ervaring. De ouders van Reinier bevestigen voor een groot deel het beeld van na- werkingen en herinneren zich al pratende weer dat hun zoon wel eens vertelt over een licht dat hij heeft gezien. Die uit- spraak krijgt nu plots betekenis voor hen… Waarom is het belangrijk om te weten dat een kind een BDE heeft gehad? Kinderen functioneren na een BDE anders dan ‘normale’ kinderen. Een BDE leidt tot veranderingen op fysiek, sociaal, emotioneel, cognitief en spiritueel gebied. Die veranderingen werken nog tientallen jaren na de ervaring door en beïnvloeden het kind bij het opgroeien. Een kind kan op jonge leeftijd weinig problemen ervaren door de BDE, maar dat biedt geen garantie voor de toekomst. In een stressvolle periode (ouders die scheiden, een verhuizing, overlijden van een dierbare) of een belangrijk moment in ontwikkeling (naar de middelbare school gaan, puberteit, een relatie aangaan, een kind krijgen) kunnen zich toch ineens problemen voordoen, die blijken samen te hangen met de BDE. Het gaat dan om scheidingsangst, hechtingsproblemen, slaapstoornissen, angst- aanvallen, depressie en gedragsproblemen die lijken op ADHD of een Autisme Spectrum Stoornis (ASS). De weten- schap dát zich ooit een BDE heeft voorgedaan kan dan alle 21 Reflectie 9(1) voorjaar 2012
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=