Reflectie 9(1)vj2012.vp
verschil maken, omdat er anders verkeerde diagnoses kunnen worden gesteld, of mogelijk een langdurige en ontmoedigende zoektocht ontstaat naar een oorzaak van de problemen en, als die oorzaak niet gevonden wordt, meestal niets anders rest dan gebruik van (zware) medicatie zoals antidepressiva. Bij Reinier is de situatie gelukkig nog niet zodanig dat hij ernstig in de problemen is geraakt. Zijn cognitieve vermogens (fantasierijk, beelddenken, zeer associatief) zijn zeer waar- schijnlijk een gevolg van de BDE en kunnen in deze fase nog adequaat begeleid worden, zodat hij minder last heeft van con- centratieproblemen en meer gaat presteren naar eigen kunnen. Wat betreft het antipsychoticum leggen we de ouders uit dat zware medicijnen na een BDE meer kwaad dan goed doen en dat aan hen de beslissing is of ze hiermee willen doorgaan. Hoe kinderen omgaan met een BDE hangt af van een aan- tal factoren, zoals de diepte van de ervaring en het tempera- ment van het kind. Reinier heeft geen heel diepe ervaring ge- had en dan is het vaak makkelijker om erover te praten. Daarbij is hij open en expressief van karakter, waardoor hij – wanneer hem daarnaar gevraagd wordt – vlot en opgewekt praat over het licht dat hij heeft gezien. Hoe anders is dat bij Karen. Door haar introverte karakter uit ze haar gevoelens niet snel. Ze is 13 jaar als ze bij ons wordt aangemeld met leerproblemen, faalangst en licht depressieve klachten. Ze is snel moe en ervaart het leven als zwaar. Ze wil het liefst het verleden afsluiten en zonder problemen verder gaan. Wát ze precies wil afsluiten weet ze eigenlijk niet en ze wil er ook niet verder over praten. Karen’s moeder vertelt dat haar dochter op zevenjarige leeftijd bijna is verdronken in een zwembad. Wat er exact is gebeurd weet ze niet, maar vanaf dat moment is het meisje veel over de dood gaan nadenken, heeft moeite gekregen om zich op school te concentreren en heeft een grote behoefte om alleen dingen te doen die zinvol zijn. Ze weet echter niet wat ze zinvol vindt, en ervaart daardoor een gevoel van zinloosheid en demotivatie. Waar Reinier heel open praat over zijn ervaring, is Karen heel gesloten. Nu de ouders van Reinier weten wat er speelt, geven zij hem bevestiging in zijn verhalen en dat is een zeer belangrijke voorwaarde om de ervaring langzaam maar zeker te integreren in zijn leven. Bovendien werkt bevestiging posi- tief op het uitblijven van psychische klachten op latere leeftijd. Karen echter heeft al zes jaar lang grote moeite om te vertellen wat er is gebeurd, met psychische klachten tot gevolg. In Nederland deed cardioloog Pim van Lommel uitgebreid onderzoek naar bijna-doodervaringen. Over het veranderingspro- ces bij kinderen schrijft hij: ‘Kinderen ervaren na een BDE een primair gevoel van verlies dat niet te verwoorden is. Nergens ont- moeten ze meer de schoonheid en vrede die ze in hun ervaring hebben leren kennen. Ze hebben de behoefte zich wat afzijdig te houden van leeftijdgenoten. Ze staan vaak op afstand stil toe te kijken en zullen niet vaak met andere kinderen meedoen. Ze trek- ken zich graag terug in de natuur. Ze houden van stilte. Ze kun- nen indringend geluid of lawaai niet verdragen en houden vaak al op jonge leeftijd van rustige, klassieke muziek.’ (4) Het beeld dat Van Lommel schetst komt opvallend overeen met dat van hoogsensitiviteit bij kinderen. Ik concludeer dan ook in mijn boek Ineens geen kind meer, dat er na een BDE vaak sprake is van hooggevoeligheid. Een kind dat in sociaal opzicht voorloopt en daardoor veel waarneemt, dat zich anders voelt op school, dat vervolgens op het schoolplein liever langs de kant staat toe te kijken in plaats van (direct en impulsief) mee te spelen, is een kenmerkend voorbeeld van een hoog- sensitief kind. Ook kan er na een BDE sprake zijn van paranormale ver- mogens: engelen zien, praten met overledenen, vertellen over vorige levens, aura’s zien. Als deze verschijnselen zich voor- doen zijn ze zo vanzelfsprekend voor het kind – omdat ze er gewoon zijn – dat ze kunnen schrikken of in de war raken wanneer volwassenen er afkeurend, wantrouwend of angstig op reageren. Hooggevoeligheid en paranormale vermogens kúnnen zich voordoen na een BDE. Maar dat betekent uiter- aard niet dat alle hooggevoelige kinderen of alle kinderen met paranormale vermogens een BDE (moeten) hebben gehad. Wetenschappelijk is vastgesteld dat 70% van de kinderen die met de dood geconfronteerd worden, een BDE beleeft (5) . Uit onderzoek is tevens bekend dat kinderen om verschillende redenen zes keer vaker dan volwassenen een BDE wegstoppen en er niet over praten (6) , met alle gevolgen van dien. Bij hen is slechts aan het beeld van nawerkingen af te leiden dat zich een BDE heeft voorgedaan. Om bij deze kinderen toch de juiste oor- zaak van hun problematiek te behandelen is het belangrijk om als hulpverlener op de hoogte te zijn van het bestaan van een BDE, alsmede het beeld van nawerkingen. Tevens is het is raad- zaam om via een intake te achterhalen of er sprake is geweest van een moeizame geboorte of een bedreigende situatie (een ziekenhuisopname, een operatie, een ernstig ongeluk, een bij- na-verdrinking) en daarmee van een mogelijke BDE. Gerarda van der Veen is samen met haar partner Henk-Jan oprichter van het Landelijk informatiepunt Hoog Sensitieve Kinderen (LiHSK, www.lihsk.nl ), dat onder meer hulpverlening biedt aan (ouders van) hooggevoelige kinderen. In 2006 kwam Gerar- da erachter dat zij als kind een bijna-doodervaring heeft gehad. Gedurende de verwerking daarvan schreef zij het boek Ineens geen kind meer: als je op jonge leeftijd een bijna-doodervaring krijgt. Noten (1) Namen van cliënten zijn om privacyredenen gefingeerd. (2) voor het complete beeld van nawerkingen zie www.rondombde.nl/nawerkingen_kinderen.pdf (3) B. van Schuijlenburg, Waar was de patiënt?: omgang met mensen met een bijna-doodervaring in de hulpverlening, Assen, van Gorcum, 1994. (Alleen nog verkrijgbaar als pdf-bestand via de website van Merkawah) (4) P. van Lommel, Eindeloos bewustzijn: een wetenschappelijke visie op de bijna-dood ervaring, Kampen, Ten Have, 2007. (5) M. Morse & P. Perry, Nader tot het lich : bijna-doodervaringen van kinderen, Rijswijk, Elmar, 1991). (6) P.M.H. Atwater, Kinderen van het nieuwe millennium: bijna-dooderva- ringen bij kinderen en de evolutie van de mensheid, Tilburg, Sigma, 2000. Noot van de redactie Meer informatie over achtergronden van BDE’s bij kinderen en hulpver- lening aan deze kinderen kunt u vinden op: www.rondombde.nl. Op deze website vind u meer informatie over het boek van Gerarda van Veen. Dit artikel verscheen eerder in Kinderwijz: word (eigen)wij- zer over kinderen, nov/dec 2011 Kinderwijz wordt uitgegeven door 248meida. 248media is een toon- aangevende uitgeverij van publicaties op het gebied van het welzijn van kinderen. Het streven van de uitgeverij is uiteenlopende onderwer- pen steeds vanuit nieuwe invalshoeken te benaderen. Voorop staat hierbij dat een ieder kennis mag nemen van verschillende visies en hierin eigen keuzes kan maken. 248media produceert daarnaast in op- dracht boeken, eBoeken en magazines voor derden. Zie voor meer in- formatie: www.248media.nl .|| 22 Reflectie 9(1) voorjaar 2012
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=